Huisvesting

In de Gemeentewet is bepaald dat de burgemeester woonachtig moet zijn in de gemeente. Dat is natuurlijk niet vanaf het moment van benoeming te realiseren en daarom kan de gemeenteraad eenmalig ontheffing verlenen van het woonplaatsvereiste. Aanvullend kan de commissaris van de Koning nog twee twee maal een jaar ontheffing verlenen. Uiterlijk drie jaar na benoeming moet de burgemeester dus volgens de Gemeentewet in de gemeente wonen. Er zijn overigens geen sancties als daar niet aan wordt voldaan.

Er zijn verschillende faciliteiten om de burgemeester te doen verhuizen. Met ingang van 1 februari j.l. zijn diverse voorzieningen voor huisvesting van burgemeesters en van wethouders gewijzigd en afgestemd op genoemde uiterlijke termijn van drie jaar na benoeming. . Het betreft o.a. de duur van het recht op de verhuiskostenregeling, de regeling dubbele woonlasten en de pensionkostenregeling. Voor de dubbele woonlastenregeling en de pensionkostenregeling is ook de hoogte van de vergoedingen gewijzigd.

Hier vindt u de circulaire van het ministerie van BZK over de huisvestingsvoorzieningen.

De volgende regelingen zijn er nu rond huisvesting:

  • De pensionkostenregeling: vergoeding tot max 18% netto van de bruto-bezoldiging om te bereiken dat de burgemeester in de gemeente kan verblijven, zolang hij er nog niet woont (met het gezin). Vroeger moest het echt om een pension gaan, nu mag de gemeente ook een woning huren voor verblif. Het kan ook om verblijf voor een aantal dagen per week gaan.
  • Verhuiskostenregeling: de burgemeester krijgt een vergoeding voor de transportkosten en voor de overige kosten (incl, inrichtingskosten). Deze overige kosten zijn gemaximeerd. De vergoeding vervalt als de burgemeester drie jaar na benoeming nog niet in de gemeente woont.
  • Reiskostenvergoeding voor de periode dat de burgemeester nog niet in de gemeente woont.
  • Vergoeding voor dubbele woonlasten: Als burgemeester vorige woning daadwerkelijk in de verkoop heeft, dan heeft hij recht op een vergoeding van 18% netto van de bruto-bezoldiging in de periode dat de burgemeester dubbele woonlasten heeft tot uiterlijk drie jaar na benoeming..
  • Ambtswoning: de gemeente heeft de mogelijkheid om een ambtswoning beschikbaar te stellen. Voor het gebruik betaalt de burgemeester 18% van de bezoldiging. Als de huurwaarde van de woning lager is, dan betaalt de burgemeester een lager percentage. Is de huurwaarde hoger, dan moet de gemeente over het hogere bedrag de fiscale gevolgen voor rekening nemen.

Hier vindt u de circulaire over de ambtswoningen. (pdf)
 

U bent hier

<div></div>