Aanstellingswijze

Aanleiding
Reeds bij de Grondwetsherziening van 1848 heeft Thorbecke getracht de Kroonbenoeming uit de Grondwet te schrappen. En ook na Thorbecke zijn er nog verschillende pogingen ondernomen om deze Grondwettelijke verankering te doen verwijderen zoals door Buijs in 1887. 
De staatscommissie-Cals/Donner adviseerde tot deconstitutionalisering van de aanstellingswijze van de burgemeester. Dit advies werd door de regering in haar "Nota inzake het grondwetsherzieningsbeleid" overgenomen. Hoewel de Raad van State geen bezwaar maakte tegen dit voornemen, nam de Tweede Kamer een motie-Tilanus aan, waarin werd uitgesproken dat de kroonbenoeming in de Grondwet verankerd moest blijven. Bij de grondwetsherziening van 1983 lukte het evenmin de aanstellingswijze van de burgemeester en de commissaris van de Koningin te deconstitutionaliseren. Door de aanvaarding van een amendement-Faber werd de
constitutionele positie van de door de kroon benoemde burgemeester zelfs versterkt. De staatscommissie-Biesheuvel liet in zijn in 1984 uitgebrachte advies dit onderwerp daarom rusten. De commissie-Van Thijn adviseerde in 1993 in het rapport "De burgemeester ontketend" echter wel tot deconstitutionalisering. In 1997 diende de regering een wetsvoorstel tot wijziging van de Grondwet in, om artikel 131, waarin de benoemingswijze van de burgemeester en de
commissaris van de Koningin is geregeld, te schrappen. 1982 een nota "Intensivering inspraak bij de (her)benoeming van burgemeesters en de benoeming van commissarissen van de Koningin

25.620 Wijziging Grondwet benoeming commissaris van de Koning en burgemeester 
Het voorstel is op 17 november 1998 aangenomen door de Tweede Kamer. SP, GroenLinks, PvdA, D66 en VVD stemden voor. De Eerste Kamercommissie voor Binnenlandse Zaken heeft op 21 september 1999 een nader voorlopig verslag uitgebracht. Ingevolge het regeringsstandpunt op het rapport van de commissie Elzinga heeft het kabinet dit wetsvoorstel bij brief van 18 december 2000 ingetrokken en op 12 december 2000 een nieuw wetsvoorstel tot grondwetsherziening (27.551) bij de Tweede Kamer ingediend.

27.551 Wijziging Grondwet in verband met benoeming van de commissaris van de Koning en de burgemeester 
Dit voorstel betreft de eerste lezing en is aangenomen.

28.509 Verandering Grondwet inzake de benoeming van de commissaris van de Koning en de burgemeester 
Ingediend in 2002,  Dit voorstel betreft de tweede lezing en is verworpen. 

rapport Elzinga

29.864 Wet introductie gekozen burgemeester 

29.865 Regeling van de rechtstreekse verkiezing van de burgemeester (Wet verkiezing burgemeester)

30.442 Verklaring dat er grond bestaat een voorstel in overweging te nemen tot verandering in de Grondwet, strekkende tot het opnemen van de rechtstreekse verkiezing van de burgemeester

33.239 Initiatiefvoorstel-Schouw Deconstitutionalisering benoeming commissaris van de Koning en burgemeester 

34.716 Initiatiefvoorstel-Jetten Deconstitutionalisering benoeming commissaris van de Koning en burgemeester 
 

 

U bent hier

<div></div>