18/12 Burgemeesters aangewezen op eigen gezag

De ontwikkelingen rondom burgemeester Willeme van Dinkelland bepalen ons bij de kwetsbare positie die een burgemeester in het huidige bestel inneemt. Maakt het krachtenveld waarin een burgemeester kan komen te verkeren het mogelijk dat hij aan zijn eigenstandige taken als burgemeester voldoende toekomt? Van de burgemeester wordt ondermeer verwacht dat hij als voorzitter van de gemeenteraad ervoor zorgt dat alle politieke fracties in de raad tot hun recht komen en niet alleen de collegepartijen. De burgemeester is ook voorzitter van het college en de wethouders verwachten op zijn minst loyaliteit aan het college. Zijn de onderlinge politieke verhoudingen redelijk gezond, dan kan de burgemeester in beide rollen bijdragen aan een goede balans tussen college en raad. Zijn de verhoudingen echter gepolitiseerd, dan is de kans groot dat de burgemeester hetzij in het ene hetzij in het andere politieke kamp wordt getrokken en dat ook de burgemeester een politiek profiel wordt aangemeten. Tegen wil en dank, want burgemeesters willen boven de partijen staan en willen juist vanuit die positie bijdragen aan werkbare verhoudingen. De meeste profielschetsen leggen niet voor niets de nadruk op de samenbindende rol voor de (nieuwe) burgemeester.

Voor de positionering van de burgemeester kan hij nergens op terugvallen. De Gemeentewet bevat geen beperkingen voor het opzeggen van het vertrouwen in de burgemeester. De burgemeester is in feite aan de politieke oordeelsvorming overgeleverd zoals elke wethouder. Wel bevat de Gemeentewet enkele matigende bepalingen. De Commissaris van de Koningin komt eraan te pas en uiteindelijk zal de minister moeten besluiten over ontslag.

Het huidige gemeentelijke bestel waardeert de eigenstandige positie van de burgemeester. Volgens de wet heeft de burgemeester een eigen verantwoordelijkheid om burgerparticipatie te stimuleren, te rapporteren over de kwaliteit van de gemeentelijke dienstverlening, te zorgen voor een goede behandeling van klachten en van bezwaarschriften. Ook stimuleert hij de samenwerking met andere gemeenten en brengt hij een burgerjaarverslag uit. Daarin zou de burgemeester ook kritisch mogen en moeten zijn richting andere bestuursorganen als de omstandigheden in zijn gemeente daartoe aanleiding geven. Dat vereist een zekere onafhankelijkheid. De Gemeentewet bevat veel bevoegdheden voor de burgemeester ter handhaving van de openbare orde en veiligheid. Nieuwe wetten verruimen die bevoegdheden nog, zoals straks de mogelijkheid voor de burgemeester om uithuisplaatsing te bevelen bij huiselijk geweld. Landelijk heeft de commissie Oosting een rapport uitgebracht over vermindering van toezicht tussen bestuurslagen onderling. Die commissie bepleit afschaffing van toezicht vooraf door bijvoorbeeld de provincie, maar doet wel een beroep op burgemeesters om actief besluiten van de eigen gemeente ter vernietiging voor te dragen als die besluiten in strijd zijn met de wet of het algemeen belang. Ook dat plaatst de burgemeester in een kwetsbare positie ten opzichte van de wethouders en van de raadsleden.

Volgens de staatscommissie Dualisme en lokale democratie is het juist de eigenstandigheid die de burgemeester in staat stelt om zijn functie gezaghebbend uit te oefenen. Maar voor de steun van die gezaghebbende en eigenstandige uitoefening van zijn functie blijft de burgemeester wel afhankelijk van het vertrouwen van het college en van de gemeenteraad. Hoe eigenstandig kan de burgemeester dan in de praktijk zijn? In het huidige systeem wringt er iets. De gekozen burgemeester was een oplossing geweest, omdat dan de burgemeester met kiezersmandaat zou kunnen opereren. De gekozen burgemeester zou ook tot een zekere onderschikking van wethouders leiden. De Eerste Kamer zag meer in de benoemde dan in de gekozen burgemeester, waarmee van een politisering van de burgemeester is afgezien. Voorlopig is de gekozen burgemeester van de baan. Maar te grote afhankelijkheid van de raad en het college maken het niet gemakkelijk om de beoogde eigenstandige rol van de burgemeester overtuigend in te vullen. Aan betere waarborgen daarvoor mag best iets worden gedaan. Voorlopig zal de burgemeester het moeten hebben van eigen gezag dat hij al doende opbouwt en door in relaties te investeren, om op die manier de ruimte voor de eigenstandige rol te vergroten.

Bort Koelewijn, bestuurslid Nederlands Genootschap van Burgemeesters en burgemeester van Rijssen-Holten
Ruud van Bennekom, directeur Nederlands Genootschap van Burgemeesters

 
Reageren?

Reacties op deze weblog zijn welkom. Klik hier om te reageren.

naar vorige weblog 

U bent hier

<div></div>