ROB-advies "Voor de publieke zaak"

Iedereen moet lid kunnen worden van de gemeenteraad, Provinciale Staten of het algemeen bestuur van een waterschap. Maar daar gaat zoveel tijd in zitten, dat het voor veel mensen niet is te combineren met werk, zorgtaken of de privésituatie; en dat gaat in tegen het principe van lekenbestuur. Dat moet anders, vindt de Raad voor het Openbaar Bestuur in zijn advies Voor de publieke zaak. De Raad adviseert daarin de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) over de aantrekkelijkheid van het ambt van decentrale volksvertegenwoordiger.

Minder tijdsbesteding, meer ondersteuning
Ze geven hart en ziel voor de publiek zaak, onze volksvertegenwoordigers in de gemeenteraad, Provinciale Staten of het dagelijks bestuur van een waterschap. Volksvertegenwoordiging in het decentrale bestuur is lekenbestuur, vindt de Raad. En dat moet zo blijven. Een nevenfunctie die voor iedereen toegankelijk moet zijn. Veel tijdsbeslag, een hoge werkbelasting of een te lage beloning mag het vervullen van het ambt niet in de weg zitten. Daarom adviseert de Raad dat de werkzaamheden van decentrale volksvertegenwoordigers behapbaar moeten zijn met minder tijdsbesteding. Ook adviseert de Raad om minder tijd te besteden aan bestuurlijke activiteiten zoals vergaderen, stukken lezen en fractieberaad. Dat kan alleen als wordt geïnvesteerd in een goede toerusting (griffie, rekenkamer, fractieondersteuning, scholing). Goede democratie is die investering volgens de Raad meer dan waard.

Betere secundaire arbeidsvoorwaarden, hogere vergoeding in kleine gemeenten
Verbetering van secundaire arbeidsvoorwaarden maakt het ambt aantrekkelijker, bijvoorbeeld door middel van een voorziening die het risico van het mislopen van pensioenopbouw opvangt en door meer ondersteuning voor scholing. De Raad adviseert de minister van BZK om de vergoeding voor werkzaamheden van gemeenteraadsleden in kleine gemeenten (tot 24.000 inwoners) te verhogen. In grote gemeenten (vanaf 100.000 inwoners) is het gemeenteraadslidmaatschap een halve baan en dat staat op gespannen voet met het principe dat het ambt een voor iedereen toegankelijke nevenfunctie moet zijn. De Raad vindt dat ook het ambt van volksvertegenwoordiger in grote gemeenten zou moeten worden ingevuld met minder tijdsbesteding om zo toegankelijk en aantrekkelijk te zijn. Dus is het voorstel dat de vergoeding voor gemeenteraadsleden van grote gemeenten (vanaf bijvoorbeeld 100.000 inwoners) op termijn gefaseerd omlaag kan.
 
Maatwerk door werkgevers
De Raad juicht maatwerk toe waarbij werkgevers decentrale volksvertegenwoordigers (in spe) voldoende ruimte bieden om een combinatie van werk en het lidmaatschap van een decentrale volksvertegenwoordiging mogelijk te maken. Bij minder tijdsbesteding is het voor werknemers, zelfstandig ondernemers en zzp-ers beter behapbaar om naast hun hoofdwerkzaamheden volksvertegenwoordiger te zijn of te worden. De Raad denkt dat maatwerk binnen de bestaande regelingen voor politiek of burgerschapsverlof tot de mogelijkheden behoort.

Gemeente, provincie en waterschap: zorg voor betere beeldvorming
De aantrekkelijkheid van het ambt kan worden vergroot door herwaardering: betere beeldvorming over het belang en het werk van volksvertegenwoordigers. Om meer geïnteresseerden voor het ambt te werven bepleit de Raad experimenten om het potentieel aan te boren van de 98% van de mensen die geen lid zijn van een politieke partij.

Zie hier het ROB-advies "Voor de publieke zaak"

 

U bent hier

<div></div>