Opiumwet (Wet Damocles)

Artikel 13b Opiumwet

1. De burgemeester is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang indien in een woning of lokaal of op een daarbij behorend erf:

a.een middel als bedoeld in lijst I of II dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid, wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is;

b.een voorwerp of stof als bedoeld in artikel 10a, eerste lid, onder 3°, of artikel 11a voorhanden is.

2 Het eerste lid is niet van toepassing indien woningen, lokalen of erven als bedoeld in het eerste lid, gebruikt worden ter uitoefening van de artsenijbereidkunst, de geneeskunst, de tandheelkunst of de diergeneeskunde door onderscheidenlijk apothekers, artsen, tandartsen of dierenartsen.



Artikel 13b Opiumwet, ook wel aangehaald als de Wet Damocles, biedt de burgemeester de mogelijkheid bestuursdwang toe te passen en woningen of voor het publiek toegankelijke inrichtingen te sluiten als daar sprake is van drugshandel. Per 1 januari 2019 is deze wet uitgebreid met "strafbare voorbereidingshandelingen", die duidelijk wijzen op de productie van drugs. Van voorbereidingshandelingen kan volgens artikel 13b Opiumwet sprake zijn bij het voorhanden hebben van bepaalde voorwerpen of stoffen die, vanwege de aard en hoeveelheid of gezien de onderlinge combinatie, geschikt zijn om harddrugs te vervaardigen of voor grootschalige hennepteelt. Op zijn minst moeten de voorwerpen of stoffen het ernstige vermoeden rechtvaardigen dat zij daarvoor bestemd zijn. Onvoldoende om als voorbereidingshandeling te kwalificeren, is aantreffen van (uitsluitend) vervoermiddelen, gelden of andere betaalmiddelen.

Bijzonder aan deze bepaling is dat niet hoeft te worden aangetoond dat de openbare orde in het geding is. Louter de aanwezigheid van drugs (lijst I/II Opiumwet) boven de normen voor eigen gebruik in de woningen kan al voldoende rechtvaardiging vormen om de woning of het lokaal en de bijbehorende erven te sluiten. Het gaat hier om een sluiting voor bepaalde tijd, waarbij de burgemeester betrokkene eerst moet waarschuwen en op de hoogte moet stellen van de geconstateerde overlast, alvorens hij kan besluiten tot sluiting. Na de sluiting kan het college van B&W eventueel de Wet Victor toepassen om het pand in ander beheer over te laten gaan of zelfs te onteigenen. Zie hiervoor de Wet Victoria.

De sluiting van een woning of lokaal kan voor betrokkenen grote gevolgen hebben. De burgemeester zal zijn besluit daarom goed moeten motiveren. Daarbij gelden vanzelfsprekend de vereisten van proportionaliteit en subsidiariteit. Daarom is het wenselijk om de Damocles-aanpak vast te leggen in beleid. Wanneer geen beleid is geformuleerd dan is handhaven weliswaar mogelijk, maar is de motivering van het besluit moeilijker.

Wanneer er bij de wet verboden misstanden in een coffeeshop worden geconstateerd, omdat bijvoorbeeld harddrugs worden verhandeld, kan de burgemeester tot sluiting of intrekking van de vergunning overgaan. Ook wanneer er geen sprake is van bij de wet verboden activiteiten of overlast, maar wanneer de regels zoals die zijn vastgelegd in het lokale coffeeshopbeleid worden overtreden, biedt artikel 13b van de Opiumwet uitkomst.

In december 2013 kwam de Raad van State met een uitspraak (ECLI:NL:RVS:2013:2362) over een wietplantage in een woning in Purmerend. In die casus werd toegestaan dat de woning werd gesloten. Tot die uitspraak was onduidelijk of het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer (art 8 EVRM) niet prevaleerde boven het sluiten van de woning vanwege de plantage.

In maart 2019 speelde een zaak tegen de burgemeester van Waalwijk (ECLI:NL:RBZWB:2019:1056), die een woning gesloten had op basis van de strafbare voorbereidingshandelingen. Volgens de rechter was voldaan aan de eis van wetenschap dat de voorwerpen bestemd waren voor illegale hennepteelt. 

Het Centrum Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV) heeft een Stappenplan opgesteld voor het bestuurlijk optreden op grond van artikel 13b Opiumwet. De gemeente dient, voordat artikel 13b wordt toegepast, conform de Memorie van Toelichting, (coffeeshop)beleid te hebben geformuleerd en vastgesteld.

Casuistiek

Casus: Sluiting woning met hennepkwekerij
In Landgraaf treft de politie in een woning een professioneel opgezette hennepkwekerij aan met op dat moment 435 oogstrijpe planten. Daarbij is geconstateerd dat de stroom op illegale en brandgevaarlijke wijze wordt afgenomen. De burgemeester heeft de aangetroffen situatie in de woning als een ernstige situatie aangemerkt. In de beleidsregels van de burgemeester is een stringent handhavingsbeleid geformuleerd en de burgemeester besluit de woning voor drie maanden te sluiten, omdat er een handelshoeveelheid hennepplanten is aangetroffen. Klik door voor de volledige uitspraak in deze casus.

Casus: Sluiting coffeeshops vanwege schending Ingezetene-criterium
De burgemeester van Maastricht sluit een aantal coffeeshops voor de duur van drie maanden, omdat die zich niet houden aan de zogenoemde AHOJGI-criteria. Met name hebben zij het Ingezetene-criterium geschonden door buitenlandse klanten toe te laten. Het Damoclesbeleid van de gemeente sluit nauw aan bij het landelijke gedoogbeleid, waarin niet ingezetenen van Nederland geen toegang hebben tot de coffeeshops. Handhaving van het Ingezetene-criterium is bedoeld om de drugshandel te beperken. De rechtbank oordeelt dat de vraag of handhaving van het I-criterium bedoeld en effectief zou zijn om overlast te bestrijden niet relevant is. Daarom is de rechtbank van oordeel dat de burgemeester in redelijkheid van zijn bevoegdheid tot het opleggen van een last onder bestuursdwang gebruik heeft kunnen maken. Klik door voor de volledige uitspraak in deze casus.

Casus: Woningsluiting na vondst handelshoeveelheid drugs
De burgemeester van Oss sluit een woning voor drie maanden, nadat de politie daar 16 g hennep, 5,9 g cocaïne en een weegschaaltje heeft aangetroffen. Daarnaast heeft de politie vijf personen aangehouden die een kort bezoek aan de woning hebben gebracht. Bij twee daarvan is cocaïne aangetroffen en bij drie hennep. In het beroep en hoger beroep betogen de bewoners dat de burgemeester ten onrechte heeft aangenomen dat de aangetroffen drugs bedoeld waren voor de handel. De rechtbank en de Raad van State stellen dat voor beoordeling of de hoeveelheid drugs handelsvoorraad betreffen, in redelijkheid kan worden aangesloten bij de door het Openbaar Ministerie toegepaste criteria, waarbij een hoeveelheid harddrugs van maximaal 0,5 g als hoeveelheid voor eigen gebruik wordt aangemerkt en een hoeveelheid softdrugs van maximaal 5 g ook als hoeveelheid voor eigen gebruik wordt aangemerkt. Bij de aanwezigheid van een hoeveelheid drugs die groter is dan een hoeveelheid voor eigen gebruik, is in beginsel aannemelijk dat die drugs bestemd zijn voor verkoop, aflevering of verstrekking. Het ligt in dat geval op de weg van de rechthebbende op het pand om het tegendeel aannemelijk te maken. In deze casus kunnen de bewoners dat niet en daarom is de burgemeester bevoegd om de woning te sluiten. Klik door voor de volledige uitspraak in deze casus.

Casus: Sluiting van coffeeshop waar drugs worden verhandeld
Ingevolge artikel 13b van de Opiumwet heeft de burgemeester van Franekeradeel bestuursdwang toegepast. Dit is mogelijk indien in voor het publiek toegankelijke lokalen en daarbij behorende erven een middel als bedoeld in lijst I of II wordt verkocht, afgeleverd, of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is.
Ingevolge artikel 5.6, tweede lid, sub c, van de Drank- en Horecaverordening Franekeradeel is ook het verlof tot het verstrekken van alcoholvrije drank ingetrokken, omdat zich in het betrokken bedrijf feiten hebben voorgedaan die de vrees wettigen dat het van kracht blijven van het verlof gevaar zou opleveren voor de openbare orde, veiligheid of zedelijkheid. Klik door voor de volledige uitspraak in deze casus.

Casus: Woning gesloten na drugsvondst
Op last van de burgemeester van Amsterdam is een woning gesloten, waar een grote hoeveelheid drugs is gevonden (446,42 kg hennep met een straatwaarde van rond de 1,5 miljoen euro). Door de aanwezigheid van de verdovende middelen is de openbare orde in het geding.
De leefomgeving in de buurt is onnodig in gevaar gebracht. In de directe nabijheid van het perceel is een basisschool gevestigd. De drugs zijn na de inval direct uit de woning weggenomen. Het is echter niet uit te sluiten dat de woning deel uit maakt van een crimineel circuit en daarom wordt de woning voor 3 maanden gesloten. De huurder van het pand was eruit op het moment van de sluiting.
Artikel 13b Opiumwet geeft de mogelijkheid om bestuursdwang toe te passen bij publiek toegankelijke inrichtingen waar een hoeveelheid (soft)drugs wordt aangetroffen die bestemd is voor de handel. Artikel 13b Opiumwet geeft de mogelijkheid in dergelijke gevallen ook bestuursdwang toe te passen bij woningen. Klik door voor de uitspraak van het verzoek tot een voorlopige voorziening (kort geding) in deze zaak.

Casus: Sluiting belhuis in verband met handel in drugs
De politie vindt bij een controle in een belhuis in Rotterdam een handelshoeveelheid harddrugs. Bovendien constateert de politie aanwezigheid en overlast van drugsdealers en –gebruikers in de nabijheid van het belhuis. De buurtagent waarschuwt het belhuis voor mogelijke sluiting. In aansluiting op het Handhavingsarrangement Horeca uit de gemeentelijke Horecanota besluit de burgemeester het pand voor zes maanden te sluiten, hoewel het pand geen Horecavestiging betreft. De periode is gekozen om de loop uit het pand te halen en de bekendheid als verkooppunt te verminderen. Klik door voor de volledige uitspraak in deze casus.

Casus: Sluiting coffeeshop in Zutphen na aantreffen drugsvoorraad in bovenwoning
In Zutphen sluit de burgemeester een coffeeshop voor drie maanden. De grote hoeveelheid aangetroffen softdrugs (meer dan 69 kilo) in de bovenwoning (!) van een coffeeshop te Zutphen maakt dat de burgemeester van Zutphen ook de onderliggende coffeeshop onmiddellijk mag sluiten voor een periode van drie maanden. Zie LJN: BM8660.



Verder lezen?

U bent hier

<div></div>