Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg

De Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) geeft de procedures weer voor het opleggen van verplichte zorg bij een psychische aandoening.

In sommige gevallen heeft de burgemeester daarin een rol. De Wvggz vervangt sinds 1 januari 2020 de Wet bijzondere opneming in psychiatrische ziekenhuizen (Wet bopz).

Verplichte zorg is de zorg die ondanks verzet kan worden verleend op grond van een zorgmachtiging, crisismaatregel, machtiging tot voortzetting van die crisismaatregel of beslissing tot tijdelijke verplichte zorg voorafgaand aan een crisismaatregel (artikel 3:1 Wvggz). Deze verplichte zorg is bedoeld voor personen van wie het gedrag, als gevolg van een psychische stoornis, leidt tot ernstig nadeel voor zichzelf en/of anderen. In de Wvggz zijn twee procedures opgenomen voor het opleggen van verplichte zorg: de zorgmachtiging en de crisismaatregel.

De rol van de burgemeester is beperkt tot het nemen van crisismaatregelen. Een crisismaatregel is een door de burgemeester opgelegde maatregel om verplichte zorg te verlenen aan een persoon die zich in zijn gemeente bevindt. Het nemen van een crisismaatregel kan alleen indien aan de volgende vijf eisen is voldaan (artikel 7:1 Wvggz):

  1. er is een onmiddellijk dreigend ernstig nadeel;
  2. er bestaat een ernstig vermoeden dat dit dreigend ernstig nadeel wordt veroorzaakt door het gedrag van een persoon als gevolg van een psychische stoornis; 
  3. met de crisismaatregel kan het ernstig nadeel worden weggenomen; 
  4. de crisissituatie is dermate ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht; en 
  5. er is verzet tegen zorg (artikel 1:4 Wvggz). 

Van ‘ernstig nadeel’ (genoemd in de eerste eis) is sprake in de volgende gevallen:

  • levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische, materiële, immateriële of financiële schade, ernstige verwaarlozing of maatschappelijke teloorgang, ernstig verstoorde ontwikkeling voor of van betrokkene of een ander; 
  • bedreiging van de veiligheid van betrokkene al dan niet doordat hij onder invloed van een ander raakt; 
  • de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept; en
  • de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.

Met de term ‘psychische stoornis’ (genoemd in de tweede eis) is aansluiting gezocht bij de classificatie daarvan in het zogeheten Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (DSM-V). De definitie van ‘psychische stoornis’ luidt als volgt: 

Een psychische stoornis is een syndroom, gekenmerkt door klinisch significante symptomen op het gebied van de cognitieve functies, de emotieregulatie of het gedrag van een persoon, dat een uiting is van een disfunctie in de psychologische, biologische, of ontwikkelingsprocessen die ten grondslag liggen aan het psychische functioneren.

Uit de DSM-V vloeit voort dat onder meer de volgende gevallen als psychische stoornis kunnen worden aangemerkt:

  • een persoonlijkheidsstoornis;
  • een verslaving;
  • dementie; en
  • een psychische stoornis bij kinderen.

Inhoudelijke eisen crisismaatregel (artikel 7:2 Wvggz)

In een crisismaatregel moet in ieder geval het volgende worden vermeld:

  • de zorg die noodzakelijk is om de crisissituatie af te wenden;
  • de zorgaanbieder, de geneesheer-directeur en de zorgverantwoordelijke die worden belast met de uitvoering van de crisismaatregel en zo nodig de accommodatie;
  • de mogelijkheid van advies en bijstand voor een patiëntenvertrouwenspersoon; en
  • het recht op beroep (artikel 7:6 Wvggz).

De burgemeester moet ook direct een afschrift van zijn beslissing tot het nemen van een crisismaatregel en de medische verklaring sturen naar betrokkene, de advocaat, de geneesheer-directeur, de inspectie, de officier van justitie en voor zover aanwezig de vertegenwoordiger en de gezinsvoogdijwerker.

Een crisismaatregel mag pas worden genomen wanneer de burgemeester ervoor zorg heeft gedragen dat een psychiater, indien van toepassing volgens het vastgestelde model, in een medische verklaring zijn bevindingen vermeldt inzake de actuele gezondheidstoestand van betrokkene en/of de situatie. Ook moet de betrokkene, zo mogelijk, in de gelegenheid zijn gesteld om te worden gehoord.

Geldigheidsduur crisismaatregel (artikel 7:5 Wvggz)

  • De geldigheidsduur van de crisismaatregel wordt bepaald door de burgemeester, maar is ten hoogste drie dagen. Een crisismaatregel vervalt indien de geldigheidsduur is verstreken. Op verzoek van de officier van justitie kan de rechter de crisismaatregel echter voortzetten. De crisismaatregel vervalt eveneens, als de geneesheer-directeur beslist tot beëindiging van het verlenen van alle vormen van verplichte zorg op grond van een crisismaatregel.
  • Voor de burgemeester zijn de volgende twee aandachtspunten nog van belang. (1) De burgemeester kan een wethouder mandaat verlenen voor het nemen van een crisismaatregel. (2) Op verzoek van de burgemeester verstrekt de officier van justitie hem gegevens over eerdere verplichte opneming van betrokkene die op grond van de Wvggz of Wet bopz geschiedde.

Thema's