25/07 We doen een plas...

De evaluaties van incidenten hebben doorgaans een hoog staaltje `we doen een plas en alles blijft zoals het was´-gehalte. Toch kom je van tijd tot tijd vermakelijke zaken tegen wanneer je de incidentevaluaties er op na slaat. Twee recente voorbeelden.

Euroborg
Een van de meest opvallende evaluaties die het afgelopen halfjaar is verschenen, is toch wel de evaluatie van de brand in het Euroborgstadion. De evaluatie is uitgevoerd door de DSP-groep onder verantwoordelijkheid van het Auditteam Voetbalvandalisme. Na een gedegen feitenrelaas volgen bijzondere conclusies, waarbij de schuld vooral bij FC Groningen wordt gelegd. Zo had de club de brandweer op de hoogte moeten brengen van de brandgevaarlijke actie met de toiletrollen. Het gegeven dat de brandweer na een vergelijkbare Jubileumactie van twee weken eerder geen preventieve aanbevelingen had, roept de vraag op welke extra informatie redelijkerwijs van FC Groningen verlangd had kunnen worden. Het rapport geeft dáár geen antwoord op.

Een tweede opvallende conclusie gaat over de commandokamer in het stadion. De stelregel is dat alleen operationele mensen in de commandoruimte aanwezig zijn. Een brandpreventist, die eerder ook bij het commandantenoverleg aanwezig was (p. 8), blijkt tijdens de brand niet operationeel inzetbaar te zijn. Het Auditteam concludeert hierover het volgende: “Ten onrechte bestond in de commandokamer de indruk dat de preventiemedewerker van de brandweer een operationele rol had in de melding en bestrijding van de brand. De aanwezigheid van deze medewerker in het stadion en de commandokamer, wekte deze verwarrende indruk. Feitelijk had hij echter geen formele operationele rol of verantwoordelijkheid en daarmee was zijn aanwezigheid formeel niet van belang.”

De preventiemedewerker had niets in de ruimte te zoeken en dat had – volgens de onderzoekers – FC Groningen ogenschijnlijk moeten weten. Een vergaande gevolgtrekking uit het minutieuze feitenrelaas. Ter vergelijking de situatie waarbij iemand tijdens een theatervoorstelling een hartaanval krijgt. De voorstelling stopt en er wordt om een arts gevraagd. De arts is niet aanwezig in zijn hoedanigheid van ‘arts’, maar omstanders mogen verwachten dat hij die rol op zich neemt zodra daartoe aanleiding zal zijn. Maar zover willen DSP en Vliegenthart in dit geval niet gaan. De aanwezigheid was enkel “formeel niet van belang”, zonder deze afvaardiging van de brandweer als “onwenselijk” te willen betitelen of te stellen dat hij alsnog zijn operationele rol op zich had moeten nemen. We doen een plas, maar houden de structuur zoals die was...

Incident Ooij
Een ander opvallend rapport dat afgelopen week verscheen houdt een incident in Ooij tegen het licht. Op 14 februari 2008 heeft zich tijdens een inzet op de Waal een ongeval voorgedaan met een snelle interventieboot (SIB) van het brandweerkorps van de gemeenten Millingen aan de Rijn/Ubbergen/Groesbeek. De IOOV onderzocht de zaak. Een van de meest opvallende zaken: “Over de snelheid van de SIB bestaat geen eenduidigheid. De schipper schat de snelheid waarmee hij gevaren heeft op 10 km/uur en de bemanning tussen 20 - 30 km/uur. Uit de radarbeelden van de waterpolitie komt naar voren dat de SIB met een snelheid van bijna 55 km/uur heeft gevaren.” (pag. 13).

Het rapport van de IOOV legt gelukkig wél de vinger op de zere plek. De voornaamste aanbeveling richt zich op het korps, dat nadrukkelijk wordt aangespoord om aan het veiligheidsbewustzijn te werken.


23 juli 2008
NGB/Wouter Jong

 
Reageren?

Reacties op deze weblog zijn welkom. Klik hier om te reageren.

 
Verder lezen?
Klik door voor een overzicht van evaluaties.  

naar vorige weblog 

 

U bent hier

<div></div>