Talrijke gemeenten zijn feitelijk failliet

Prof. mr. dr. D.J. (Douwe Jan) Elzinga, hoogleraar Staatsrecht RUG
 

Het gelijk van Koos Janssen

Vele brandbrieven zijn inmiddels naar ‘Den Haag’ gestuurd over de financiële nood van de gemeenten. En daar is alle reden voor omdat er slecht wordt geluisterd. Bij de nationale politiek is nog steeds niet goed doorgedrongen dat talrijke gemeenten in feite failliet zijn en dat beeld gaat de komende tijd verder verslechteren. In een bijzondere samenwerking tussen de G4, G40, M50 en P10 gemeenten wordt op de binnenkort te houden algemene ledenvergadering van de VNG opnieuw fors aan de bel getrokken. Koos Janssen, burgemeester van Zeist en voorzitter van de middelgrote M50-gemeenten, geeft in Binnenlands Bestuur een toelichting. Volgens Janssen is het wegschuiven van de problemen naar het nieuwe kabinet onaanvaardbaar omdat de huidige financiële perikelen volkomen onhoudbaar zijn. Het af en toe toeschuiven van incidentele middelen aan de gemeenten biedt geen uitkomst. ‘Het rijk moet niet de taken bepalen en vervolgens de geldkraan dicht draaien.’ Op korte termijn moeten er structurele oplossingen komen. Volgens Janssen moet structureel 2 à 3 miljard euro aan het Gemeentefonds worden toegevoegd en de financiële verhoudingen moeten grondig op de schop, waarbij ook moet worden gekeken naar de rol van het departement van Financiën. Janssen pleit voor een onafhankelijk instituut voor de financiële verhoudingen. Dat instituut zou moeten adviseren over de uitvoering van regeerakkoorden. In een resolutie bepleiten de samenwerkende gemeenten om nu snel in actie te komen, waarbij in het midden wordt gelaten wat er gaat gebeuren als het signaal opnieuw niet wordt opgepakt. Janssen en de samenwerkende gemeenten hebben volkomen gelijk. De inmiddels gepresenteerde Miljoenennota biedt onvoldoende soelaas en voordat een nieuw kabinet weer echt aan de slag is, zijn we minimaal een half jaar verder. Voor de gemeenten is deze stilstand niet draagbaar en dat leidt tot bestuurlijke ongelukken. Belangrijk is echter ook de vraag hoe deze situatie heeft kunnen ontstaan. En vanuit die invalshoek moet de conclusie zijn dat het structureel toedelen van extra miljarden aan de gemeenten niet de finale oplossing van het probleem is. Bij de toedeling van taken aan gemeenten ontbreekt een ‘overall’-regie. Het zijn de vakdepartementen die hier een feitelijk monopolie hebben. Er bestaat weliswaar een wettelijke coördinatierol voor de minister van BZK, maar die rol komt onvoldoende uit de verf. En dat betekent dat de vakdepartementen bijna vrij spel hadden en hebben om de gemeenten grote bezuinigingstaakstellingen op te leggen. Het is vooral dat verkokerde stelsel van taaktoedeling dat moet worden aangepakt. En dat gaat verder dan het voorzien in structurele extra middelen. Want bij instandhouding van die werkwijze doet over enige tijd hetzelfde probleem zich opnieuw voor. Vergroting van beleidsvrijheid en autonomie door wettelijke waarborgen. Een andere procedure van taaktoedeling die wettelijke wordt geborgd. Een strakkere coördinatie van de eenheid in het binnenlands bestuur door een meer geprofileerde rol van BZK en beperking van financiële aansprakelijkheden bij opgelegde regiovorming. Dergelijke veranderingen kunnen een herhaling van financiële nood effectief voorkomen. Het zou goed zijn indien op de algemene ledenvergadering van de VNG ook die dimensies onder ogen worden gezien en tot stevige initiatieven gaan leiden.

U bent hier

<div></div>