'Stroom uit, spot aan': Sterker uit stroomuitval

Burgemeester Karel Loohuis van Haaksbergen is te lang in touw geweest gedurende de grote stroomstoring vorig jaar. Dat is ook zijn eigen les geweest, blijkt uit het rapport ‘Stroom uit, spot aan’. ‘Niet doorgaan tot je moe wordt en het zelf niet meer overziet, omdat je dan wellicht slechte beslissingen neemt.’

Voor UT-studente Jessica Zoethout was de grote stroomstoring van november 2005 een geluk bij een ongeluk. Zij was in opdracht van het Bestuurlijk Netwerk Crisisbeheersing juist begonnen andere crises te onderzoeken. Maar de storing in Haaksbergen, Berkelland en het Zeeuwse Hulst leverde veel beter vergelijkingsmateriaal op, omdat er drie gemeenten op hetzelfde moment voor langere tijd werden getroffen. ‘Dat is heel bijzonder’, verklaart Zoethout.

In haar rapport ‘Stroom uit, spot aan’ neemt Jessica Zoethout de rol van de drie burgemeesters onder de loep: Karel Loohuis van Haaksbergen (dat gemiddeld 50 uur zonder stroom zat) Hein Bloemen van Berkelland (dat het meer dan twaalf uur zonder elektriciteit moest stellen) en Jan-Frans Mulder van de Zeeuwse gemeente Hulst (dat circa 24 uur van alle moderne gemakken was verstoken).

Het onderzoek werd gedaan in opdracht van het Bestuurlijk Netwerk Crisisbeheersing, een initiatief dat burgemeester Jan Mans van Enschede na de vuurwerkramp nam. Het doel daarvan is dat bestuurders zich voorbereiden op rampen en daarbij leren van elkaars ervaringen. Zelf had Mans indertijd ontdekt dat ervaringen en kennis van anderen niet erg gemakkelijk toegankelijk zijn voor gemeentebesturen op het moment dat zij kampen met een crisis.

Tamtam
De drie burgemeesters zijn het over één ding roerend eens. In de woorden van Mulder tegenover Zoethout: ‘Draaiboeken kunnen heel mooi zijn, maar tijdens een stroomstoring ben je aangewezen op primitiviteit, op de tamtam.’ Het was voor Mulder de belangrijkste les uit het donkere novemberweekend. En ook zijn beide collega’s kwamen tot die conclusie. ‘Burgers denken vooral: als het crisisplan maar goed is, dan gaat het wel goed. Burgemeesters denken daar heel anders over. Zij zeggen: Dat moet in je hoofd zitten, niet dat je de boeken er nog eens bij moet pakken. Praktijk en theorie zijn toch tegenstrijdig met elkaar’, concludeert de onderzoekster.
Voor Hein Bloemen van Berkelland was de belangrijkste les dat hij voortaan in een veel vroeger stadium veel actiever geïnformeerd wil worden. Zoethout: ‘Daarbij krijgt hij liever een worst-case-scenario voorgeschoteld, met uiteindelijk een goede afloop, dan een mooi script dat slecht afloopt.’

De vraag waar Zoethout antwoord op wilde hebben, luidde: Aan welke kwaliteiten moet een burgemeester voldoen om tijdens een langdurige stroomstoring effectief leiding te geven en daarmee te voldoen aan de verwachtingen van de burger.

Zoethout sprak eerst met de burgers, om een goed beeld te krijgen van wat zij van hun eerste burger verlangen in zo’n situatie, pas daarna maakte ze een afspraak met de burgemeesters. Het moeilijkst bleek het om inwoners van Berkelland te spreken te krijgen. ‘Waarschijnlijk omdat het een nieuwe gemeente is en de burgemeester er pas een paar maanden was. Bovendien was de crisis daar van vrij korte duur’, schetst de onderzoekster.

Gouden greep
De belangrijkste eis waar de burgemeester in elk geval aan moet voldoen, is goede communicatie met zijn burgers en juist die was erg lastig zonder elektriciteit. Vandaar dat Bloemen goed scoorde met een informatiebrief van eigen hand. ‘Een gouden greep’, vonden zijn inwoners. Maar ook belangrijk, volgens zowel bevolking als burgemeester: Nooit iets beloven wat je niet waar kunt maken. In die context werd ook geconstateerd dat Loohuis zich soms te veel op andere raadgevers had verlaten. Zoals de beloften van Essent wanneer de storing over zou zijn, die steeds niet werden gehaald.

Karel Loohuis liet de onderzoekster weten dat hij veel had gehad aan de persoonlijke ervaringen van Jan Mans. Drie goede lessen leerde hij daarvan: 

  • Zorg voor goede communicatie.
  • Besef dat je het gezicht bent van alles dat er gebeurt en gedraag je daar naar.
  • Zorg dat de crisis je niet zo gaat beheersen, dat je aan één stuk doorgaat laat je op tijd vervangen!

Dat laatste was Loohuis bijna funest geworden. Zoethout: ‘Dat was zijn valkuil, dat hij 24 uur per dag in touw was. Een leermoment. Het is goed dat de storing drie dagen heeft geduurd, want was dat een week geweest, zoals in New York afgelopen zomer, was hij misschien wel verkeerde beslissingen gaan nemen.’ Dat is hem nu echter bespaard. Lachend: ‘Hij verbaasde zich eigenlijk over de energie die hij nog in zich had. Dat hij op zo’n moment de kracht nog had om door te gaan.’

Bron: TC Tubantia

Verder lezen?
Klik door voor de Nieuwsbrief Crisisbeheersing van november 2006 die geheel in het teken staat van de stroomstoringen.

U bent hier

<div></div>