NGB-interview Anneke van Dok (Niedorp) over omgekomen echtpaar bij aardbeving Haïti

‘De aardbeving in Haïti kreeg opeens een Nederlands gezicht’

Het is dinsdag 12 januari 2010 wanneer Haïti wordt opgeschrikt door een verwoestende aardbeving van 7 op de schaal van Richter. Op het moment van de aardbeving zijn Richard en Rowena Pet, afkomstig uit Niedorp, op Haïti om daar hun adoptiezoontje Arnoud op te halen. Zij komen bij de aardbeving om het leven. Hun andere zoontje, dat bij familie in Nederland logeert, blijft als wees achter. Anneke van Dok, waarnemend burgemeester in Niedorp, spreekt over haar rol als burgemeester en de impact die het drama had op de lokale gemeenschap.

‘De berichten uit Haïti stemden ons al vrij snel somber’, zegt Van Dok. ‘De eerste dagen waren zij nog vermist. Toen een RTL journalist bij het hotel waar zij verbleven een foto had gemaakt van een knuffelbeestje van Arnoud werd het voor iedereen al duidelijk dat we rekening moesten houden met het ergste. Later die week kregen de ouders van Buitenlandse Zaken de bevestiging dat Richard en Rowena inderdaad waren omgekomen. Het leek wel alsof het nieuws uit Haïti met de dood van Richard en Rowena opeens een Nederlands gezicht kreeg. De Telegraaf opende met hun foto’s. Ik ben bij hen langsgegaan. De ramp van ver weg kwam opeens heel dichtbij.’ De gemeente ondersteunt de familie allereerst in een aantal praktische zaken. ‘Er zijn maatregelen getroffen rond de beveiliging van de woning en er is bemiddeld in de voogdij van het andere zoontje dat in Nederland was achtergebleven. Ik kon hen praktische hulp bieden, maar zijzelf moesten vooral aangeven waar zij behoefte aan hadden.’ Daarnaast bespreekt de burgemeester met de familie ook de impact in Winkel, het dorp waar zij woonden. ‘Ze waren actief en stonden met beide benen in de lokale samenleving. Juist die impact leidde ertoe dat we met de ouders vonden dat we iets moesten doen. Wij hebben in goed overleg besloten om een herdenkingsbijeenkomst te organiseren waarin ruimte zou zijn voor de emoties die de dood van het echtpaar en hun adoptiekindje te weeg hadden gebracht.’

Herdenkingsbijeenkomst
Volgens Van Dok was het niet zozeer de vraag òf er een rol voor de ge-meente en burgemeester was weggelegd, maar vooral de vraag welke rol zij moesten oppakken. ‘Er is geen standaard draaiboek om te beslissen of je wel of geen herdenkingsbijeenkomst houdt, voor een stille tocht kiest of juist geen actie onderneemt. Het is altijd situationeel bepaald. Want waarom organiseer je nu een bijeenkomst, terwijl je dat niet doet wanneer iemand om het leven zou zijn gekomen bij een motorongeluk? Het is moeilijk om die afweging onder woorden te brengen. Het is een gevoel waar je een bestuurlijke voelspriet voor hebt. We hadden voor een stille tocht kunnen kiezen, maar daar was hier geen behoefte aan. Los van de praktische redenen dat er 20 cm sneeuw lag en er ook niet echt een plek was om naartoe te lopen vonden wij een bijeenkomst met overdenkingen in deze situatie passender.’ In eerste instantie wordt gedacht aan de plaatselijke kerk, maar al snel ontstaat de indruk dat die locatie te klein zal zijn. ‘Deze mensen waren zo actief en er was zoveel warmte om het gezin heen, dat wij meer mensen verwachtten dan in de kerk zouden passen. Daarom zijn we uitgeweken naar een sporthal die wij in korte tijd helemaal hebben omgebouwd.’ Vanuit de gemeente Niedorp wordt met man en macht gewerkt om de herdenkingsbijeenkomst vorm te geven. ‘In mijn vorige gemeenten Velsen en Vlissingen maakten we in dit soort omstandigheden diverse mensen vrij. Die luxe hebben wij in Niedorp niet. Hier bestaat bijvoorbeeld de hele afdeling communicatie uit twee personen. Maar het was mooi om te zien hoe iedereen binnen het gemeentehuis alle zeilen bijzette om in korte tijd toch een bijeenkomst voor 500 tot 600 mensen mogelijk te maken.’

Individuele en collectieve rouw
Bij de organisatie van de bijeenkomst houdt de burgemeester oog voor de individuele rouw van de familie. ‘Bij dit soort bijeenkomsten kan de betrokkenheid van de gemeenschap voor nabestaanden ook wel eens overdonderend overkomen. Veel mensen vinden het moeilijk om in het centrum van de belangstelling te staan, laat staan wanneer het om de herdenkingsbijeenkomst van je eigen kinderen gaat. Je hebt als nabestaande je eigen intense verdriet. Dan vind ik het onze plicht dat zij niet het gevoel krijgen dat het dorp met hun rouw en verdriet op de loop gaat. Daarom hebben wij ervoor gezorgd dat de familie vooraf met eigen vrienden bij elkaar kon komen. In de zaal werden de ouders vervolgens omringd door een kring van naaste familie en vrienden. Dat kleine detail zorgde ervoor dat het voor de familie behapbaar werd.’

Omdat de omgekomen Richard Pet marketing manager bij DSB Bank was, wordt ook Dirk Scheringa als oud-werkgever gevraagd om een aantal woorden te spreken. ‘Met de aanwezige pers hebben wij daar gelukkig goede afspraken over kunnen maken. Het was voor iedereen duidelijk in welke hoedanigheid Dirk Scheringa daar sprak en waar het die avond om moest draaien.’ Van Dok spreekt zelf ook op de bijeenkomst. ‘Ik heb gewezen op de vele vrienden en kennissen die Richard en Rowena Pet hadden gemaakt in de drie jaar dat ze in Winkel woonden. Ook heb ik stilgestaan bij de stichting die vrienden en kennissen in het leven hadden geroepen voor een beter bestaan van weeskinderen op Haïti.’

Oefeningen
Als Van Dok de lessen noemt die zij in deze crisis heeft opgedaan, noemt ze het opvallend dat oefeningen vrijwel nooit stilstaan bij de sociale kant van ernstige gebeurtenissen. ‘In de loop der tijd heb ik de meest waanzinnige scenario’s langs zien komen. Van ontploffende gifwagens tot een neerstortende meteoriet. Maar zodra het aankomt op de emotionele antennes en het contact met de omgeving, dan is de oefening steevast afgelopen. Terwijl men dan juist iets van de burgemeester verwacht. Wij worden veel te weinig op emotionele situaties getraind. Het zou goed zijn om vaker bij de emotionele impact stil te staan, maar ook bij de praktische zaken die langskomen. Wat is de impact als iets dergelijks bij ons gebeurt? Hoe zouden wij dat regelen? Wat is het budget dat wij daarvoor nodig hebben? Dat zijn vragen die wat mij betreft vaker aan de orde mogen komen.’

Van Dok haalt een voorbeeld aan uit haar burgemeesterstijd in Velsen. ‘De White Power-beweging had dreigbrieven gestuurd naar alle inwoners met een Marokkaanse achternaam. Daar heb ik geleerd dat mensen juist in dat soort situaties naar de burgemeester kijken. Mensen kijken hoe de burgemeester reageert. Als je de eerste stap hebt gezet en aangeeft dat je zo-iets niet pikt, stimuleer je vervolgens anderen om mee te gaan in dezelfde beweging. In oefeningen zou aan dat aspect veel meer aandacht kunnen worden besteed. Het is van wezenlijk belang om de emotionele implicaties van een crisis in te kunnen schatten. Het is namelijk geen vanzelfsprekendheid dat je daarin altijd de juiste keuzes maakt. Ik ben daar in het verleden ook wel eens de fout mee ingegaan. Vlak na de moord op Pim Fortuyn was ik burgemeester in Vlissingen en kreeg ik vanuit de bevolking het verzoek om een condoleanceregister te openen. Dat werd in die tijd eigenlijk alleen voor leden van het Koninklijk Huis gedaan. Ik reageerde daar te laat op. Daardoor liep ik achter de feiten aan en besefte ik te laat wat de werkelijke impact van de moord was. Sindsdien probeer ik bij crises beter te anticiperen op wat komen gaat. Beter te groot ingeschat, dan te laat erachter te komen dat de emotionele impact niet zo klein is als je vooraf had gedacht.’