Publicatie 'Als dat maar goed gaat' is uitverkocht

De publicatie 'Als dat maar goed gaat' is uitverkocht. In de interviewbundel komen 18 burgemeesters, loco-burgemeesters en gemeentesecretarissen aan bod over hun eigen ervaringen met crises.

Het boek is hier nog wel te downloaden als PDF.

Als dat maar goed gaatInterviews
De geïnterviewden die in Als dat maar goed gaat aan het woord komen, belichten diverse thema’s. Achtereenvolgens komen de volgende bestuurders met praktijkervaring aan bod:

Henk Brink is vier maanden als loco-burgemeester van Amersfoort in functie als hij het opperbevel over een crisis krijgt. Als voorzitter van het beleidsteam wordt hij op 20 augustus 2002 geconfronteerd met een ketelwagen die lekt op het spoorwegemplacement in Amersfoort. Hij staat stil bij de hectiek van het moment, de rol van een loco-burgemeester in de crisisorganisatie en de belangrijke steun die adviseurs in het beleidsteam geven aan een bestuurder.

Marianne Burgman is burgemeester van De Ronde Venen. In haar gemeente doet zich in de nacht van 26 augustus 2003 een crisis voor, als de veendijk in Wilnis na langdurige droogte verschuift. Een woonwijk staat in korte tijd onder water en in hoog tempo moeten 2.000 mensen worden geëvacueerd. Burgman licht toe welke verschillende rollen een burgemeester speelt. Ook gaat zij in op de enorme nasleep die een crisis als deze met zich meebrengt.

Job Cohen is burgemeester van Amsterdam en blikt terug op de moord op Theo van Gogh op 2 november 2004. Cohen zet de bestuurlijke afwegingen uiteen die een geruchtmakende moord als deze met zich meebrengt. Hij belicht nut en noodzaak van het kanaliseren van de maatschappelijke spanningen die een daad als deze oproept.

Arjan van Gils was gemeentesecretaris van Enschede tijdens de vuurwerkramp. Hij benadrukt de impact van een dergelijk grote crisis op het gemeentelijk apparaat, maar gaat ook in op de impact die een ramp op de privésfeer kan hebben. Scheldkanonnades en dreigtelefoontjes als voorvallen die zich in de marge van een crisis voordoen.

Jan Haanstra was burgemeester van Stede Broec toen in die Westfriese gemeente de legionella-uitbraak op de Westfriese Flora in Bovenkarspel uitbrak. De ramp uit februari 1999 was in zijn ogen de ‘vergeten ramp’ met 32 slachtoffers. In het interview wordt onder meer ingegaan op infectieziekte-uitbraken als het ondergeschoven kindje in de rampenbestrijding.

David Jongen was gemeentesecretaris in Den Haag ten tijde van de belegering van het Laakkwartier, toen zich daar in november 2004 twee van terrorisme verdachte personen hadden verschanst. Hij spreekt over het strafrechtelijke spoor van de driehoek en het crisisbeheer-singsspoor dat in het lokale of regionale beleidsteam wordt afgehandeld. Tevens gaat hij in op de nieuwe organisatiestructuur voor alle gevallen die tussen beide sporen vallen.

Gerd Leers is burgemeester van Maastricht. Hij maakt in zijn interview van zijn hart geen moordkuil en blikt terug op het balkonincident en de ontruiming van Vinkenslag. Hij licht de veranderende tijdgeest toe. Hij gaat onder meer in op de veranderende verwachtingen die burgers van hun burgemeester hebben.

Jan Mans is als oud-burgemeester van Enschede het boegbeeld van de vuurwerkramp. In dit interview geeft Mans een beschouwing over het onderbelichte deel van de ramp, de nafase. Mans bespreekt de relatie met de getroffen bevolking in de dagen, weken en maanden nadat de media weer uit Enschede waren vertrokken. De wederopbouw, de herdenkingen en de politieke afwikkeling komen hierbij aan bod.

Matthieu Meijer is burgemeester van Geertruidenberg en opperbevelhebber tijdens de ramp in de Amercentrale, waar op 27 september 2003 een grote steiger instort. Na een dagenlange strijd tussen hoop en vrees worden uiteindelijk drie van de acht betrokken werknemers levend uit de ketel bevrijd. Meijer gaat in op de relatie met de nabestaanden van de slachtoffers en de mate waarin cultuurverschillen tussen de Nederlandse overheid en allochtone bevolkingsgroepen een rol spelen in de verwerking van een ramp.

Marcel Meijs was ten tijde van de vuurwerkramp in Enschede loco-gemeentesecretaris. Hij bespreekt de rol van een gemeentesecretaris tijdens crises en belicht de capaciteiten die van een gemeentesecretaris verwacht mogen worden. Hij waarschuwt voor een naar binnen gerichte blik waardoor bestuurders zich zo sterk op de crisis concentreren dat zij het gevoel met de geschokte samenleving verliezen.

Marriët Mittendorff is loco-burgemeester van Eindhoven als zij in die hoedanigheid aan het hoofd van de rampenorganisatie staat die op 14 juli 2003 wordt gealarmeerd. Op die dag raakte op de A2 bij Eindhoven een LPG-tankwagen in brand, een uiterst risicovolle situatie voor de omgeving. Mittendorff gaat in op het nut en de noodzaak van oefeningen en de mate waarin oefeningen bijdragen aan de manier waarop crises in werkelijkheid worden afgewikkeld.

Ivo Opstelten beschrijft een “bewogen week”. De week van 6 mei 2002 zou hoe dan ook een zware week worden voor de Rotterdamse burgemeester met twee belangrijke voetbalfinales in zijn stad. Daar kwam aan het begin van de week de moord op politicus Pim Fortuyn bij, een moord die de (Rotterdamse) samenleving op zijn grondvesten deed schudden. Een gesprek over boegbeelden en het kanaliseren van de emoties van een geschokte stad.

Tin Plomp is oud-burgemeester van Zwartewaterland, een fusiegemeente die na de herindeling van Genemuiden, Hasselt en Zwartsluis is ontstaan. Plomp beschrijft een crisis die zichtbaar werd door brommerrellen in Genemuiden, maar die bleek te rusten op weerzin van de plaatselijke bevolking tegen de opgelegde herindeling. Hij staat stil bij de specifieke kenmerken van een crisis in een reformatorische gemeenschap en de impact van persoonlijke bedreigingen op de burge-meester.

Ton Rombouts, burgemeester van Den Bosch, vertelt over de rellen die in de Graafsewijk ontstaan na een uitzending van het SBS6-programma Probleemwijken en over de rellen die in de Graafsewijk ontstaan nadat een politieagent een supporter van FC Den Bosch dodelijk treft met een kogel. Hij gaat in op de specifieke kenmerken van de wijk, de aanpak die is gekozen om de situatie te normaliseren en de verschillen tussen beide rellen in de Graafsewijk.

Jan Schrijen is oud-burgemeester van Venlo. Hij werd geconfronteerd met een voorval van zinloos geweld. Op dinsdag 22 oktober 2002 start een crisis die wekenlang aanhoudt. Schrijen beschrijft de manier waarop hij en zijn gemeentelijk apparaat zijn omgegaan met de spanningen in de Venlose maatschappij.

Jos Waals is burgemeester van Venray. Hij beschrijft de situatie die escaleerde, nadat Lonsdalejongeren en Turkse en Marokkaanse groeperingen in zijn dorp de fysieke confrontatie opzochten. Het incident is in zijn ogen vooral door de media als crisis bestempeld. Een gesprek over imagoschade en bedreigingen naar aanleiding van een crisis die geen crisis was.

Franc Weerwind is een ervaren crisismanager. Als gemeentesecretaris in Wormerland heeft hij de cacaobranden van december 2003 van nabij meegemaakt, om vervolgens als net benoemde burgemeester in Niedorp wederom met een grote brand te worden geconfronteerd. Nog voor zijn installatie als burgemeester stond hij al aan het hoofd van een grote evacuatie van het dorp Lutjewinkel, waar 750 mensen moesten worden geëvacueerd na een brand in de plaatselijke kaasfabriek.

Rein Welschen beschrijft vanuit zijn optiek de Herculesramp die op 16 juli 1996 plaatsvond. Hij stelt aan de orde hoe hij als burgemeester van Eindhoven in het buitenland van de ramp vernam, om vervolgens een dag later in het beleidsteam aan te schuiven en de crisis te managen. Welschen staat stil bij de vele onderzoeksrapporten die naar aanleiding van de ramp zijn geschreven. Ook gaat hij in op het aftredingsvraagstuk en de manier waarop hij daarmee is omgegaan.  

Over Als dat maar goed gaat
Als dat maar goed gaat is geschreven in het kader van de activiteiten van het Bestuurlijk Netwerk Crisisbeheersing. Het netwerk was  een initiatief van Jan Mans, oud-burgemeester van
Enschede, om de crisiservaringen van bestuurders toegankelijk te maken. Inmiddels is het Bestuurlijk Netwerk Crisisbeheersing opgegaan in het Nederlands Genootschap van Burgemeesters.

Deze bundel bevat negentien interviews met (oud-)burgemeesters, loco-burgemeesters en gemeentesecretarissen die zelf van nabij een crisis hebben meegemaakt. De nadruk in de interviews ligt vooral op de persoonlijke ervaringen van burgemeesters en gemeentesecretarissen. De focus ligt niet op de rampenplannen en de gemeentelijke deelprocessen, maar juist op de persoonlijke dilemma’s waar men voor komt te staan als bestuurder in crisistijd.

In de interviews in deze bundel wordt teruggeblikt op crises, die zich bij een ieder in een andere gedaante hebben voorgedaan. Ondanks de verschillende soorten crises, zijn uit deze persoonlijke ervaringen generieke lessen te trekken. Het onverwachte, het gebrek aan voorbereiding, de communicatie richting de bevolking, de persoonlijke impact en de verantwoording achteraf boden het raamwerk waarbinnen vrijwel iedereen zijn eigen crisis kon uittekenen. Als dat maar goed gaat biedt een boeiend overzicht van de crisisbesluitvorming in bestuurlijk Nederland.

Het zijn openhartige verhalen over eenzaamheid, humor, chaos en daadkracht op momenten die ertoe doen. Het zijn de momenten waarop alle ogen zich op de burgemeester richten, die het boegbeeld vormt van een samenleving onder stress.

Verder lezen?
Meer interviews met andere burgemeesters en ervaringsdeskundigen zijn te vinden onder de button 'Crisisbeheersing'.

U bent hier

<div></div>