12/03 Evidence based besturen

De zesde Lochemconferentie zit erop. Een van de meest prikkelende onderdelen was het pleidooi van Dorien Konst (bureau KplusV) voor evidence based bestuur. Een niet-bestaand begrip, waar meer dan tweehonderd burgemeesters zich inmiddels een mening over hebben gevormd.

Evidence based besturen rekent af met Best practices en expert opinions. Volgens Konst schuilt in het hanteren van 'best practices' als basis voor het bestuur in het feit dat men voor een aanpak kiest, vanwege het simpele feit dat het al vijftig jaar zo gebeurt. Hetgeen in een veranderende wereld niet per definitie de beste strategie is. Ook wordt afgerekend met de befaamde expert opinion. Een expert kan van alles zeggen, want hij denkt en voelt. Maar hoe weten we zo zeker dat de expert het bij het juiste eind heeft?

“Waarom stoelen we het bestuur niet op empirisch onderzoek? Er zijn aanknopingspunten vanuit de sociaal wetenschappelijke kennis om de prosociale samenleving te bevorderen. Veiligheid is hét onderwerp om evidence based bestuur in te zetten. Is er immers een ander onderwerp waar we met zijn allen meer mee hebben?” Konst onderbouwt haar pleidooi met een aantal praktijkvoorbeelden: 

  • Levert openbare registratie van zedendelinquenten een vergroting van de sociale en fysieke veiligheid in de wijk? Nee, het leidt juist vaker tot eigenrichting. Bovendien zijn uitsluiting en eenzaamheid van de zedendelinquent risicoverhogende factoren voor recidive. 
  • Is direct psychologische hulp na een ramp of incident goed? Wellicht niet, want na een ramp krijgt 20% van de slachtoffers sowieso een posttraumatische stoornis. Echter, wanneer je onmiddellijk psychologische hulp biedt dan is het in elk geval 20% (maar mogelijk ook meer). 
  •  Wie loopt het meest risico om slachtoffer te worden: een oudere mevrouw uit een goede buurt of een Marokkaanse jongen in een slechte buurt? Een Marokkaanse jongen loopt meer kans om slachtoffer te worden van een misdrijf, omdat hij een actief leven leidt, ’s avonds in een slechte buurt veel op straat is. Angst en slachtofferschap lopen niet synchroon.

De voorbeelden zetten een groot deel van de aanwezige burgemeesters “op het verkeerde been”. Het pleidooi om veiligheidsbeleid vaker op te stellen op basis van empirie en werkelijkheid in plaats van theoretische uitgangspunten, vindt zijn weerklank.

Om af te sluiten twee empirische vragen: 

  • Wat verwacht de burger van het optreden van de politie: hard optreden in hun eigen wijk of juist zacht en waarschuwend? 
  • Bij wie steelt de crimineel: bij de buurman waarvan hij de huissleutel heeft (omdat hij af toe op het huis past) of bij de buurman wiens huissleutel hij niet heeft?

De juiste antwoorden laten zich wellicht nu raden. Mocht u de achterliggende redenering willen weten, schroom niet om te mailen.

12 maart 2008
NGB/Roy Johannink

 
Reageren?

Reacties op deze weblog zijn welkom. Klik hier om te reageren.

naar vorige weblog 

 

 

U bent hier

<div></div>