Een door de raad gekozen burgemeester tast diens geloofwaardigheid aan

In het regeerakkoord van het nieuwe kabinet zal opnieuw positie moeten worden bepaald met betrekking tot de gekozen burgemeester. De kans dat de direct door de bevolking gekozen burgemeester er komt, is zeer klein omdat vooral CDA, PvdA en SP daartegen grote bezwaren hebben.

De kans is daarom het grootst dat er een vorm van verkiezing door de gemeenteraad komt. Ten aanzien van die raadsverkiezing moet worden vastgesteld dat niet alle vormen van raadsverkiezing wenselijk zijn. Het meest onwenselijk is de raadsverkiezing waarbij de burgemeester gelijktijdig wordt gekozen met de gemeenteraad.

Een dergelijke verkiezing heeft vergaande gevolgen voor de taakuitoefening van de burgemeester. De specifieke kenmerken van het huidige burgemeestersambt - waaraan in ons land zeer wordt gehecht - zullen de nek om worden gedraaid. Indien de burgemeester gelijk met de raad wordt gekozen, dan zal dat onherroepelijk betekenen dat het burgemeesterschap verandert in een soort eerstewethouderschap. De lijsttrekker van de partij die de meeste stemmen heeft behaald, zal in veel gevallen het ambt van burgemeester gaan uitoefenen. Bij zittende burgemeesters doet zich dat effect niet meteen voor, maar op den duur zullen de kandidaten voor het burgemeesterschap niet meer van buiten de gemeente komen, maar in hoofdzaak uit de kring van de politieke leiders in de gemeente. Het gevolg hiervan is dat het burgemeesterschap sterk politiseert, hetgeen eveneens het geval is bij een directe verkiezing door de bevolking.

Die politisering heeft in de eerste plaats tot gevolg dat de burgemeester niet langer voorzitter van de raad kan zijn. Vervolgens zijn er diverse taken in de sfeer van openbare orde en veiligheid die zich minder goed lenen voor uitoefening door een gepolitiseerde burgemeester. En in algemene zin zal de min of meer neutrale positie die de burgemeester nu heeft - in de richting van de burgers en in de richting van de gemeentelijke organen - verdwijnen. En het is nu juist aan die min of meer neutrale functie-uitoefening van de burgemeester waaraan in ons land zeer wordt gehecht.

Onderzoek heeft aangetoond dat de Nederlandse bevolking deze neutraliteit van de burgemeester zeer waardeert, uit ander onderzoek blijkt dat het functioneren van min of meer neutrale burgemeesters een zegen is voor de gemeentelijke democratie en voor de lokale gemeenschap. Bij de democratisering van de benoemingswijze is het daarom zeer verstandig om naar een vorm van verkiezing of benoeming te zoeken die deze neutrale functie-uitoefening in stand laat.

Wordt de Kroonbenoeming in enigerlei vorm gehandhaafd, dan kan een aanzienlijke verbetering worden bereikt door de gemeenteraad het recht te geven een enkelvoudige aanbeveling op te stellen. Dit betekent dat de raad in feite de burgemeester aanwijst en er voor de Kroon nauwelijks mogelijkheid is om van die enkelvoudige aanbeveling af te wijken. Het handhaven van de Kroonbenoeming heeft dan vooral als functie om ook kandidaten van buiten de gemeente een kans op benoeming te geven. Vooral door die herkomst van buiten de gemeente is de Nederlandse burgemeester zo goed in staat om zijn rol min of meer neutraal in te vullen.

Wenst men na een grondwetsherziening de Kroonbenoeming af te schaffen, dan is het wijs om de burgemeester niet tegelijk met de raad te kiezen, maar de raad het recht te geven de burgemeester aan te wijzen op een ander moment en voor een periode van zes jaar. Door de uiteenlopende zittingsperiode en het afwijkende moment van verkiezing kunnen de specifieke kenmerken van het ambt in stand blijven. Indien daarnaast de mogelijkheid bestaat dat kandidaten van buiten de gemeente mee kunnen doen, dan zijn er voldoende waarborgen voor de handhaving van de neutrale burgemeester waaraan in ons land zo wordt gehecht.

prof. mr. Douwe Jan Elzinga, Hoogleraar staatsrecht RU Groningen
Jaargang: 2006, aflevering 45 pagina 14
Auteur: D.J. Elzinga

Bron - Binnenlandsbestuur

U bent hier

<div></div>