Informatie-uitwisseling

Voor de uitoefening van zijn bevoegdheden moet de burgemeester een goede informatiepositie hebben. Hij moet kunnen beschikken over voor de handhaving van de openbare orde en veiligheid benodigde informatie.

Tegelijkertijd is allerlei justitiële documentatie omkleed met privacywaarborgen, zodat deze niet voor een ieder beschikbaar is. 

In mei 2018 is de Algemene Verordening Persoonsgegevens (AVG) in werking getreden. Dat betekent dat in de gehele Europese Unie (EU) dezelfde privacywetgeving geldt. De Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) geldt sindsdien niet meer. Naast de AVG is in 2019 ook de Richtlijn gegevensbescherming opsporing en vervolging in werking getreden. In Nederland is deze richtlijn per 1 januari 2019 geïmplementeerd in de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens (Wjsg) en de Wet politiegegevens (Wpg).

Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens

Het OM mag strafvorderlijke gegevens met de burgemeester delen indien dit noodzakelijk is met het oog op een zwaarwegend algemeen belang ten behoeve van de openbare-ordehandhaving of het voorkomen van strafbare feiten. Die grondslag voor het verstrekken van gegevens wordt gegeven in artikel 39f van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens.

De Aanwijzing verstrekking strafvorderlijke gegevens geeft aan in welke gevallen, onder welke voorwaarden en aan wie het Openbaar Ministerie informatie kan verstrekken voor buiten de strafrechtspleging gelegen doeleinden. Hierin staan ook de gevallen beschreven waarin het OM informatie deelt met de burgemeester. Het gaat dan bijvoorbeeld om de volgende situaties:

  • het voorkomen en opsporen van strafbare feiten;
  • het handhaven van de openbare orde en veiligheid;
  • het nemen van een bestuursrechtelijke beslissing (bijvoorbeeld bestuursdwang);
  • het beoordelen van de noodzaak tot het nemen van rechtspositionele of tuchtrechtelijke maatregel;
  • het verlenen van hulp aan slachtoffers en anderen die bij een strafbaar feit betrokken zijn.

Het OM is niet verplicht om informatie te verstrekken aan de burgemeester. Het verstrekken van informatie is geen vanzelfsprekende service. Slechts als de informatie-uitwisseling in lijn is met de taakuitoefening van het OM en als er sprake is van een zwaarwegend maatschappelijk belang, wordt overgegaan tot een belangenafweging, die kan doen leiden tot informatieverstrekking.

Bij de belangenafweging spelen onder meer proportionaliteit, subsidiariteit en noodzakelijkheid een grote rol. Maakt de algehele verstrekking van informatie een te grote inbreuk op de privacy van de betrokkene, dan wordt er gezocht naar een alternatieve gegevensverstrekking. Mogelijkheden hiervoor zijn de informatie te anonimiseren, samen te vatten of slechts ten dele te verstrekken. Het spreekt voor zich dat aangevraagde informatie alleen wordt verstrekt, indien dit noodzakelijk is voor de beoogde rechtspositionele maatregel. Informatie die slechts interessant is voor de burgemeester, zal niet worden verstrekt.

Als de uitkomst van een strafrechtelijk onderzoek nog onzeker is, wordt er in de regel een grotere terughoudendheid in acht genomen. In dat geval moet er ook sprake zijn van een spoedeisend belang.

Daarnaast bestaat er op grond van de Wet Bibob de mogelijkheid voor de officier van justitie een bestuursorgaan te laten weten dat het wenselijk is om een Bibob-advies aan te vragen over een bepaald persoon of bepaalde onderneming (artikel 26 Bibob). De officier van justitie mag deze tip alleen geven als hij over informatie beschikt dat die persoon of dat bedrijf betrokken is bij strafbare feiten.

Wet politiegegevens

De Wet politiegegevens (Wpg) is de privacywet voor de uitvoering van de politietaak. De Wpg geeft regels voor het verwerken en het beheer van de persoonsgegevens die door de politie worden verwerkt. Politiegegevens worden slechts verwerkt voor zover (1) dit noodzakelijk is voor de bij of krachtens deze wet geformuleerde doeleinden, en (2) dit behoorlijk en rechtmatig is, (3) de gegevens rechtmatig zijn verkregen en (4) de gegevens, gelet op de doeleinden waarvoor zij worden verwerkt, toereikend, relevant en niet bovenmatig zijn.

Voor de handhaving van de openbare orde is de burgemeester geregeld afhankelijk van politiegegevens. Daarom is in de Wpg bepaald dat politiegegevens aan de burgemeester worden verstrekt voor zover dit nodig is in verband met de burgemeester zijn gezag en zeggenschap over de politie of in het kader van de handhaving van de openbare orde. De korpschef is verantwoordelijk voor het verstrekken van de politiegegevens. Het ligt dan ook voor de hand dat de burgemeester met de chef van de territoriale eenheid van de politie afspraken maakt over de wijze waarop de inzage in de politiegegevens wordt ingericht.

Bestuurlijke Informatievoorziening Justitiabelen (BIJ)

Terugkeer van (ex-)gedetineerden kan maatschappelijke onrust veroorzaken. De burgemeester wil daarom tijdig worden geïnformeerd als een pleger van een gewelds- of zedendelict in de gemeente terugkeert. Om in deze informatiebehoefte te voorzien, kunnen gemeenten zich aansluiten bij het BIJ-traject (Bestuurlijke Informatie Justitiabelen-traject). Via BIJ worden burgemeesters van aangesloten gemeenten geïnformeerd, zestig dagen voordat een ernstige gewelds- of zedendelinquent terugkeert in de maatschappij. Het kan gaan om de definitieve terugkeer of om verlof. Vervolgens kan worden beoordeeld of er als gevolg van deze terugkeer verstoringen van de openbare orde kunnen ontstaan. De burgemeester beslist vervolgens of er maatregelen moeten worden getroffen om deze verstoringen te voorkomen. Dit dient niet alleen ter bescherming van de belangen van de samenleving en het slachtoffer, maar ook ter bescherming van de (ex-)delinquent.

Thema's