22/02 Journalisten en noodverordening

Maandagavond vond in Groningen een interessante bijeenkomst van de Noorder Pers Sociëteit plaats. Het thema was de status van de journalistiek in een gebied waarin een noodverordening geldt. Specifiek ging het om het gebied rond Woltersum, waar in januari jl vanwege het hoogwater een noodverordening was afgekondigd. In mijn optiek zijn er twee manieren om naar te kijken: de strikt juridische en maatschappelijke rol.

Juridisch gezien geldt de noodverordening primair voor de openbare weg. Daarmee haakt het aan op de aloude discussie of een noodverordening uberhaupt voldoende rechtskracht biedt om een evacuatie van een heel gebied gestalte te geven of dat het alleen geldt voor de openbare weg. Volgens sommigen zijn evacuaties in principe niet toegestaan omdat je op basis van het noodrecht niet van de privacywaarborg uit artikel 10 Grondwet af mag wijken. Dat impliceert dat mensen in hun eigen huis zouden mogen achterblijven. Anderen zijn van mening dat het wel degelijk legitiem is om mensen uit een gebied te evacueren, ook als zij zich in huis bevinden. Maar stel dat de journalist zich in het gebied op de openbare weg bevindt. Elk ander zou dan het gebied moeten verlaten, maar hoe zit het dan met de journalist?

Volgens Ernst Brainich, die heeft meegewerkt aan het Zakboek Openbare Orde en Veiligheid van het NGB, mag een burgemeester of voorzitter van het RBT op grond van Gemeentewet niet afwijken van de Grondwet. Maar afwijken van Grondwet heeft betrekking op vrijheid van meningsuiting, dat wil zeggen op de instelling van censuur. Daar is in deze casus geen sprake van. Een burgemeester zegt niets over de inhoud van wat media zeggen.

Een burgemeester mag evenmin afwijken van direct werkende verdragsbepalingen vanwege art. 94 Grondwet. Echter, hij kan volgens Brainich wel een beroep doen op de beperkingsclausules in die verdragsbepalingen. De eerste die volgens hem relevant is, is bewegingsvrijheid. Die wordt immers beperkt bij het gelasten van een evacuatie. De tweede die relevant is, is de vrijheid van nieuwsgaring. Die kan worden beperkt vanwege onder meer de openbare veiligheid (Zie art. 12 en 19 Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten jo art. 10 Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, art. 2 Vierde protocol bij het EVRM).

Brainich stelt dat het wel degelijk mogelijk is om journalisten de toegang tot een geevacueerd gebied te ontzeggen, maar uiteraard wel met toepassing van de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit. Dat laatste wil zeggen: indien er feitelijk voorzieningen kunnen worden getroffen om journalisten toch toe te laten, bijvoorbeeld door hen te vervoeren of te begeleiden, dan moeten ze een kijkje kunnen nemen. Een en ander is samengevat in Tekst en commentaar Openbare orde en veiligheid, 2de druk 2011, onder art. 175 Gemeentewet, p. 38-39.

Vanuit maatschappelijk oogpunt is het keer op keer de vraag of het weigeren van journalisten strikt noodzakelijk is. Is de dreiging urgent, of kan men zonder al te grote risico's het gebied in om nog uit eerste hand de verhalen van bewoners op te tekenen? Zowel bestuur als journalist zullen daar hun eigen afwegingen bij maken. Uit de discussie in Groningen kwam helder naar voren dat journalisten geen professionele ramptoeristen zijn. Zij komen op voor principiele grondrechten. Ook het bestuur moet zich realiseren dat dàt een groot goed is, ook onder crisisomstandigheden.  

21 februari 2012
NGB/Wouter Jong

 

 

U bent hier

<div></div>