Tijdelijk huisverbod

Wet Tijdelijk huisverbod
Wet van 9 oktober 2008, houdende regels strekkende tot het opleggen van een tijdelijk huisverbod aan personen van wie een ernstige dreiging van huiselijk geweld uitgaat (Wet tijdelijk huisverbod). Klik hier voor de volledige wetstekst.

________________

De Wet Tijdelijk huisverbod geeft de burgemeester de bevoegdheid om een persoon van wie een ernstige dreiging van huiselijk geweld uitgaat tijdelijk (in beginsel 10 dagen) de toegang tot zijn woning te ontzeggen. Tijdens deze periode mag de betreffende persoon geen contact opnemen met zijn huisgenoten. De periode wordt benut om andere maatregelen te nemen die (de dreiging van) huiselijk geweld kunnen wegnemen.

De burgemeester legt het verbod op en kan het verbod verlengen tot maximaal vier weken. Het is een op zichzelf staande bevoegdheid, die ook kan worden toegepast in situaties van kindermishandeling. Het huisverbod kan ook worden ingezet ter voorkoming van strafbare feiten. Een herhaald huisverbod is niet uitgesloten, waarbij het niet nodig is dat er een bepaald tijdsbestek is gelegen tussen het (primaire) verlengde huisverbod en het tweede huisverbod. Wel moet er sprake zijn van nieuwe feiten. Op overtreding van het verbod staat maximaal twee jaar celstraf of een taakstraf.

 

Aandachtspunten rond de inzet van het huisverbod:

  • Er is een belangrijke samenhang met het hulpverleningstraject in de periode dat het huisverbod geldt. Als tijdens de tien dagen geen hulpverlening op gang komt, kan aan een belangrijk doel van het huisverbod - namelijk het wegnemen van de dreiging van huiselijk geweld - geen invulling worden gegeven.

Om te beoordelen of de burgemeester een huisverbod oplegt, beoordeelt de burgemeester de gevaarzetting aan de hand van het Risicotaxatie instrument Huiselijk Geweld (RiHG).

  • De burgemeester kan de bevoegdheid tot het opleggen van een tijdelijk huisverbod (deels) mandateren aan een hulpofficier van justitie. Het intrekken of verlengen van het verbod mag niet gemandateerd worden.
  • De burgemeester (en de politie) is bevoegd de woning zonder toestemming van de bewoner binnen te treden, voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van de taak nodig is.
  • De burgemeester neemt contact op met Veilig Thuis/het Advies- en Meldpunt Huiselijk geweld en Kindermishandeling (AMHK) als hij van plan is om een huisverbod op te leggen wegens (ernstig vermoeden van) kindermishandeling.
  • Nadat een huisverbod is opgelegd of verlengd, informeert de burgemeester onverwijld de uithuisgeplaatste, de huisgenoten, een door hem aangewezen hulpverlener en Veilig Thuis/AMHK.
  • De burgemeester draagt er zorg voor dat naleving van het huisverbod wordt gecontroleerd door de politie.
  • De burgemeester draagt zorg voor het regelen van bijstand door een raadsman voor de uithuisgeplaatste voor de duur van de behandeling van het verzoek om een voorlopige voorziening indien de uithuisgeplaatste daartoe de wens te kennen heeft gegeven. De bijstand moet binnen 24 uur zijn geregeld nadat de uithuisgeplaatste daartoe de wens te kennen heeft gegeven. 

Voor het proces is een verplichte meldcode van kracht. Context en achtergronden zijn terug te vinden op de website van de Rijksoverheid: www.huiselijkgeweld.nl.

Casuistiek

Casus: Preventief huisverbod
De burgemeester van Rotterdam legt een huisverbod op aan een man die al geruime tijd gewelddadig is naar zijn echtgenote. Op moment van het opleggen van het verbod, doet zich geen acuut geweldsincident voor. De burgemeester vreest echter dat het bekend worden van de aangevraagde echtscheiding door de echtgenote bij de man tot escalatie zal leiden. Daarom zet de burgemeester het huisverbod als preventief instrument in. Als er geen acuut incident is als aanleiding voor een huisverbod, dan verschuift het zwaartepunt in de beoordeling naar feiten en omstandigheden uit het verleden die duiden op gevaar voor de veiligheid, in combinatie met signalen uit het heden. De voorzieningenrechter oordeelt dat de burgemeester op basis van signalen en informatie van de politie voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er ernstig vermoeden is voor dreigende escalatie en onveiligheid voor de achterblijfster. Klik door voor de volledige uitspraak in deze casus.

Casus: Herhaald huisverbod
De burgemeester van Rotterdam heeft aan een man een huisverbod opgelegd en na de eerste termijn van 10 dagen verlengd tot de maximale termijn van vier weken. Op de laatste dag van de vier weken heeft de burgemeester op verzoek van Bureau Jeugdzorg een nieuw huisverbod opgelegd. De man had namelijk stelselmatig het huisverbod overtreden, waardoor de hulpverlening onvoldoende op gang kon komen. Ook had hij veelvuldig bedreigingen naar de achterblijvers geuit. Door de man zelf was de gewenste periode van rust niet ingetreden en heeft het (vermoeden) van ernstig en onmiddellijk gevaar zich voortgezet. De rechter stelt de burgemeester in het gelijk. Klik door voor de volledige uitspraak in deze casus.

Casus: Geplande screening tijdelijk huisverbod bij kindermishandeling
Het huisverbod kan ook worden toegepast bij kindermishandeling. Veilig Thuis Zuid-Holland Zuid heeft hierop een methodiek ontwikkeld. Meldingen van kindermishandeling komen vaak niet bij de politie terecht, maar soms wel bij het AMHK en/of de hulpvelening. Deze kunnen een verzoek voor een geplande screening indienen. Een weegteam (verzoeker, de wijkagent, procescoördinator huiselijk geweld van Veilig Thuis, een jurist en eventueel andere partners) beoordeelt het verzoek en kan vervolgens aan de hulpofficier van justitie verzoeken om een reguliere screening aan de hand van het RiHG te doen om de gevaarzetting te beoordelen. Op deze wijze wordt getracht om het huisverbod vaker in te zetten bij kindermishandeling. Klik door voor de Handreiking Geplande screening tijdelijk huisverbod bij kindermishandeling regio Zuid-Holland Zuid.

Casus: Tijdelijk huisverbod in Zwijndrecht
De burgemeester van Zwijndrecht legt op 7 mei 2009 een tijdelijk huisverbod op aan een persoon voor de periode van voor de periode van 7 mei 2009 om 14.20 uur tot 17 mei 2009 om 14.20 uur. De zaak komt voor de rechter. Deze bepaalt dat het Risicotaxatie instrument Huiselijk Geweld (RiHG) voldoende aanknopingspunten biedt om te komen tot het besluit. De burgemeester mocht oordelen dat er een ernstig vermoeden bestaat dat geweld kan worden gebuikt, omdat uit het RiHG blijkt dat de aanwezigheid van de persoon in de woning ernstig en onmiddellijk gevaar oplevert voor de veiligheid van zijn echtgenote. Diverse personen hebben verklaard dat de man zijn echtgenote al jaren stelselmatig vernedert en fysiek en geestelijk mishandelt. Deze verklaringen zijn ten overstaan van een hulpofficier van justitie afgelegd door de echtgenote, de ouders van de man, een huisvriend en een huisvriendin. Van de verklaringen is proces-verbaal opgemaakt. De rechter stelt dat geen redenen bestaan om aan de juistheid van de verklaringen of van het proces-verbaal te twijfelen. Klik door voor de volledige tekst van de desbetreffende uitspraak.

Overige casuistiek
Het Ministerie van Justitie heeft een uitgebreid overzicht met jurisprudentie gemaakt over het tijdelijk huisverbod. Klik hier om het te downloaden.

Verder lezen?

U bent hier

<div></div>