Nationaal politiebestel moet van tafel

Vlak voor de Tweede Kamerverkiezingen is een wetsvoorstel bij de Tweede Kamer ingediend om het politiebestel te centraliseren. Het voorstel gaat uit van de komst van één landelijke politieorganisatie met een eigen rechtspersoonlijkheid.

Het aantal politieregio's blijft vooralsnog op 25, maar dit aantal kan bij algemene maatregel van bestuur worden veranderd. Aan de top van de nieuwe politieorganisatie staat een directieraad. Deze is verantwoordelijk voor de leiding en het beheer van de politie, waaronder de verdeling van gelden over de politieregio's. Het belangrijkste gevolg van het voorstel is dat de positie van de regionale korpsbeheerder wordt geschrapt. In algemene zin wordt de invloed van het decentrale bestuur op het functioneren van de politie aanzienlijk teruggedrongen. Vanwege de vergaande gevolgen van dit voorstel is besloten met de verdere afhandeling te wachten op de resultaten van de kabinetsformatie. Dit betekent dat bij de onderhandelingen over een nieuw kabinet het politiedossier een prominente plaats zal innemen.

In een bijdrage in de Volkskrant van 7 december jongstleden betoogt Cees Fasseur, die nauw betrokken was bij de totstandkoming van de Politiewet-1993, dat de discussie over de nieuwe Politiewet een machtsstrijd is tussen enerzijds lokale politiepotentaten - de korpsbeheerders - en anderzijds de ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken. 'Wie is de baas in politieland? Zijn dat de 25 burgemeesters die tevens korpsbeheerder zijn of is dat, via het opstapje van de directieraad, de minister onder parlementaire controle?'

Voor Fasseur is de conclusie duidelijk. De opgebouwde lokale machtsposities van de korpsbeheerders zijn ondemocratisch van aard, omdat er geen directe relatie is van de korpsbeheerder met een volksvertegenwoordiging. Nationaliseert men nu het politiebeheer dan neemt het democratisch gehalte van de politieorganisatie aanmerkelijk toe, omdat de minister bij voortduring door het parlement ter verantwoording kan worden geroepen. Volgens Fasseur voeren de tegenstanders bovendien een achterhoedegevecht. Zij zouden het lokale en regionale belang stellen boven het algemeen belang. De betrokkenen bij de kabinetsformatie zouden ruim moeten denken en het algemeen belang boven de regionale en lokale belangen moeten plaatsen.

Op het betoog van Fasseur valt veel af te dingen. Als historicus zou hij moeten weten dat de Nederlandse politieorganisatie een diepgewortelde lokale traditie heeft die van grote betekenis was en is. Zijn tegenwerping dat de lokale inbedding gehandhaafd blijft omdat het gezag over de politie op het lokale niveau blijft, is zeer naïef. De geschiedenis van de politieorganisatie heeft laten zien dat het onderscheid tussen beheer en gezag een zeer betrekkelijk, maar ook een verhullend onderscheid is. De kernvraag is namelijk niet wie het gezag heeft over de politie of wie het beheer voert, maar de cruciale vraag is door wie het politiebeleid wordt vastgesteld.

De Politiewet-1993, bij de totstandkoming waarvan Fasseur nauw betrokken was, is op dit punt uiterst gebrekkig. In eerste aanleg was het de bedoeling dat het politiebeleid in hoofdzaak zou blijven op het lokale niveau. De praktijk liet echter al snel zien dat het politiebeleid is opgegaan in het regionale politiebeheer. Ook nu weer wordt betoogd dat gezag en beleid zijn gekoppeld; de kans is echter levensgroot dat het nationale politiebeheer de beleidsvoering over de politie mee zal zuigen. De laatste jaren hebben laten zien dat de politieministers staan te trappelen om de politie niet alleen beheersmatig maar ook beleidsmatig aan te sturen.

De echte discussie gaat dan ook niet slechts, zoals Fasseur stelt, over de machtsposities van de lokale politiepotentaten, maar vooral over de vraag of een einde moet worden gemaakt aan het decentraal ingebedde politiebeleid dat zo kenmerkend is voor het Nederlandse openbaar bestuur. Er zijn vele argumenten die pleiten voor handhaving van deze decentrale opzet. De nationalisering van het politiebestel moet daarom van tafel en er moet worden omgezien naar andere en betere methoden om het voorliggende politievraagstuk op te lossen.

Bron - Binnenlandsbestuur







U bent hier

<div></div>