Elzinga vindt burgermeestersvoordracht in strijd met de Grondwet

In het regeerakkoord staat dat de benoeming van burgemeesters en commissarissen van de koningin zal geschieden op basis van een bindende voordracht van de gemeenteraad respectievelijk Provinciale Staten. De regering behoudt het recht om een voordracht om zwaarwegende redenen te weigeren.

De intentie van het akkoord is om deze nieuwe regeling zo spoedig mogelijk bij wet in te voeren. Dat zal niet lukken. Deze figuur van de bindende voordracht voor gemeenteraden en provinciale staten is namelijk frontaal in strijd met de Grondwet.

De ruimte ontbreekt me hier om deze strijdigheid uitvoerig uit de doeken te doen; daarvoor verwijs ik naar mijn bijdrage in het komende nummer van de Gemeentestem (nr. 7274). Kort samengevat komt het er op neer dat bij de grondwetsherziening van 1983 is vastgesteld dat een recht van aanbeveling wel in overeenstemming met de Grondwet is, maar een recht van voordracht niet.

Voor de leden van de Hoge Raad en die van de Algemene Rekenkamer bestaat weliswaar ook een recht van voordracht, maar daarvoor is een grondwettelijke grondslag in het leven geroepen. Wil men een dergelijke voordrachtprocedure eveneens laten gelden voor de benoeming van burgemeester en commissaris, dan moet daarvoor de Grondwet worden gewijzigd.

Dat kan pas in de volgende regeerperiode worden gerealiseerd door een tweede lezing af te wikkelen. Het gevolg van een en ander is dat het regeerakkoord van het kabinet-Balkenende IV op dit onderdeel een hoog dode mus-gehalte heeft. De voorgenomen verbetering van de inspraak bij de benoeming van burgemeesters en commissarissen kan - anders dan de bedoeling is - niet in deze regeerperiode worden gerealiseerd.

Gezien het verloop van het burgemeestersdossier in de vorige kabinetsperiode is dit wel een buitengewoon knullige situatie. Juist hier had men zeer zorgvuldig moeten kijken welke marges er zijn en hoe op een adequate wijze deze Kroonbenoemingen in een wat rustiger vaarwater kunnen worden gebracht. De onderhandelaars hebben zich terzake slecht laten adviseren.

Het gevolg zal zijn dat nu opnieuw allerlei politiek gedoe en gekrakeel zal ontstaan omdat het regeerakkoord niet een helder aanknopingspunt bevat. De onderhandelaars van PvdA, CDA en CU leefden in de veronderstelling dat ze een mooi compromis in het coalitieakkoord hadden opgenomen, dat het midden houdt tussen de Kroonbenoeming en de door de raad gekozen burgemeester. Dat midden wordt wel gehouden, maar de gekozen figuur is onuitvoerbaar.

Een en ander betekent dat voorlopig weer moet worden teruggevallen op een verbetering van het thans bestaande recht van aanbeveling. In de praktijk is gebleken dat de aanbeveling met twee personen niet goed werkt en aanleiding geeft tot het hanteren van allerlei gecompliceerde procedureregels. Het ligt daarom in de rede om het enkelvoudige recht van aanbeveling in te voeren, met daarbij de mogelijkheid voor de Kroon om de aanbeveling terug te sturen.

Bij de waterschappen is met deze figuur van de enkelvoudige aanbeveling goede ervaring opgedaan en daarom kan deze ook voor gemeenten en provincies zonder al te veel problemen worden ingevoerd. Daarnaast zal opnieuw een traject van grondwetsherziening moeten worden bewandeld, waarbij alle figuren - direct gekozen, door de raad benoemd, recht van voordracht - ongetwijfeld opnieuw de revue zullen passeren. Of er op dat punt resultaten kunnen worden geboekt, is hoogst twijfelachtig vanwege de diepe politieke verdeeldheid op dit punt.

Bron - www.binnenlandsbestuur.nl
Jaargang
: 2007, aflevering 18, pagina 17
Auteur: D.J. Elzinga

U bent hier

<div></div>