Nazorg

Nazorg omvat al hetgeen noodzakelijk is om zo snel mogelijk weer terug te keren naar de ‘normale’ dagelijkse situatie. Het is goed te beseffen dat die nazorgfase onmiddellijk na het uitbreken van de crisis aanvangt. In deze nazorgfase staan bestuurders, getroffenen en samenleving voor de taak het leven van voor de crisis of ramp weer op te pakken. Tegelijkertijd spelen processen van verantwoording en schadeafwikkeling. Het verdient aanbeveling de reikwijdte en omvang van de nazorgfase onder ogen te zien.

Voor achtergronden, zie ook het artikel "Burgemeesters en nazorg" in het Magazine Nationale Veiligheid en Crisisbeheersing (sep/okt 2009)

Aandachtspunten
Aandachtspunt 1. Onderschat niet de persoonlijke impact
Aandachtspunt 2. Houd rekening met de schuldvraag
Aandachtspunt 3. Anticipeer op persoonlijke bedreigingen
Aandachtspunt 4. Verantwoording afleggen is essentieel
Aandachtspunt 5. Kom tot eenduidige aanpak van de nazorgfase
Aandachtspunt 6. Zorg voor emotionele nazorg voor de eigen organisatie
Aandachtspunt 7. Houd altijd een interne evaluatie
Aandachtspunt 8. Overweeg een informatie- en adviescentrum
Aandachtspunt 9. Bepaal strategie bij afleggen van verantwoording
Aandachtspunt 10. Bewaak een integrale aanpak
Aandachtspunt 11. Houd aandacht voor persoonsgerichte benadering van slachtoffers
Aandachtspunt 12. Schakel relevante groeperingen en personen in bij de nazorg

Aandachtspunt 1: Onderschat niet de persoonlijke impact
Onderschat niet de persoonlijke impact, ook niet in het privéleven en wees attent op het feit dat de eventuele partner, op de achtergrond, een belangrijke rol kan of moet vervullen.

Toelichting
Na afloop van de crisis blijkt deze vaak nog lang ‘door te kunnen werken’ bij de bestuurder en zijn eventuele partner. Hier dient eigenlijk direct bij het uitbreken van de crisis al op te worden geanticipeerd. Zo geeft Brink naar aanleiding van het ketelwagen-incident in 2002 op het spooremplacement in Amersfoort bijvoorbeeld aan:
‘Ik heb er de tijd voor genomen om het te verwerken. Omdat ik het niet met mij wilde blijven meedragen, heb ik onder andere een paar gesprekken gevoerd met een psycholoog. Dat is voor mij een leerproces geweest, dat enkele gesprekken hartstikke goed werken, mede omdat de discussie over je eigen functioneren dan uit het politieke spectrum wordt getrokken. Ik kan dit iedereen dan ook aanbevelen.’

Burgemeester Burgman heeft noch tijdens de dijkverschuiving in Wilnis in 2003, noch daarna, met een collega gesproken over haar ervaringen:
‘Dat heb ik erg gemist. Alleen met mijn communicatieadviseur heb ik meermalen over de crisis gesproken, maar dat is toch anders dan collega’s onder elkaar. Ik ben zelf beschikbaar voor iemand die in crisistijd wil sparren. Ik vind het heel belangrijk om die mogelijkheid te bieden.’

Oud-burgemeester Mans naar aanleiding van de vuurwerkramp in 2000:
‘Ik heb ook mijn onzekere momenten gehad en mezelf de vraag gesteld: heb ik het wel goed gedaan? Dan heb ik het niet zozeer over de onzekerheid rond de afhandeling van de ramp, maar over de voortdurende en toenemende confrontaties in de weken en jaren na de ramp. Mensen die specifiek hun aandacht op de burgemeester richten. Je weet dat je er niet druk over moet maken, maar toch doe je dat wel. De theorieën en insinuaties vreten aan je.’

‘Burgemeesters onderschatten volgens mij de impact van crises. Ik vind dat we er over moeten praten en een forum moeten hebben waar je dit soort ervaringen kwijt kunt.’

Terug naar boven


Aandachtspunt 2. Houd rekening met de schuldvraag
Houd rekening met de schuldvraag die onherroepelijk komt, als uiting van collectieve emotie, doorgaans is deze gericht op de burgemeester als meest zichtbare representant van de overheid. Het afleggen van (politieke en maatschappelijke) verantwoording vindt dan ook in die context plaats.

Toelichting
In relatie tot de te verwachten schuldvraag is het cruciaal dat op dat moment teruggegrepen kan worden op een goede verslaglegging. Arjan van Gils (gemeentesecretaris Enschede ten tijde van de vuurwerkramp) speelt als gemeentesecretaris een sterke rol als adviseur van burgemeester Mans. De ramp heeft een enorme impact. Hij geeft als tip voor collega's mee om vanaf de eerste dag ruimte vrij te maken voor de juridische aspecten en de verslaglegging:
'Maak iemand verantwoordelijk voor het verslag, het veiligstellen van het dossier en het vastleggen en coördineren van alle verzoeken op basis van de Wet Openbaarheid van Bestuur.'

Oud-burgemeester Haanstra belicht op basis van zijn ervaring met de Legionellaramp in
1999 een ander aspect van de schuldvraag:
'Ongeacht de crisis zul je je moeten realiseren dat de schuldvraag komt. Of het vuurwerk, een bacterie of een vliegtuig is, altijd zal de schuldvraag komen. Als getroffene is dat de vraag waar je als eerste antwoord op zoekt. Het is goed om je daarbij te realiseren dat de vraag niet alleen gaat komen, maar dat de vraag in veel gevallen ook slechts een uiting is van ongeloof en onzekerheid. Men wil een antwoord op de vraag: "Hoe heeft mij dit kunnen overkomen?", meer dan dat men per definitie een boeman zoekt. Het is dan ook een les om een schuldvraag niet per definitie als een persoonlijke aanval te zien.'

Als burgemeester van Haarlemmermeer heeft Hertog te maken met de Schipholbrand in 2005 waarbij elf mensen om het leven komen in een cellencomplex van uitgeprocedeerde asielzoekers. Al de volgende ochtend eist de Rijksrecherche alle dossiers over het cellencomplex op. Nog diezelfde dag wordt op grond van de gegevens een feitenrelaas aan de buitenwereld gepresenteerd. Daarin is minutieus beschreven wat de gemeente op welk moment heeft gedaan rond de vergunningverlening van het complex, zonder daar een waardeoordeel bij te geven:
'Justitie was niet blij met ons feitenrelaas. Het was voor mij een enorme eye-opener toen uit het feitenrelaas naar voren kwam dat wij Justitie al tien keer een dwangsombeschikking hadden opgelegd. Het sterkte mij in het gevoel dat wij niet kinderachtig bezig waren geweest ten aanzien van de veiligheid van het cellencomplex.'

Met het uitgeven van het feitenrelaas kiest Hertog er bewust voor een eigen lijn uit te zetten. Ook vraagt Hertog aan Hendrikx, oud-Commissaris van de Koningin in Overijssel, en Berghuijs, directeur van de veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond, om gezamenlijk een onderzoek uit te voeren naar de rol van de gemeente bij de vergunningverlening en handhaving van het cellencomplex.

Terug naar boven


Aandachtspunt 3. Anticipeer op persoonlijke bedreigingen
Anticipeer op persoonlijke bedreigingen en durf professionele hulp te vragen.

Toelichting
Niet zelden wordt de verantwoordelijke burgemeester gedurende de crisis of na afloop daarvan slachtoffer van bedreigingen. Zo wordt op burgemeester Haanstra zelfs drie jaar na de Legionella-ramp in 1999 nog een aanslag gepleegd. Als hij na een vergadering ‘s avonds laat thuiskomt wordt hij op de oprit van zijn huis beschoten en in zijn wang geraakt.

Oud-burgemeester Mans wordt vlak na de vuurwerkramp na bedreigingen drie en een halve week beschermd:
'Het is een minder bekend aspect van de vuurwerkramp geweest. Toch denk ik dat het goed is het te vertellen, omdat het een consequentie is van het feit dat je als boegbeeld zichtbaar bent.'

Oud locoburgemeester van Amersfoort Brink:
‘Ik heb het als buitengewoon onplezierig ervaren dat mensen van de oppositie hebben geprobeerd hun oppositierol in de situatie uit te buiten. Mij werd verweten dat ik op een cruciaal moment was geswitcht. Ik kreeg het idee dat men de Amersfoortse samenleving niet meer serieus nam. Ik heb er de tijd voor genomen om het te verwerken. Omdat ik het niet met mij wilde blijven meedragen heb ik onder andere een paar gesprekken gevoerd met een psycholoog. Dat is voor mij ook een leerproces geweest, dat enkele gesprekken hartstikke goed werken, mede omdat de discussie over je eigen functioneren dan uit het politieke spectrum wordt getrokken. Ik kan dit iedereen dan ook aanbevelen.’

Burgemeester IJssels zegt na de crisis rondom het tragische schietincident op 10 januari 1999 in muziekcafé Bacchus in Gorinchem waarbij twee meisjes omkomen:
‘Ik ben ook een hartgrondig voorstander van nazorg, zowel voor mijzelf als voor anderen. Bij crises met een dergelijke impact moet je de nazorg niet wegwuiven. Dat zou onverstandig zijn.’

Burgemeester Buijserd (Wijk en Aalburg) pakt een uit de hand gelopen ‘traditie’ met brandende autowrakken - die in de jaren voor 2003 al diverse keren tot ongeregeldheden en harde confrontaties tussen politie en stokers leidde - hard aan. De oplopende spanningen leiden tot een intensievere persoonlijke beveiliging. ‘Je gaat zelf ook beter opletten, waarbij ik soms ook door de politie werd ingefluisterd om bepaalde zaken in de gaten te houden.’ Het woonhuis van de burgemeester wordt in die tijd extra beveiligd. ‘Ik kreeg een “dikker” glastype in mijn ramen. Ik voelde me daardoor wel een stuk prettiger thuis, want zo was het in elk geval niet mogelijk om een lawinepijl bij me naar binnen te schieten. Verder is er een camera geplaatst en heeft ons huis een alarminstallatie gekregen. Dergelijke beveiligingsmaatregelen gaven je in zo’n dreigende periode een redelijk beschermd gevoel.’

Oud-burgemeester Burgering wordt in 2001 geconfronteerd met groot verzet onder de boeren tegen de veeruimingen vanwege mond- en klauwzeer. Naast bestormingen van het gemeentehuis, wegblokkades en gijzeling van medewerkers betrokken bij de ruimingen wordt ook regelmatig voor de woning van de burgemeester gedemonstreerd. Burgering krijgt politiebewaking en men overweegt zelfs om de burgemeester tijdelijk met zijn vrouw op een geheime plaats te huisvesten. De bedreigingen houden aan tot ver in 2002. Ze zijn dermate intimiderend, van tuinplanten tegen de ramen gooien, het besmeuren van het woonhuis tot en met spandoeken met zeer bedreigende teksten, dat Burgering en zijn vrouw daarna nog lange tijd momenten hebben waarop zij de bedreigingen opnieuw beleven.

Terug naar boven


Aandachtspunt 4. Verantwoording afleggen is essentieel 
Verantwoording in de nazorgfase is essentieel; anticipeer daarop door vanaf het begin beslissingen vast te laten leggen en informatie te laten verzamelen en te laten documenteren.

Toelichting
Burgemeester Cohen geeft in het interview naar aanleiding van de moord op Van Gogh in 2004 heel helder weer waar het in de nazorgfase voor de burgemeester met name om draait:
‘Mijn rol is, op het moment dat het allemaal achter de rug is, voortdurend uit te leggen waarom wat gebeurd is.’

Brink, loco-burgemeester bij het ketelincident op het emplacement in Amersfoort in 2002, verwoordt zijn rol in relatie tot de verantwoording als volgt:
‘De verantwoording hadden we goed voorbereid. We wilden eerst boven tafel krijgen wat er goed en wat er fout was gegaan, want dat is je politieke verantwoording. De burger moet er blind op kunnen varen. Dus dat is wat ik iedereen kan aanraden: zorg ervoor dat als je verantwoording aflegt, dat je het ook kúnt verantwoorden. En dat het niet een simpel verhaaltje is. Doe de verantwoording zorgvuldig en snel.’

Als burgemeester van Haarlemmermeer heeft Hertog te maken met de Schipholbrand in 2005 waarbij elf mensen om het leven komen in een cellencomplex van uitgeprocedeerde asielzoekers. De Onderzoeksraad voor Veiligheid stelt een onderzoek in. De gemeente werkt met een bestuurlijk en ambtelijk team. Daaronder zit een projectorganisatie in, waarbij de taken waren uitgesplitst over ambtenaren die zich ontfermen over de zorg na de brand, de onderzoeken naar de ramp zelf, de rol van de brandweer, en de vergunningverlening. Die onderverdeling maakt de totale nasleep behapbaar voor de ambtelijke organisatie. De ambtenaren die worden ondervraagd door de Rijksrecherche en de Onderzoeksraad voor Veiligheid krijgen begeleiding.
'De interviews van de Rijksrecherche als de Onderzoeksraad waren zwaar. Mensen gingen naar de interviews toe en kwamen uren later soms gebroken terug. Ze moesten een goede opvang krijgen, zowel juridisch als psychologisch.'

Terug naar boven


Aandachtspunt 5. Kom tot eenduidige aanpak van de nazorgfase
Laat vroegtijdig scenario’s ontwikkelen over de situatie in de nazorgfase. Formuleer op basis daarvan projecten en belast iemand met de uitwerking, bijvoorbeeld onderzoek en verantwoording, zorg voor slachtoffers, schadevergoeding, opvang van eigen medewerkers, herstel en opbouw. Schakel eventueel derden in voor de uitvoering van dergelijke projecten.

Toelichting
Bij de Dakotaramp in 1996 is Commissaris van de Koningin Van Kemenade niet alleen als overheidsorgaan maar ook als werkgever betrokken. Alle 32 inzittenden komen om. De vlucht was een personeelsuitje voor medewerkers van de provincie Noord-Holland. Samen met twee burgemeesters heeft Van Kemenade ten tijde van de ramp met de Dakota (1996) de hulpverlening afgestemd op een aantal categorieën personen met elk een aangepaste aanpak:
‘De eerste groep was uiteraard de groep nabestaanden. De tweede groep waren de directe collega’s en de derde groep bestond uit de mensen die zelf bij de hulpverlening betrokken waren geweest. Voor de directe collega’s is een aantal kleinschalige bijeenkomsten georganiseerd om speciale aandacht te schenken aan de rouwverwerking.’

Op dinsdag 8 oktober 1996 is een bijeenkomst georganiseerd voor alle provinciale medewerkers die een rol hebben gespeeld bij de hulpverlening:
‘Het was aardig om te zien dat veel mensen van de provincie zich verbaasden over de hoeveelheid aanwezige provinciale medewerkers. Het gevoel van verslagenheid in de organisatie was aanwezig, maar doordat iedereen er op dat moment stond, kreeg men een heel sterk wij-gevoel. Velen van de direct betrokkenen maakten die dagen na de ramp vele overuren. Maar het is tekenend dat veel van deze uren door de medewerkers vanuit een bepaalde betrokkenheid nooit in rekening zijn gebracht.’

Twee weken na de ramp, op 10 oktober 1996, wordt het nazorgtraject ingezet:
‘De provincie heeft ten behoeve van nabestaanden getracht invulling te geven aan het idee van ‘caring government’. Vanuit onze verantwoordelijkheid als overheid, maar vooral van die als werkgever, hebben we aandacht besteed aan immateriële en materiële zorg voor de nabestaanden. “Niet alleen woorden, maar ook daden” was ons doel.’

Het opzetten van een nazorggroep is voor de provincie van belang om de contacten te kunnen blijven onderhouden met familieleden van de omgekomen personeelsleden:
‘We hebben ervoor gezorgd dat een team van twee mensen de contacten onderhielden met de nabestaanden van elk van de omgekomen personeelsleden.’

Burgemeester Bruinsma van Vlaardingen heeft in 2006 te maken met een incident met onwel geworden kinderen op een basisschool. De volgende dag houdt de gemeente 's avonds een goedbezochte bijeenkomst met de geschrokken ouders:
'Na dergelijke situaties laat ik steevast een bewonersbijeenkomst organiseren om de spanning uit de lucht te halen'.

Als oud-burgemeester van Haarlemmermeer heeft Hertog te maken met de Schipholbrand in 2005 waarbij elf mensen om het leven komen in een cellencomplex van uitgeprocedeerde asielzoekers. Terwijl het onderzoek van de Onderzoeksraad voor Veiligheid loopt, is het aan de gemeenteraad hoe om te gaan met de gebruiksvergunning voor het deel met de bolletjesslikkers. Besloten wordt de gebruiksvergunning in te trekken. Justitie wordt gesommeerd om het gebouw binnen 36 uur te ontruimen. Dat heeft geleid tot het veelbesproken Koninklijke Besluit, waarmee Justitie het besluit van de gemeente schorst. 
 

Terug naar boven


Aandachtspunt 6. Zorg voor emotionele nazorg voor de eigen organisatie
Wees attent op de verwerking door eigen medewerkers; ook in kader van onderzoeken. De emotionele nazorg voor de eigen organisatie verdient tevens aandacht.

Toelichting
Ook de eigen medewerkers verdienen de nodige aandacht bij een crisis. Zij kunnen indirect betrokken zijn bij de crisis. Bijvoorbeeld doordat familie of kennissen rechtstreeks zijn betrokken of anderszins zodanig zijn ‘geraakt’ door de crisis dat het hun functioneren beïnvloedt.

Van Gils (gemeentesecretaris Enschede ten tijde van de vuurwerkramp in 2000) adviseert collega's om onder dergelijke extreme omstandigheden extra alert te zijn op een ieders functioneren:
'De wethouder die de opvang van de slachtoffers in haar portefeuille had, heb ik die eerste dagen niet gezien. In eerste instantie dacht ik dat het dan wel goed zou gaan. Geen bericht, goed bericht, als het ware. Later bleek dat zij vier dagen lang alleen maar de meest gruwelijke dingen had gezien, verhalen had aangehoord en ziekenhuizen had bezocht. Ze was enorm aangedaan door alles wat ze had meegemaakt. Het is dan heel belangrijk om iemand te hebben waarbij ook zij haar verhaal kan doen'.

Van Gils geeft aan dat voor twee wethouders in het nazorgtraject psychologische hulp is geregeld:
'Er zijn anderen die daar geen gebruik van hebben gemaakt en uiteindelijk meer last van de vuurwerkramp hebben overgehouden'.

Bij de Dakotaramp in 1996 is commissaris van de Koningin Van Kemenade niet alleen als overheidsorgaan maar ook als werkgever betrokken. Alle 32 inzittenden komen om. De vlucht was een personeelsuitje voor medewerkers van de provincie Noord-Holland. Voor de directe collega's wordt een aantal kleinschalige bijeenkomsten georganiseerd om speciale aandacht te schenken aan de rouwverwerking. Van Kemenade haalt een algemene les uit zijn crisiservaring aan, namelijk om kalm te blijven en niet te zeer betrokken te raken bij de ramp:
'Om te kunnen organiseren en te kunnen besluiten moet je de nodige afstand bewaren. Om emotionele toestanden te vermijden hebben we geen directe collega's in de hulpverlening gezet'.

Twee weken na de ramp wordt een bijeenkomst georganiseerd voor alle provinciale medewerkers die een rol hebben gespeeld bij de hulpverlening:
'Het gevoel van verslagenheid in de organisatie was aanwezig, maar doordat iedereen er op dat moment stond, kreeg men een heel sterk wij-gevoel'. 
 

Terug naar boven


Aandachtspunt 7. Houd altijd een interne evaluatie
Houd altijd een interne evaluatie en streef naar samenhang in de externe onderzoeken; wees attent op de rol van het Openbaar Ministerie. Houd rekening met claims bij civiele rechter of bestuursrechter.

Toelichting
Het belang van evaluatie wordt breed onderschreven. Desondanks verlopen evaluaties niet altijd even snel en soepel. Zo geeft burgemeester Burgman bij de dijkverschuiving in Wilnis (2003) bijvoorbeeld aan:
‘Omdat er geen slachtoffers waren gevallen, heeft het Rijk zich teruggetrokken uit de evaluatie. Ik ben er tegenaan gelopen dat veel mensen iets hadden van zand erover en klaar. Daarom heeft de externe evaluatie zo lang op zich laten wachten. Ik ben van mening dat je moet leren van incidenten en moet weten hoe wij het als gemeente Ronde Venen hebben gedaan. Bovendien legt een gemeente met een externe evaluatie ook publieke verantwoording af, los van de verantwoordingsplicht die ik naar de raad heb. Dat behelst meet dan een A4-tje waarop staat dat wij het goed hebben gedaan. De evaluatie is een moeizaam proces geweest. Het heeft tien maanden geduurd voordat het rapport op tafel lag. Ik had nooit verwacht dat er mensen zijn die na een crisis niet willen meewerken aan een evaluatie. Maar aan de andere kant ook wel begrijpelijk, men zit al tot over de oren in nasleep en herstel.’

Ook loco-burgemeester Mittendorff van Eindhoven (ongeval LPG-tank op de randweg, 2001) geeft aan dat het proces niet soepel verliep. In de gemeenteraad is de crisis niet geëvalueerd. De regionale brandweer heeft een evaluatie opgesteld, maar in de ogen van Mittendorff duurt het te lang voordat deze evaluatie uiteindelijk beschikbaar kwam:
‘Ik ben van mening dat een evaluatie een nuttig instrument is om leereffecten te destilleren voor een volgende keer. Zelfs als het naar je eigen gevoel goed is verlopen, kan het toch zinvol zijn om nog eens goed naar de genomen beslissingen en procedures te kijken. Er zijn immers altijd dingen die beter kunnen, zaken waar je een volgende keer alerter op wilt zijn en punten waar je met oefeningen verder aan kunt bijschaven.’

Oud-burgemeester Pop van Haarlem met betrekking tot de brand in de Koningskerk op 23 maart 2003 en het naar aanleiding daarvan gedane onderzoek door de Inspectie OOV:
‘Ik zal iedereen aanraden om scherp te zijn zodra het conceptrapport binnenkomt. Bij een conceptrapport ben je nog in staat om tegengas te geven. Ook zou ik altijd aanraden er een jurist naar te laten kijken, om te voorkomen dat verkeerde of eenzijdige conclusies worden getrokken.’

 

Terug naar boven


Aandachtspunt 8. Overweeg een informatie- en adviescentrum
Overweeg een informatie- en adviescentrum; één loket voor vragen en voorzieningen.

Toelichting
In het weekend van 25, 26 en 27 november 2005 met hevige sneeuwval en stormachtige wind krijgt burgemeester Loohuis van Haaksbergen met een stroomuitval te maken. Op vrijdagavond besluit het beleidsteam in Haaksbergen een opvangcentrum in te richten voor de bewoners van Haaksbergen:
‘In het opvangcentrum konden mensen informatie halen. Ook konden ze daar hun verhaal kwijt en om hulp vragen. In Haaksbergen werden het politiebureau en het gemeentehuis aangewezen als opvangcentrum. In de twee kerkdorpen buiten Haaksbergen kregen de twee kroegen de functie van opvangcentrum. De centra werden meteen voorzien van noodstroom, zodat de teams ter plekke de mensen op een goede manier konden opvangen en vragen konden beantwoorden.’

Bij de Dakotaramp in 1996 komen alle 32 inzittenden komen om. De vlucht was een personeelsuitje voor medewerkers van de provincie Noord-Holland. Commissaris van de Koningin Van Kemenade is niet alleen als overheidsorgaan maar ook als werkgever betrokken:
'Dit had een aantal keuzes tot gevolg. Over de te volgen lijn met betrekking tot de kosten was het bestuur helder, want ze vond dat een werkgever royaal en goed moet zijn richting nabestaanden van haar werknemers. Een andere keuze handelde over de opvang in "eigen" zorg of "publieke" zorg. We hebben in overleg met de Arbodienst bewust gekozen voor de eerste optie. De teams van de provincie en de Arbodient, de zogenaamde AP-teams, verzorgden in eerste instantie de hulpverlening. De teams werden gekoppeld aan de gezinnen van de nabestaanden. In de navolgende weken regelden de AP-teams de psychische, medische, en financiële problemen van de familieleden.'

De hulpverlening gaat een jaar lang op dezelfde voet verder, waarna een geleidelijke afbouw wordt ingezet. Met sommige nabestaanden heeft het contact nog twee of drie jaar geduurd.

Terug naar boven


Aandachtspunt 9. Bepaal strategie bij afleggen van verantwoording
Bepaal strategie naar gemeenteraad en rijksoverheid in kader van verantwoording, ook omtrent eigen positie. 

Toelichting
Er zijn meerdere voorbeelden waarbij gesproken is over het feit of de burgemeester na afloop van de crisis zou moeten aftreden. Eén van deze voorbeelden vormt de Herculesramp in 1996 te Eindhoven. Welschen is burgemeester van Eindhoven op dat moment. Vierendertig slachtoffers komen om, enkele anderen bleven met zware brandwonden in leven. Welschen moest zich vanzelfsprekend in de gemeenteraad verantwoorden:
'Daar kreeg ik alle steun. Evenmin vroegen media om mijn aftreden. Toch heb ik wel getwijfeld of er aanleiding was om af te treden.’

Welschen spreekt erover met minister Dijkstal. Hij spreekt ook met Van Thijn, Tjeenk Willink en een aantal mensen uit de Raad van State over de vraag wanneer een burgemeester af zou moeten treden:
'Het is belangrijk hier voor jezelf duidelijke criteria over te hebben en die ook helder te communiceren. Ik vond geen aanleiding tot aftreden. Toen is het besluit genomen door te gaan'.

Als Oud-burgemeester van Haarlemmermeer heeft Hertog te maken met de Schipholbrand in 2005 waarbij elf mensen om het leven komen in een cellencomplex van uitgeprocedeerde asielzoekers. De dag van de presentatie van het rapport van de Onderzoeksraad voor veiligheid gaat Hertog naar het raadhuis om met het college op tv naar de persconferentie van Van Vollenhoven te kijken:
'Ik heb vele adviezen gevraagd over mijn eigen positie. Bij mij kwam het omslagpunt toen het filmpje over de brand werd getoond. Ik was al ver op het hellende vlak van "ïk houd er mee op". Toen 's middags een fractievoorzitter binnen kwam stuiven met de mededeling dat minister Donner en minister Dekker naar aanleiding van het rapport waren afgetreden, stond ik in dubio. Enerzijds wilde ik aftreden, anderzijds wilde ik mij verdedigen in het raadsdebat van de week erop.' Minister Remkes belt met Hertog om verslag te doen van het kabinetsberaad. 'Het werd me duidelijk dat àls ik wilde aftreden, ik het diezelfde middag zou moeten doen. Anders zou het beeld ontstaan dat ik mij had laten overhalen, omdat ik teveel aan het pluche zou kleven, waar het natuurlijk niet om ging. Drie kwartier later heb ik het besluit genomen om diezelfde dag nog af te treden.' 
 

Terug naar boven


Aandachtspunt 10. Bewaak een integrale aanpak
Bewaak een integrale aanpak; balans tussen korte en lange termijn nazorg; tussen materiele en psychosociale nazorg; tussen burgers en bedrijven; tussen slachtoffers en ‘exploitanten’ van slachtofferschap.

Toelichting
Jaap Pop, Oud-burgemeester van Haarlem, geeft aan hoe de balans kan worden gecreeerd na de brand in de Koningskerk (2003) waarbij drie brandweerlieden het leven laten:
‘Na de begrafenissen wordt het begrafenisbijstandsteam opgevolgd door een nieuw team, dat zich ontfermt over de nazorg binnen het brandweerkorps. Dit team functioneert tot aan de herdenking die een jaar later plaatsvindt. Daarna worden de activiteiten langzaam afgebouwd.’

Van Kemenade over het moment in de fase van nazorg waar de provincie het proces start om tot een herdenkingsmonument te komen na de Dakotaramp (1996):
‘Velen wilden een monument in Den Helder of Texel, maar dit is praktisch gezien veel te ver voor het merendeel van de nabestaanden.’

In de tuin van het provinciehuis in Haarlem wordt op 25 september 1997 een monument onthuld door twee geestelijk verzorgers van de Koninklijke Marine, die na de ramp de nabestaanden hebben opgevangen. Diezelfde dag wordt ook op de luchthaven van Texel een monument onthuld, bestaande uit een bronzen beeld van een DC-3 boven een in roestvast staal uitgevoerd silhouet van het eiland Texel.
‘Er was een groep die per se een monument in de vorm van een vliegtuig wilde, en wel op Texel. Wij hebben dit gerespecteerd en gezegd: “Prima, doe dat vooral, en wij betalen dat ook.”’

Terug naar boven


Aandachtspunt 11. Houd aandacht voor persoonsgerichte benadering van slachtoffers
Houd aandacht voor persoonsgerichte benadering van slachtoffers (caring government); wees duidelijk en transparant. Het geven van aandacht en brede informatie kan latere spanningen voorkomen. Houd rekening met cultuurverschillen bij slachtoffers en betrokkenen.

Toelichting
Een goed voorbeeld van ‘caring government’ vormt de benadering door de gemeente Enschede van de wedu-wen van de brandweermannen van de vuurwerkramp in 2000. Oud-burgemeester Mans daarover:
‘Binnen het college hebben wij een aantal taken verdeeld. Ieder van ons had extra aandacht voor drie gezinnen, echtgenoten of nabestaanden. Ik heb op mijn verzoek de ‘brandweerweduwen’ , - hoe gek dat ook klinkt -, in mijn portefeuille gekregen. Ik besteedde dus extra aandacht aan die gezinnen.’

Bij een persoonsgerichte benadering van slachtoffers is het niet zelden zo dat ook de partner van de burgemeester een rol krijgt. Zo geeft Oud-burgemeester Haanstra (Legionella ramp in 1999) aan veel steun te hebben gehad aan zijn vrouw met wie hij samen slachtoffers bezocht:
'Mijn vrouw is er nooit bewust bij betrokken. Dat is zo gelopen. Je hebt steun nodig in die situaties. Het is een steun geweest om het samen mee te maken en te verwerken.'

Burgemeester Meijer ervaart bij de slachtoffers van de ramp in de Amercentrale in 2003 dat verschillende culturen, - er was sprake van Amerikaanse en Turkse slachtoffers -, een eigen benadering veronderstelt:
‘Je loopt onder die omstandigheden tegen vragen aan waar je nooit over hebt nagedacht. De vraag speelde bijvoorbeeld of ik een imam naar de ketel moest halen. Ik had er geen pasklaar antwoord op. Het is voor mij uitgezocht. Ik moest dat dus niet doen, want als je een imam naar de ketel haalt dan heb je de moed opgegeven en leg je je er bij neer dat de slachtoffers overleden zijn.’

Terug naar boven


Aandachtspunt 12. Schakel relevante groeperingen en personen in bij de nazorg
Schakel relevante maatschappelijke groeperingen en personen tijdig in bij het verwerken van emotie dan wel herstel van verhoudingen. Aandacht voor andere burgers dan directe slachtoffers is te overwegen.

Toelichting
Burgemeesters doen tijdens crises en in de nasleep ervan ook met regelmaat een beroep op maatschappelijke groeperingen in de samenleving. Zoals bij de cafébrand in Volendam de scholen en kerken een belangrijke rol vervullen, kunnen bij andere crises weer andere partijen een belangrijke functie hebben.

Bij zijn benoeming tot burgemeester van Aalburg in 2003 krijgt Buijserd de 'politieke opdracht' mee om een eind te maken aan het 'stoken' in het dorp Veen, een uit de hand gelopen traditie om autowrakken in brand te steken rond Oud en Nieuw. Burgemeester Buijserd over de voorbereidingen om Oud en Nieuw 2006 soepel te laten verlopen:
‘Rond de zomervakantie zijn er gesprekken geweest met de dorpsraadvertegenwoordigers en vertegenwoordigers van allerlei verenigingen. Deze actieve kern wil de handen ineenslaan om nu wel tot een alternatief feest te komen.’

Ook Oud-burgemeester Van Thijn (Bijlmerramp, 4 oktober 1992) wijst op het belang van goede nazorg:
‘Ik heb diverse Nederlandse deskundigen gevraagd om mee te denken over een nazorgplan en de vorm waarin wij de nazorg zouden moeten gieten. De essentie van nazorg is dat het jaren kan en moet duren. In de eerste maanden na de ramp maakt niemand gebruik van de RIAGG-posten, terwijl in de jaren erna de posttraumatische stress zich langzaam opbouwt.’ 

Terug naar boven


 

 

U bent hier

<div></div>