Media

De media hebben een allesbepalende rol in de beeldvorming die over een crisis ontstaat. Over de manier waarop media bij crises opereren heeft het NGB een bijeenkomst georganiseerd met SBS6. Het verslag van die bijeenkomst is hier te downloaden.

In de beeldvorming wordt het ‘plaatje’ naar buiten toe gedomineerd door de opstelling van de burgemeester als boegbeeld en burgervader. De burgemeester dient bij een crisis gespitst te zijn op de manier waarop media verslag doen van die crisis. Het is daarbij zaak om de afdeling voorlichting of communicatie met grote regelmaat verslag te laten doen van berichten in de media, om daarmee input te krijgen voor de eigen communicatiestrategie en beleidsvorming. Doe daarbij geen concessies aan de professionaliteit van communicatie ondersteuning.

Aandachtspunten
Aandachtspunt 1. Draag zorg voor goede omgevingsanalyses
Aandachtspunt 2. Wees zichtbaar
Aandachtspunt 3. Bepaal communicatiestrategie
Aandachtspunt 4. Pas communicatietactieken toe
Aandachtspunt 5. Houd ook de interne organisatie op de hoogte
Aandachtspunt 6. Wees in de communicatie alert op partijen met eigen belangen
Aandachtspunt 7. Organiseer ondersteuning met deskundige voorlichters
Aandachtspunt 8. Sta voorbereid de pers te woord
Aandachtspunt 9. Vergeet de regionale media niet
 

Aandachtspunt 1: Draag zorg voor goede omgevingsanalyses
Zorg ervoor dat een goed beeld bestaat van de beeldvorming buiten het gemeentehuis; de media vormen de antenne voor de bestuurders die binnen de muren van het gemeentehuis opereren. Volg media en sociale media; is er onrust of is er vooral nieuwsgierigheid? Volg nadrukkelijk de toon, de invalshoeken van berichtgeving en of er onduidelijkheid of verwarring bestaat. Belangengroepen, landelijke en lokale organisaties, inspecties, kamerleden willen veelal een rol spelen in het vervolg van de crisis. Zij profileren zich tijdens de crisis.
 

Toelichting
Na de moord op Theo van Gogh (2 november 2004) zijn in Amsterdam heel nauwlettend de publicaties in de pers en op internet bijgehouden en geanalyseerd. De berichten zijn via het e-mail berichtennieuws, naar het netwerk van stadsdeelbestuurders, direct betrokken medewerkers van de gemeente en betrokkenen vanuit de politie rond het Draaiboek Vrede gestuurd. Tegelijkertijd wordt binnen de gemeente Amsterdam ook de directie Communicatie ingezet binnen de crisisorganisatie:
‘De medewerkers van die afdeling kennen alle media en zij verzamelen alle vragen die van de pers binnenkomen. In de briefing bespreken we vervolgens het beeld van buiten en ons beeld. Wat zijn geruchten en wat zijn de gevoelige punten waar ik in de persconferentie op in moet gaan. Hoewel er wel kritiek is op ons systeem van stadsdeelraden, ben ik dankbaar dat het er is. De stadsdelen hebben hun communicatielijnen en het is een fijnmazig netwerk.’

Over de rol van de sociale media tijdens crises, zie ook de weblog over de brand in Kijfhoek, het naijl-effect op twitter en de weblog ‘nieuwe middelen, nieuwe mogelijkheden’.

Terug naar boven

 

Aandachtspunt 2. Wees zichtbaar
Wees zichtbaar: het tonen van daadkracht en betrokkenheid zijn de kerncompetenties van een burgemeester, die de media in crisistijd onder een vergrootglas legt. Kies een moment uit waarop de burgemeester persoonlijk nadrukkelijk zichtbaar kan zijn. Bereid het publieke optreden, waaronder ook bijvoorbeeld herdenkingen en rouwverwerking, voor in samenhang met alle andere aspecten.

Zorg ervoor dat het optreden proportioneel is. De omgevingsanalyse geeft de aanzet om passend te reageren. Voorkom dat de burgemeester die bij de minste of geringste emotionele impact met een larmoyante boodschap komt. Een oversentimentele reactie waarin een burgemeester 'diep geraakt is', 'zwaar geschokt door het gebeurde' en 'op deze zwarte dag meeleeft met de direct betrokkenen'. Soms is dat gepast, maar in veel gevallen is iets minder emotie wel zo proportioneel. Want niet elke crisis heeft dezelfde emotionele impact. Wat als de buitenwereld schouderophalend de conclusie trekt dat de burgemeester er emotioneel dusdanig doorheen zit dat hij de komende vijf maanden waarschijnlijk uit de running is? Dan is iets meer ratio in de reactie wel zo wenselijk.

 

Toelichting
Naast zichtbaarheid en daadkracht verwoordt Oud-burgemeester Mans nog een ander aspect dat in zekere zin in het verlengde hiervan ligt:
‘Wat mensen willen in zo’n situatie is dat iemand de ‘lead’ neemt. Al loop je de verkeerde kant uit, maar straal de overtuiging uit dat je de ‘lead’ hebt. Of je dat kan leren weet ik niet. Ik denk wel dat je mensen bewust kunt maken van het feit dat iedereen naar ze kijkt.’

Burgemeester Bruinsma van Vlaardingen heeft in 2003 te maken met een giftige gaswolk die vanaf het bedrijf Vopak naar de stad waait. Bruinsma erkent dat het beeld van de bestuurlijke daadkracht van een burgemeester in crisistijd vooral is gebaseerd op zijn optreden in de media:
'Als je het in de media niet goed doet, dan ben je verkocht. Vanwege dat belang hebben wij het college, dus inclusief alle loco-burgemeesters, geoefend om met de media om te gaan. Wij zijn er van overtuigd dat elke bestuurder tegenwoordig een mediatraining moet hebben gehad. Een ongeluk kan overal gebeuren en dan moet je niet te lichtvaardig denken over de media die zich op zo'n ongeluk storten.'

Terug naar boven

 

Aandachtspunt 3. Bepaal communicatiestrategie
Bepaal de communicatiestrategie waarmee de gemeente reageert op de crisis. Bepaal het evenwicht tussen emotie (meeleven, geschokte samenleving, ‘caring government’) enerzijds en ratio (feiten) anderzijds. . Sla de brug tussen de perceptie in de buitenwereld en de feiten van de hulpdiensten. Als voorbeeld: zijn er geen gevaarlijke stoffen gemeten, maar is er toch onrust, dan is het wenselijk om met communicatie duidelijkheid te verschaffen. In crisissituaties geldt: “Geinformeerd wachten vermindert stress”. Houd er rekening mee dat op het moment dat de beleidsmakers in een rationeel proces zijn beland, de samenleving vaak nog aan het rouwen is. Wees ervan bewust dat elke uitspraak (bij slachtoffers) nieuwe verwachtingen schept.
 

Toelichting
Afhankelijk van de omstandigheden van de casus legt een burgemeester verschillende accenten. Burgemeester Leers van Maastricht geeft hiervan de volgende voorbeelden:
'Bij het balkonincident waren helaas doden te betreuren Vanuit de stad en de gemeente was er een enorme compassie en betrokkenheid bij de mensen die dat overkwam. Mensen woonden net een paar maanden in hun nieuwe woning en zagen letterlijk en figuurlijk hun omgeving instorten. Voor die mensen probeer je er te zijn. Bij Vinkenslag heerste ook een crisissfeer, maar dat deed een ander beroep op mijn houding en gedrag. In het geval van Vinkenslag trad ik op tegen mensen die de regels van de overheid aan hun laars lapten. Richting de burgers van Maastricht moest ik daarbij verantwoorden waarom ik het nodig vond om op te treden. In beide gevallen staat er dezelfde persoon, die gelooft in zijn eigen waarden, gerechtigheid en een eerlijke aanpak'.

Oud-burgemeester Schrijen komt op 22 oktober 2002 in aanraking met een daad van zinloos geweld in zijn stad Venlo. Twee jongens stuiven bij een supermarkt rakelings langs een oudere dame. René Steegmans roept ze toe wat meer respect te hebben, waarop hij wordt doodgeschopt. Er ontstaat een enorme media-aandacht. Ten aanzien van de voorlichting merkt hij het volgende op:
‘De eerste dag is iedereen geschokt. Die shock heb ik heb ik als burgemeester op de eerste avond met de bevolking gedeeld. Vervolgens hebben wij de stap gemaakt naar 'meeleven'. Meeleven bestond eruit dat wij als gemeente begrip toonden voor de geschokte samenleving. Daarna werd het tijd dat wij de volgende stap zetten naar het 'verwerken' van de dood van René Steegmans. Om ten slotte de bevolking op sleeptouw te nemen naar 'we moeten samen verder.’

Een voorbeeld van het weloverwogen niet doorgeven van alle beschikbare informatie doet zich voor bij het aan de grond lopen van de Fowairet op de Westerschelde op 20 september 2005. Burgemeester Mulder van Hulst stelt:
‘De media wilden als eerste weten wat er in de containers zat. Ik weigerde de lading te noemen. Het is in mijn ogen hetzelfde als een paracetamol. Wanneer je de bijsluiter leest, zie je diverse enge bijwerkingen die je kunt overhouden aan het slikken van een aspirine. Ik wilde voorkomen dat het enkel vrijgeven van de lading zou leiden tot wilde spookverhalen over wat dan de eventuele gevolgen zouden kunnen zijn. Mijns inziens moet je voorkomen dat de gevaren een eigen leven gaan leiden. Transparantie over de ladinglijst is niet altijd de beste oplossing.’

Burgemeester Mulder naar aanleiding van de stroomstoring in de gemeente Hulst eind 2005:
‘Je wilt voorkomen dat men op basis van oude informatie een verhaal maakt en daarmee een verkeerd beeld wordt geschetst. Daarom is mijn pleidooi, zeker bij stroomstoringen, om na iedere cyclus van het beleidsteam een persbriefing te geven. Dan weet je dat ze met de laatste informatie op pad gaan en geen interviews houden over thema’s die twee uur daarvoor speelden maar inmiddels al lang en breed zijn opgelost’.

Oud-burgemeester Ouwerkerk naar aanleiding van de problematiek van vervuilde grond onder een woonwijk in Lekkerkerk, september 1979:
‘Toen het nieuws naar buiten kwam hebben wij een perscentrum ingericht in het leegstaande café tegenover het gemeentehuis. Ik heb volledige openheid betracht richting de media, waardoor speculaties werden voorkomen en de media snel aan mijn kant kwamen staan. De media hebben in ons voordeel gewerkt bij het opvoeren van de politieke druk in Den Haag om een oplossing voor het vraagstuk te zoeken.’

Ouwerkerk weet met behulp van de media ook de Haagse politiek te bewegen. Den Haag komt over de brug met geld en middelen om het gif snel en grondig uit de bodem te laten verwijderen.

Oud-burgemeester Van Thijn (Bijlmerramp, 4 oktober 1992) hanteert de strategie om op weloverwogen tijdstippen persbijeenkomsten te organiseren:
‘De eerste werd om half zeven in de ochtend gegeven en de tweede om half zes in de namiddag. Daarmee zorgden wij ervoor dat wij vlak voor de grote journaals met eigen nieuws kwamen. Ik realiseerde me vanaf dat moment dat mediamanagement en de nieuwsvoorziening een wezenlijk onderdeel uitmaken van crisismanagement. Het is niet alleen een middel om verslag te doen over de stand van zaken, maar ook een strategisch middel om berichtgeving te sturen en geruchten adequaat de kop in te drukken.’

Om de inwoners van Purmerend bij de bomruiming voorjaar 2006 niet te overrompelen met informatie, hanteert de gemeente een communicatiestrategie waarin steeds stukjes informatie worden gegeven. De strategie blijkt goed te werken. Burgemeester Verbeek:
‘Wij hebben de strategie heel bewust toegepast. Zeker naar mate de informatie gedetailleerder werd, werd het voor mensen ingewikkelder om te bevatten. Dat is de reden dat we de tijd hebben genomen om de hoeveelheid informatie langzaam op te bouwen. Eerst stuurden wij een bewonersbrief over wat er te gebeuren stond. In dezelfde brief kondigden wij aan wanneer er meer informatie zou komen. Om ook de mensen buiten het gebied te informeren wat ons in dat weekend te wachten stond is de huis-aan-huis krant door de hele stad verspreid.’

Verder kiest Verbeek er voor om de bewoners af te schermen van de pers. Hij heeft deze les opgedaan bij de babymoord die kort daarvoor in de gemeente heeft plaatsgevonden:
‘Ik heb iedereen die niet de pers te woord wilde staan aangeraden om via de nooduitgang het pand te verlaten. Uiteindelijk deed iedereen dit. Voor het bomproject was onze les dat wij de bewoners moesten afschermen van de pers. Bij de opvangcentra hebben we een regime ingesteld, waarbij de pers niet zomaar in en uit mocht lopen. Wij realiseerden ons dat de mensen die zich laten opvangen doorgaans de mensen zijn die een beperkt sociaal netwerk hebben en in zekere zin kwetsbaar zijn. Wij hebben hen actief in bescherming genomen, om situaties zoals rond de babymoord te voorkomen.’

Een voorbeeld van het bewust niet verborgen houden van informatie die anderszins al bekend is of kan worden, dient zich aan bij het schietincident in Gorinchem, 1999. De dader van de schietpartij wordt in de kranten aangegeven met Ö. Iedereen weet dat het om een Turkse inwoner van de gemeente gaat. Burgemeester IJssels hierover:
‘In de kranten wordt gesproken over de ‘Gorkummer Ö’, terwijl heel Gorinchem op dat moment al weet dat Ö een Turk is. Naar mijn idee moet je op dat moment niet de schijn willen ophouden door dingen te verbergen die je niet hoeft te verbergen. Tegenwoordig staat het minder ter discussie dan toentertijd. Maar ik heb weloverwogen genoemd dat de vermoedelijke dader van Turkse afkomst was. Want als de afkomst niet bekend zou zijn, dan zou er evenmin reden zijn om activiteiten in de Turkse gemeenschap te ontplooien om de spanning weg te nemen.’

 Terug naar boven

 

Aandachtspunt 4. Pas communicatietactieken toe
Communicatietactieken; zorg bij openbare orde problemen ervoor dat het straatbeeld zo spoedig mogelijk normaliseert, omdat anders het beeld van grootschalige rellen lang bij de media blijft hangen. Kies persmomenten zorgvuldig en zodanig dat de bulletins het laatste nieuws kunnen meenemen. Verminder de mediadruk door poolvorming in te stellen, waarbij bijvoorbeeld NOS wordt verplicht de beelden aan de andere (Nederlandse) media te verstrekken (zoals ook gebruikelijk is bij verslaglegging van rechtzaken).
 

Toelichting
Volgens Jos Waals, burgemeester van Venray en geconfronteerd met de spanning tussen Lonsdale-jongeren en Turkse en Marokkaanse groeperingen in zijn gemeente (april 2005), is het ook belangrijk om zaken in perspectief te blijven zien. In zijn ogen moeten media niet in de verleiding worden gebracht om van een mug een olifant te maken. Als dat wel gebeurt, kunnen een paar kapotte bierflesjes het beeld neerzetten van grootschalige ordeverstoringen:
‘Ik herinnerde mij een tip van een collega-burgemeester die zei dat wanneer er niets meer is te zien van een incident, de media zich er ook niets bij kunnen voorstellen. Met die tip in gedachten is op zondagochtend om half tien een schoonmaakploeg ingehuurd om alles schoon te maken en het straatbeeld te normaliseren. Toen de terrasjes opengingen was alles opgeruimd.’

Bij zijn benoeming tot burgemeester van Aalburg in 2003 krijgt Buijserd de 'politieke opdracht' mee om een eind te maken aan het 'stoken' in het dorp Veen, een uit de hand gelopen traditie om autowrakken in brand te steken rond Oud en Nieuw. Buijserd wil de onveilige stooktraditie in Veen uit de anonimiteit halen, wat ook effect kan hebben:
‘Er hing altijd een mystiek rondom het stookgebeuren. Het leek alsof er niets aan de hand was. In 2004 vond ik dat de rotzooi na het stoken maar eens moest blijven liggen. Normaliter ruimde de gemeente de verbrande zooi op, waardoor het leek alsof er niets was gebeurd. Op deze wijze was de volgende dag of mogelijk dagen dan wel zichtbaar wat er tijdens de jaarwisseling was gebeurd. Het directe gevolg was dat de pers dit nieuws oppakte. Daarmee waren de media een instrument geworden om de gemeenschap te beïnvloeden en te wijzen op de manier waarop in Veen gestookt werd.’

Dat sommige crises een meer creatieve aanpak veronderstellen, ervaart burgemeester Mulder bij de stroomuitval in de gemeente Hulst in november 2005:
'’s Nachts hebben wij op het gemeentehuis flyers voorbereid, die we huis aan huis wilden uitdelen. Allereerst dachten we ze mee te geven met de post, maar de post werkte niet omdat het postsorteercentrum was uitgevallen. De politie is het dorp rond gegaan om mensen op de hoogte te brengen. Uiteindelijk gaat het dan toch als een lopend vuurtje door de stad. Iedereen is dan binnen twee uur tijd op de hoogte van de maatregelen die de gemeente getroffen heeft.’

Van Tellingen, Oud-burgemeester van Tiel (Hoogwater in Tiel en omstreken in 1993 en 1995), geeft aan dat bij de evacuatie burgers ook zelf verantwoordelijkheid nemen:
‘Als burgemeesters hebben we niet de opdracht gegeven om mensen te dwingen tot evacuatie. We hebben mensen die ondanks onze oproep niet weg wilden er op gewezen dat ze zelf gevaar liepen, maar dat ze ook de hulpverleners in gevaar zouden kunnen brengen. We hebben ons dus niet gericht op een strikte handhaving. Veruit de meeste mensen hebben gehoor gegeven aan onze oproep. Goede informatie en een dringend appél op mensen werkt. Zeker als je je realiseert dat evacueren iets heel ingrijpends is.’

Terug naar boven

 

Aandachtspunt 5. Houd ook de interne organisatie op de hoogte
Houd ook de interne organisatie met regelmaat op de hoogte; het is verstandig ook medewerkers die niet bij de crisis betrokken zijn regelmatig te informeren.
 

Toelichting
Het inlichten van de medewerkers op het gemeentehuis gebeurt buiten wethouder Brinks gezichtsveld om:
‘Het was voor mij voldoende om te weten dat het gebeurd was. Dan ga ik niet navragen hoe en wat. Er was op dat moment genoeg te doen. De gemeenteraadsleden werden door ons pas achteraf geïnformeerd. Dat is mij later niet in dank afgenomen. De verwijten hebben mij geraakt, omdat we juist alles op alles hebben gezet om de bewoners zo snel mogelijk te informeren. Daar zou mijns inziens de prioriteit toch moeten liggen, aangezien die mensen risico liepen door de ketelwagen.’

Bij de Dakotaramp in 1996 is commissaris van de Koningin Van Kemenade niet alleen als overheidsorgaan maar ook als werkgever betrokken. Alle 32 inzittenden komen om. De vlucht was een personeelsuitje voor medewerkers van de provincie Noord-Holland. De ochtend na de ramp wordt het personeel van de provincie op het Provinciehuis direct bijeengeroepen en geïnformeerd.

Terug naar boven

 

Aandachtspunt 6. Wees in de communicatie alert op partijen met eigen belangen
Wees bedacht op bevoegdheden van derden; wees klip en klaar en streef naar maximale afstemming met de communicatie van derden, die ook belang hebben dan wel betrokken zijn. De burgemeester heeft geen bevoegdheden om anderen (bedrijven, actiegroepen) het zwijgen op te leggen (vrijheid van meningsuiting). De praktijk wijst echter uit dat men zich doorgaans, mede uit eigenbelang, houdt aan de wens om de communicatie bij de gemeente te centraliseren.
 

Toelichting
Oud loco-burgemeester Brink (Ketelwagenincident op spooremplacement in Amersfoort, 2002) omschrijft zijn ervaring als volgt:
‘Ik zal ook adviseren om nooit twee communicatieadviseurs van verschillende achtergrond zoals een politie-woordvoerder en een woordvoerder van een bedrijf, op het rampenterrein neer te zetten, want dat gaat hartstikke mis. In onze situatie hadden we te maken met een communicatiemedewerker van ProRail. ProRail communiceerde met het oog op wat zij dachten dat voor hun bedrijf het beste was, terwijl de gemeente communiceerde met het oog op wat vooral voor de bewoners het beste was. Dat botste verschrikkelijk.’

Bij de Dakotaramp in 1996 is commissaris van de Koningin Van Kemenade niet alleen als overheidsorgaan maar ook als werkgever betrokken. De provinciemedewerkers hebben veel contact met medewerkers van Ballast Nedam, die zelf weer relaties hadden met de Dutch Dakota Association (DDA). Zodoende regelt de DDA voor medewerkers van Ballast Nedam en de provincie als personeelsuitje een vlucht met een oude Dakota. Alle 32 inzittenden komen om. Van Kemenade hecht dan veel waarde aan één aanspreek-, overleg- en coördinatiepunt. In een latere fase stemden de drie partijen ook de nazorg af:
'Ik heb contact opgenomen met de voorzitter van DDA en met die van Ballast Nedam en hen gezegd dat wij de communicatie wilden oppakken, onder de strikte voorwaarde dat wij hen volledig op de hoogte zouden houden. Dit vereiste wel het nodige overleg. Logischerwijs was het voor de DDA funest dat een vliegtuig van hen was gecrasht. Ze hadden er belang bij om het verhaal "mooi" te houden. Uiteindelijk accepteerde ook de DDA dat we in het belang van de nabestaanden geen gedonder moesten krijgen. Uiteindelijk werd het provinciale bureau communicatie verantwoordelijk voor de communicatie.'

Terug naar boven

 

Aandachtspunt 7. Organiseer ondersteuning met deskundige voorlichters
Organiseer ondersteuning met deskundige voorlichters; laat de voorlichterspool mobiliseren en/of benut de medewerkers van de NCTv om het nodige werk (op afstand) te verzetten. Schakel altijd deskundigen in voor advies en ondersteuning. Schenk aandacht aan een gemeenschappelijke strategie.
 

Toelichting
Oud loco-burgemeester Brink (Ketelwagenincident op spooremplacement Amersfoort in 2002) merkt ten aanzien van zijn ondersteuning op:
'Het was prettig dat ik de hele dag dezelfde adviseur om mij heen had lopen. Samen gingen we naar alle gremia buiten het beleidsteam om. Afgesproken werd om elk uur een persconferentie te houden en elk kwartier de stand van zaken te vertellen op de rampenzender. Die informatievoorziening kreeg bij ons prioriteit. Alle andere radio- en televisieprogramma's werden te woord gestaan wanneer er tijd over was.'

Burgemeester Meijer heeft tijdens de crisis rondom de Amercentrale bij het proces voorlichting gebruik gemaakt van de regionale voorlichterspool:
‘Je hebt mediawatchers, persschrijvers, beleidsvoorlichters en mensen voor het perscentrum nodig. Dat zijn in elk geval veel mensen. Omdat wij maar over een beperkte communicatieafdeling beschikken, hebben wij driftig collega’s geleend bij de provincie en omliggende gemeenten, tot de gemeente Dordrecht aan toe. Het optrommelen van de mensen verliep chaotisch, waardoor we niet exact wisten welke competenties de mensen meebrachten. Daardoor kwamen mensen soms op de verkeerde plek terecht. Iemand die een persbericht schrijft waarvan je denkt: “ja, dat kan niet, dat schrijf ik dan wel weer over”.’

Oud-burgemeester Pop van Haarlem ten tijde van de brand in de Koningskerk op 23 maart 2003:
‘Het is belangrijk een echte vakman te hebben die je bijstaat en die in de gaten houdt hoe je de boodschap verwoordt. Van het uitkomen van het eerste rapport tot en met het laatste rapport heb je de momenten waarop je de pers te woord staat. Ik zocht een professional die de grote media kent, weet hoe de televisie werkt en weet hoe je de boodschap het beste kunt brengen. Het was uiteindelijk meer een strategische communicatieadviseur dan sec een voorlichter.’

Terug naar boven

 

Aandachtspunt 8. Sta voorbereid de pers te woord
Sta voorbereid de pers te woord; laat bij een persconferentie een deskundig en ervaren communicatieadviseur de voorzittersrol op zich nemen. Stel vast wie achter de tafel plaatsnemen. Bedenk vooraf welke vragen journalisten zullen stellen. Scheid verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid van betrokkenheid bij de ramp. Spreek digitaal, kort, helder en krachtig. Geef ook helder aan wat nog niet bekend is (feiten) en speculeer niet (veronderstellingen). Gebruik beëdigde tolken.
 

Toelichting
Oud-burgemeester Schrijen komt op 22 oktober 2002 in aanraking met een daad van zinloos geweld in zijn stad Venlo. Twee jongens stuiven bij een supermarkt rakelings langs een oudere dame. René Steegmans roept ze toe wat meer respect te hebben, waarop hij wordt doodgeschopt. Er ontstaat een enorme media-aandacht. Elke ochtend komt het kernteam, bestaande uit de burgemeester, de persvoorlichter, een medewerker van het kabinet, een beleidsadviseur en een secretaresse, bijeen om de situatie te bespreken:
'We bespraken de toon en de boodschap van die dag, hetgeen daarna kernachtig werd omgezet in een statement van vijf regels. Die vijf regels kon ik dan in de interviews van die dag kwijt. Het zorgde ervoor dat ik in alle interviews de juiste toonhoogte te pakken had en consequent was in de boodschap die ik die dag wilde uitdragen'.

Oud loco-burgemeester Brink, opperbevelhebber gedurende het ketelwagenincident op het spooremplacement Amersfoort (2002), waarschuwt voor het gevaar van een onvoorbereid interview in Netwerk:
'Ik stond in de regen onder een paraplu, met de enkels in de modder.' Het interview leidt tot een druilerig plaatje van de loco-burgemeester. Door de regen blijft er niets over van het gewenste beeld van een daadkrachtig bestuurder die de situatie onder controle heeft.’

Ook de burgemeesters Cohen en Meijer geven aan zeer zorgvuldig te zijn geweest in hun voorbereiding op het perscontact. Zo geeft Cohen aan naar aanleiding van de moord op Theo van Gogh in 2004:
'We hebben besloten de persconferentie met zijn drieën te houden. In de voorbereiding hebben we heel precies bepaald wie wat ging zeggen. Daarbij rekening houdend met ieders eigen verantwoordelijkheid.'

Burgemeester Meijer heeft ten tijde van de ramp met de Amercentrale in 2003 de persconferenties strak georganiseerd met een persvoorlichter en een verklaring van de burgemeester:
‘Na afloop gaf ik dan interviews, maar vooral dan voor de filmende pers. Daarbij heb ik steevast gevraagd wat de eerste vraag zou zijn. Ik was er alert op om niet van de vooraf afgesproken statements af te wijken.’

 Terug naar boven

 

Aandachtspunt 9. Vergeet de regionale media niet
Vergeet de regionale media niet; besteed nadrukkelijk aandacht aan regionale media. Een goede verstandhouding met de regionale media kan cruciaal zijn voor het natraject.

Toelichting
Oud-burgemeester Mans geeft na afloop van de vuurwerkramp aan dat het belangrijk is de regionale media aandacht te geven:
‘Koester in het bijzonder ook de regionale pers. Je moet je blijven realiseren dat je eigen inwoners, de slachtoffers en de gedupeerden, in onze situatie, naar RTV Oost kijken en niet naar CNN. Met hen moet je verder als alle andere media weer zijn vertrokken.’

Oud-burgemeester van Weert, Majoor is coördinerend burgemeester voor de regio Noord- en Midden-Limburg ten tijde van de vogelpest in 2003. Het ministerie van LNV had de leiding van de crisis. Majoor constateert dat de ministeries vooral met landelijke media werkten en niet met de regionale media:
'Terwijl bij ons in het gebied de regionale media toch als het belangrijkste communicatiemedium worden gezien. Bovendien bleek de voorlichting vanuit het ministerie van LNV niet altijd voldoende. Dit had te maken met het gebrek aan gebiedskennis.'

Terug naar boven

U bent hier

<div></div>