Te veel informatie even onwenselijk als te weinig

Prof. mr. dr. D.J. (Douwe Jan) Elzinga, hoogleraar Staatsrecht RUG
 

De nieuwe openheid van de overheid vereist scherpe keuzes

Op de avond voorafgaand aan het debat in de Tweede Kamer over de Toeslagen-affaire werd bij de Kamerleden een ordner afgeleverd met een grote hoeveelheid documenten. De wanordelijk gerangschikte informatie leidde tot een golf aan kritiek in het parlement. Pieter Omzigt was zo ongeveer de enige die zijn  nachtelijke uren besteedde aan het globaal analyseren van de inhoud. Het is een voorteken dat de nieuwe openheid van de overheid nog is omgeven is met een baaierd aan vragen en problemen. In het Kamerdebat over de Toeslagen-affaire zette premier Rutte - al dan niet uit politiek lijfsbehoud - het bestaande regime, waarbij ‘persoonlijke beleidsopvattingen’ van ambtenaren in de voorfase van en na besluitvorming worden beschermd, met een groots gebaar bij het oud vuil. Met een nogal vage aanduiding meldde de premier dat ambtenaren wel een zekere bescherming verdienen, maar wat dat precies zou moeten betekenen, bleef ongewis. Nu Pieter Omzigt heilig is verklaard en de Omzigt-doctrine lijkt te impliceren dat zo ongeveer alles - inclusief het besprokene in kabinet en colleges - meteen openbaar moet zijn, zal Rutte verderop dit beeld moeten nuanceren, deels op zijn schreden moeten terugkeren en zal moeten gezocht naar werkbare verhoudingen. Curieus in dit verband is bijvoorbeeld ook dat in de door de Tweede Kamer aangenomen Wet open overheid alles wat door ambtenaren ter ondersteuning aan volksvertegenwoordigers wordt aangeleverd wel aan de openbaarheid onttrokken blijft.  Dit gaat ook gelden voor provincie en gemeente. Dat lijkt een nauwelijks consequente toepassing van de beoogde transparantie. Het stelsel van informatievoorziening is cruciaal in de verhouding tussen het bestuur en de volksvertegenwoordiging. Zonder adequate en volledige informatie kan het stelsel van politieke verantwoordelijkheid en controle niet goed functioneren. Verantwoording en controle spiegelen. Lange jaren was het in gemeenteland een bekende truc van bestuurders en ambtenaren om gemeenteraden te overladen met vuistdikke pakketten informatie, waardoor raadsleden effectief het bos werden ingestuurd en het moeras werden ingedreven. Door cruciale beleidsdocumenten in die ongestructureerde dossiers te verstoppen, kon worden verzekerd dat raden zich koest hielden en tekenden bij het kruisje. Die tijd is lang voorbij, hoewel het hanteren van omvangrijke en ongestructureerde digitale dossiers tegenwoordig soms een vergelijkbaar effect heeft. Via informatie-protocollen stellen talrijke gemeenteraden nu hoge eisen aan de te leveren informatie. En daarbij geldt als globaal uitgangspunt dat in het kader van politieke verantwoording voor genomen besluiten alle informatie snel en effectief boven tafel moet komen en niet-openbaarheid of bescherming van ambtenaren nauwelijks een criterium kan zijn. Bij de voorbereiding van besluiten moet het daarentegen gaan om die informatie die ook werkelijk van betekenis is om een goed oordeel te kunnen vellen. En daarbij passen - zowel wat betreft de op te vragen informatie (passief) als de actieve informatie - duidelijke selectiecriteria. En in die fase is er ook alle aanleiding om het bestuur ruimte te geven voor een zekere bescherming van het interne beraad in college en ambtelijk verband. Door hier samen met parlement, staten en raden scherpe keuzes te maken kan worden tegen gegaan dat de volksvertegenwoordigingen om strategische redenen worden overspoeld met nutteloze, verhullende, te late of digitaal verstopte informatie. En ook kan dan worden voorkomen dat bestuurders en ambtenaren in mondelinge schaduwcircuits de voorbereiding en beraadslaging over te nemen besluiten op en geheel andere en totaal ongrijpbare manier gaan inrichten. 

U bent hier

<div></div>