Jan Broertjes (Midden-Drenthe) over q-koorts ruimingen

"De ruimingen verliepen anders dan in 2003"

In korte tijd maakte Jan Broertjes drie gevallen van Q-koorts in zijn gemeente mee. Zijn eigen agrarische achtergrond speelde een rol in de manier waarop hij de problematiek benaderde. Het was laveren tussen de begrijpelijke emotie bij de geitenhouders en de ratio van de regels die vanuit ‘Den Haag’ werden opgelegd.

In het najaar organiseerde het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) een bijeenkomst voor bestuurders, GGD’ers en medewerkers van de veiligheidsregio’s uit Groningen, Fryslan en Drenthe. Daarmee was vooraf voor alle partners duidelijk wat het beleid voor de Qkoortsproblematiek zou zijn. In het najaar kreeg ik bericht van de Voedsel en Waren Autoriteit (VWA) dat men drie bedrijven had waar een verdenking op lag. Vlak daarna kregen de geitenhouders te horen dat er definitief sprake was van een besmetting. Uiteindelijk is Midden-Drenthe als enige gemeente in onze provincie getroffen door de Q-koorts’, vertelt Broertjes. ‘Doordat wij de enige gemeente waren, hadden wij van meet af aan korte lijnen met LNV en de VWA. Onze Commissaris van de Koningin hield op de achtergrond een oogje in ’t zeil. Als burgemeester probeer je als luisterend oor te fungeren. Ik ben bij de boeren op bezoek gegaan. Zij zitten niet alleen met woede en verdriet, maar hebben ook vragen waar je op dat moment geen antwoord op hebt. Vooral naar de toekomst toe: want hoe moeten ze verder?’ Broertjes begrijpt de emoties. ‘Ik was zelf boer ten tijde van de MKZ-crisis. Net als toen vonden de boeren nu dat de dieren gewoon hadden moeten worden geënt, zoals dat ook al jaren in Frankrijk gebeurt. Daarin werden zij gesteund door de bevolking. Tijdens de ruimingen hingen de vlaggen halfstok en waren er spandoeken opgehangen. Als burgemeester had ik ook oog voor de andere kant van het verhaal. Ik werd vanuit mijn positie geacht mee te werken aan het beleid van hogerhand. Gelukkig begreep iedereen dat. Ik werd niet de kop van jut zoals dat burgemeesters tijdens de MKZ wel eens is overkomen.’ Ondanks de beperkte mogelijkheden ondersteunt de burgemeester de boeren waar mogelijk. ‘Zo wilden de media graag beelden vanaf de bedrijven. De gemeentelijke voorlichters hebben ervoor gezorgd dat de twee boeren die daar geen behoefte aan hadden uit de wind werden gehouden.’

Geen voorlichtingsbijeenkomst
Wanneer het nieuws van de besmettingen en mogelijke ruimingen doorsijpelt, voeren media als RTV Drenthe en het Dagblad van het Noorden de druk op om met een voorlichtingsbijeenkomst te komen. ‘In Brabant werden ook bijeenkomsten voor buurtbewoners georganiseerd. Ik vond de situatie in Brabant niet te vergelijken met die van ons. In heel Drenthe waren twee mensen door Q-koorts ziek geworden. Die woonden in een heel ander deel van de provincie en hadden geen enkele relatie met de bedrijven in de gemeente Midden-Drenthe. Mede daardoor was onder de bevolking geen sprake van echte onrustgevoelens. Iedereen kon met vragen terecht bij gemeente en GGD, maar zelfs daar was geen enkel telefoontje binnengekomen. Zolang er geen vragen waren of onrust was, zag ik ook geen noodzaak om een bijeenkomst te organiseren.’ Als de ruimingen naderbij komen, zorgt Broertjes dat er juridisch het nodige is voorbereid om de activiteiten van de VWA in goede banen te leiden. ‘De politie hield bij de ruimingen rekening met mogelijke openbare ordeverstoringen van demonstranten. Wij hebben buurtbewoners ingelicht dat een aantal wegen Inmogelijk zou worden afgesloten op de dag van de ruiming, maar dat zij na het tonen van hun legitimatie wel gebruik konden maken van de wegen. Uiteindelijk hebben we de wegen niet hoeven af te sluiten. Ook een noodbevel dat wij hadden voorbereid, is nooit uitgereikt. Een noodverordening vonden wij een brug te ver, omdat het direct een heel gebied isoleert. Een noodbevel gaf de flexibiliteit die wij zochten. Als een raddraaier zich richting de boerderij zou begeven, konden wij hem sommeren daar te vertrekken, maar zolang er geen problemen waren, kon iedereen gewoon zijn gang gaan.’

Overstag
Een van de boeren trekt vlak voor de beoogde ruimingsdatum nog het nodige uit de kast om de ruiming juridisch tegen te houden. ‘De boer hield op twee locaties geiten. De VWA was van mening dat beide bedrijven moesten worden geruimd, omdat de beide bedrijfsonderdelen onder hetzelfde bedrijfsidentificatienummer vielen. Dat betekent dat het onderlinge verkeer tussen de verschillende onderdelen niet meer te traceren viel. Ik heb hem gezegd dat ik het begreep dat hij de situatie bij de rechter aankaartte, maar tegelijkertijd heb ik hem ook duidelijk gemaakt dat hij volgens mij geen schijn van kans maakte. De rechter oordeelde inderdaad in zijn nadeel. Toen de ruiming dan toch van start kon gaan, verzon hij een nieuwe list. De stallen huurde hij van een andere boer die de VWA geen toestemming gaf om op het erf te komen. Dat was voor de VWA een nieuwe situatie waar zij even geen raad mee wisten. Ik heb wel een bevoegdheid om de VWA toegang te verschaffen, maar wilde daar niet bij voorbaat gebruik van maken. Uiteindelijk is de chef van de basiseenheid bij hem langsgegaan en heeft hem uitgelegd dat hij geen keuze had. Toen ging hij overstag.’ Als Broertjes op de ruimingen terugkijkt, stelt hij vast dat VWA en LNV van de MKZ-crisis hebben geleerd. ‘De ruimingen verliepen anders dan in 2003. Richting de boeren heeft men zich welwillend opgesteld en medewerkers gingen met respect met de dieren om. Geen gegooi met beesten of dieren die half levend in vrachtwagens werden afgevoerd. Het ging sereen. Nu proberen we de getroffen boeren waar mogelijk te ondersteunen bij de doorstart van hun bedrijf.’

Wouter Jong/NGB

 

U bent hier

<div></div>