07/05 Sociale media en de vermissing

Deze zomer brengt het lectoraat Crisisbeheersing van Menno van Duin een publicatie uit waarin wordt teruggeblikt op diverse (mini)crises uit 2013. Met co-auteurs Michel Dückers en Jorien Holsappel (beiden werkzaam bij Impact) schreef ik een hoofdstuk over de vermissing van de Zeister broertjes. In onze reconstructie leggen wij de vraag op tafel of de vermissing, ondanks alle online aandacht, wel zo’n typische social media-casus was.

Online buzz
Vanaf het moment dat de moeder haar eerste Facebookbericht plaatst, ontstaat op zowel Facebook als twitter een online buzz. Op dat moment lijkt vooral het mediagenieke karakter van het nieuws mee te spelen: het is een ‘bijzonder verhaal’. Alle scenario’s staan die avond nog open. Van het onderbrengen op een onbekende locatie tot moord. Het nachtelijke Amber Alert brengt de vermissing breder onder de aandacht en zorgt ervoor dat het nieuws ook in ochtendjournaals wordt meegenomen. Het is in CNN-termen een ‘developing story’ die online gevolgd kan worden.

Had de casus ook zonder Facebook en twitter voldoende mediagenieke componenten in zich om een langdurige, landelijke impact te krijgen? Waarschijnlijk wel. De  raadselachtige verdwijning van twee jonge kinderen waarvan de vader zichzelf van het leven had beroofd, vormde van meet af aan een voedingsbodem voor speculatie. Daarnaast spreken verdwijningen van kinderen sowieso tot de verbeelding. Denk aan de media-impact van de vermissingen van Lusanne van der Gun uit Oldeberkoop (2003), Milly Boele uit Dordrecht (2010) en Anass uit Wassenaar (2013). Daarnaast was het voor velen ook een herkenbaar verhaal: twee ouders die met elkaar in scheiding liggen en ruzie maken over het lot van de kinderen. Dat vormt – in combinatie met de radeloosheid die uit het eerste Facebookbericht van de moeder  spreekt – een “ergst denkbare nachtmerrie” met een open eind.

Raadselachtig
Als tweede element speelde mee dat de vermissing wekenlang aanhield, waardoor het raadsel eerder groter dan kleiner werd. Sporen liepen dood. De tijdslijn van de route die de vader had gereden bevatte gaten. De puzzel bleef lange tijd onopgelost en bevatte ingrediënten die doen denken aan de ontvoering van Gerrit-Jan Heijn in 1988 of, meer recent, de vermissing van het toestel van Malaysia Airlines. In deze verdwijningszaak versterkte de lange duur van de raadselachtige verdwijning de mediagenieke kant. Geen andere verdwijning heeft in 2013 tot een vergelijkbare onrust op Nederlandse bodem geleid.

Zoekgebied
Tot slot speelde mee dat het zoekgebied zich over een groot deel van het land uitstrekte. Alles tussen Het Doornse Gat en Neerbeek werd potentieel zoekgebied. De crisis kwam daarmee – zoals Hart van Nederland zou zeggen – voor veel mensen letterlijk ‘heel dichtbij’. Want mogelijk was de vader langs hun huis gereden of waren de kinderen onderweg in hun dorp begraven. Het voedde als het ware het gevoel van betrokkenheid.

Organisatiekracht
Sociale media speelden onmiskenbaar een rol bij het oproepen tot en kanaliseren van de hulp door mensen die mee wilden doen met de burgerzoektochten. Ook daar is echter nuance op zijn plaats. De burgerzoektochten waren als zodanig niet nieuw. Een vermissingszaak van de 10-jarige Michael uit Luttelgeest leidde in december 2012 nog tot een grote zoekactie in en rond het dorp. Een paar maanden daarvoor startten vrienden van de vermiste Gino van Montfort, medeoprichter van voetbalsite Catenaccio, een zoektocht rond Beringe. In beide gevallen waren de zoektochten van korte duur, omdat de lichamen na een aantal dagen werden gevonden, nabij de plek waar zij voor het laatst zijn gezien.

Hier was sprake van een groot potentieel zoekgebied. Net zoals er bij de verdwijning van Steve Fosset in 2007 gebruik is gemaakt van online mogelijkheden om zijn verdwenen toestel terug te vinden, zijn hier passende middelen gezocht om de zoekinspanningen van goedwillende burgers te coördineren. Bij Steve Fosset werd een centrale website gebruikt, bij Ruben en Julian ontwikkelden Facebook en het twitteraccount @JulianRubenNL zich tot de centrale platformen.

Niets nieuws onder de zon
Zou de impact zonder sociale media minder groot zijn geweest? Het valt te betwijfelen.De vermissing was dermate mediageniek, dat het ook zonder sociale media tot vergelijkbare aandacht had geleid. Sociale media hebben er mogelijk wel voor gezorgd dat de crisis snel piekte en relatief snel werd opgepikt, maar de impact gedurende de weken van de vermissing zou zonder sociale media waarschijnlijk van vergelijkbare grootte zijn geweest.

Ook de drijfveren om te helpen waren vergelijkbaar met andere zoektochten. Door de lange duur van de vermissing en het grote zoekgebied voelden meer mensen zich aangesproken om te helpen. Zij gebruikten Facebook en twitter omdat het domweg praktische instrumenten waren die aansloten bij hun wens om te helpen zoeken. Het zoeken was de drijfveer, niet het sociale media gebruik. Ook daar was dus weinig nieuws onder de zon.

Wouter Jong/NGB

 

7 mei 2014
NGB/Wouter Jong

 

Over NextLevel
Deze weblog is geschreven in het kader van het project NextLevel. NextLevel is een tweejarige onderzoeksproject van de Hogeschool Utrecht, waarin onderzoek wordt gedaan naar crisiscommunicatie en veiligheid. Het NGB is projectpartner in dat onderzoek.

naar vorige weblog over het congres over digitale verstoring avn de openbare orde.

 

 

 

 

U bent hier

<div></div>