Loco-burgemeesters aan het woord

Loco-burgemeester uit de luwte - Vier jaar lang is de eerste wethouder ook loco-burgemeester. Meestal is dat niet meer dan een titel, een extra regel in een functieomschrijving. Totdat de burgemeester op vakantie gaat en de loco zijn plaats inneemt. Binnenlandsbestuur.nl voelt zes reserveburgemeesters aan de tand. Vandaag die van Goes: Rinus Dieleman.

U was in juni waarnemend burgemeester van Goes. Hoe ging dat?
‘Prima. Er zijn geen rare dingen gebeurd, geen rampen. Elke burgemeester hoopt natuurlijk dat hij daar niet mee te maken krijgt. Dus dat geldt ook zeer zeker voor de loco-burgemeester.’

Was u goed voorbereid op de functie?
‘Ik heb een verkorte opleiding burgemeesterschap gekregen van de aanstaand directeur van de veiligheidsregio. We hebben alles nog eens doorgenomen.’

En hoe verhield zich dat tot de praktijk?
‘Die is natuurlijk anders. Ik had zes inbewaringstellingen. Dat is veel voor de zomer, heb ik me laten vertellen. Je wordt gebeld, meestal ’s avonds en soms zelfs ’s nachts. De behandelend psychiater komt dan langs met de formulieren. Het gaat om mensen die een gevaar zijn voor zichzelf of de samenleving. Dan heb je wel zoiets van: wat gebeurt hier allemaal? Ellende. Maar je moet er doorheen.’

Dat zijn de minder leuke kanten. Wat waren de leuke?
‘Ik heb mijn eerste koninklijke onderscheiding mogen uitreiken. Aan een mevrouw die blindengeleidehonden opleidt. Ze had helemaal niets in de gaten. Toen kon ik haar vertellen dat ze de onderscheiding ‘Lid in de Orde van Oranje Nassau’ kreeg. Een prachtige ervaring.’

Is de agenda van een burgemeester te behappen voor een wethouder?
‘Je weet absoluut niet wat je gaat overkomen. Mijn agenda zat al vol. Dan moet je ook nog voorzitter van het college spelen en links en rechts dingen tekenen. Rustig blijven en even goed nadenken, dat is het belangrijkste. Sommige activiteiten waren prima te combineren. Bij het jeugdtoernooi van de scholen is normaal de burgemeester aanwezig én de wethouder sport. Dit keer waren beiden door mijn persoon vertegenwoordigd.’

Bij de eerste keer waarnemen is de pieper een berucht item, klopt dat?
‘De pieper. Die moet je altijd mee hebben. De eerste nachten slaap je wat onrustig. Je legt hem dicht bij je bed, zodat je hem goed kan horen voor als er iets gebeurt. Als ‘ie maar niet gaat, denk je steeds, als ‘ie maar niet gaat. Maar het went snel. Na twee of drie dagen merk je nog amper dat je hem mee hebt.’

Dit is de tweede aflevering van een zestal vraaggesprekken met loco-burgemeesters. Op 31 juli verschijnt deel drie van de serie

Bron - Binnenlandsbestuur

U bent hier

<div></div>