Het waterschap is een vorm van functionele belangenprestatie

Prof. mr. dr. D.J. (Douwe Jan) Elzinga, hoogleraar Staatsrecht RUG
28-08-2020

Het primaat van de algemene democratie moet onverkort worden gehandhaafd

De fractie van Groen Links in de Tweede Kamer heeft een initiatief-wetsvoorstel ingediend om alle leden van het algemeen bestuur van de waterschappen rechtstreeks te kiezen via het lijstenstelsel. Aan de geborgde zetels voor ongebouwd (vooral de agrariërs), bedrijven en natuurterreinen zou een einde moeten komen. Een en ander werd eerder voorgesteld door de commissie-Boelhouwer, een commissie die werd ingesteld door de minister van Verkeer en Waterstaat. De geborgde zetels komen tot stand door benoeming. En vanuit een oogpunt van democratie lijkt het dan ook aantrekkelijk om deze benoemingen te vervangen door een rechtstreekse verkiezing via het lijstenstelsel. Toch is dit een niet goed doordacht voorstel. Indien het plan van Groen Links wordt uitgevoerd, betekent dit in feite dat het waterschap een partijpolitieke arena wordt die zich dan in weinig nog onderscheidt van de politieke arena’s in gemeente en provincie. En door een dergelijke verandering wordt het waterschap in vrijwel al zijn aspecten een onderdeel van de algemene democratie. De waterschaps-democratie is echter vooral een voorbeeld van belangenrepresentatie die heel goed past bij een vorm van functioneel bestuur. Zowel de belangen van de burgers, als die van boeren, bedrijven en natuurterreinen worden in het waterschap behartigd. Het waterschap heeft een gesloten huishouding en dat betekent dat het waterschap een functionele en dus beperkte taakstelling heeft. Het waterschap moet ook blijven binnen de kaders die door de algemene democratie - rijk, provincie en gemeente - worden vast gesteld, waardoor een concurrerende positie ongewenst is. Het waterschap heeft ook geen vrij en eigen initiatiefrecht, zoals dat wel bestaat voor rijk, provincie en gemeente. Ook de universiteitsraden bijvoorbeeld kennen een vorm van functionele belangenbehartiging. De studenten, het wetenschappelijke personeel en het ondersteunende personeel kiezen hun eigen vertegenwoordigers in de universiteitsraden. En zo zou het ook kunnen voor de waterschappen. Indien voor de agrariërs, de bedrijven en de natuurterreinen verplicht wordt gesteld dat ze hun vertegenwoordigers aanwijzen door interne verkiezingen, dan blijft het stelsel passend bij de functionele bestuursvorm. Worden deze specifieke belangengroepen echter opgeheven - zoals Groen Links wil - dan wordt de positie van het waterschap als vorm van functionele belangenrepresentatie fors ondergraven. Dat zou ook het geval zijn indien de universiteitsraden alleen door de studenten worden gekozen en het personeel als belangencategorie zou worden geschrapt. In het kader van de algemene ordening van ons openbaar bestuur moet het primaat van de algemene democratie streng worden bewaakt en moet niet zo maar  en te pas en te onpas de organieke en constitutionele ordening daarvan worden doorbroken. En dat gebeurt wel door het nogal ondoordachte plan van Groen Links. Is men bijvoorbeeld van oordeel dat het boerenbelang te groot is, dan moet men dat met open vizier melden. De verhouding tussen de diverse belangen moet dan op de agenda worden gezet en niet het ‘sneaky’  uitschakelen van het boerenbelang via de algemene verkiezingssystematiek.

U bent hier

<div></div>