Effect-onderzoek rekenkamers

Lokale rekenkamers moeten goed in de gaten houden welk effect ze met hun onderzoek sorteren. Viktor Eiff, de nieuwe voorzitter van de Nederlandse vereniging van rekenkamers en rekenkamercommissies (Nvrr), stelt dat naar aanleiding van een onderzoek waaruit blijkt dat wezenlijke effecten van rekenkameronderzoek beperkt zijn.

Aanvankelijk was zijn reactie op het ledenpanelonderzoek van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten - driekwart van de burgemeesters, wethouders, raadsleden, raadsgriffiers en ambtenaren zegt dat rekenkameronderzoek niet heeft geleid tot wezenlijke aanpassingen van het beleid - een andere. ‘De meeste rekenkamers bestaan nog maar kort, waardoor concrete beleidswijzigingen en effecten nog niet zijn aan te tonen. Bovendien: als de gecontroleerden zich positief zouden uitspreken, rijst de vraag of rekenkamers wel voldoende kritisch zijn’, aldus Eiff in eerste instantie.

Toch denkt hij dat het een goede zaak is om alert te blijven op deze ontwikkelingen. Hij wil daar in elk geval als directeur van de Amsterdamse Rekenkamers een bijdrage aan leveren. ‘Op vrijwel elk rekenkameronderzoek volgt een jaar na dato een vervolgonderzoek om te zien wat er met onze aanbevelingen is gebeurd. Dat is voor ons en voor de raad handig. Onze ervaring is dat de raad in Amsterdam niet altijd even kloeke en heldere besluiten neemt over wat er op grond van onze aanbevelingen moet gebeuren’, zegt Eiff. De raad in Zaanstad - de gemeente waar Eiff eveneens directeur van de rekenkamer is - heeft daar volgens hem meer kaas van gegeten.

Bron - www.binnenlandsbestuur.nl

U bent hier

<div></div>