Recent is in het overzicht met interviews over crises ook een interview toegevoegd met burgemeester Boekhoven uit Nijefurd. Boekhoven is al meer dan 25 jaar burgemeester (en, geheel terzijde, broer van burgemeester Boekhoven uit Loenen aan de Vecht). In die periode heeft Boekhoven de nodige crises meegemaakt. Het interessante is dat hij de crises daarmee kan bekijken vanuit het perspectief van een veranderende invulling van het ambt.
Zo stelt hij dat de vele herindelingen in Nederland geen invloed hebben gehad op zijn rol van burgervader. "Vroeger waren Workum, Hindeloopen en Stavoren ook aparte gemeenten. Als er nu iets in die plaatsen gebeurt zorg ik ook dat ik er ben".
In het interview spreekt Boekhoven uitgebreid over een caravanbrand en een fatale woningbrand in Workum. In 2008 kwamen bij een brand twee meisjes om het leven. Boekhoven is zelf bij de brand aanwezig en benoemt dat er tegenwoordig meer ruimte is voor eigen emoties dan dat vroeger het geval was. Hij zegt: "Qua incident is het in de rampenbestrijding niet meer dan een woningbrand. In brandweertermen is zoiets een GRIP1 situatie. Overzichtelijk en beperkt en “geen gevaar voor de omgeving”. Maar dat is de kille werkelijkheid van de draaiboeken. Iedereen stond machteloos. Het heeft mijzelf ook geraakt. Vroeger werd van de burgemeester vooral verwacht dat hij een kille ijzervreter was die voor de troepen stond. Maar ik ben ook maar een mens met gevoelens. Het is weliswaar mijn vak, maar dat betekent niet dat het je daarom in de koude kleren gaat zitten."
Boekhovens constatering sluit aan bij vergelijkbare constateringen die hulpverleners in de bundel "Sterke schouders" deden. Ook bij hen is steeds meer aandacht voor de impact die crises op de professional hebben.
Klik door voor het volledige interview met Hans Boekhoven over zijn ervaringen met een fatale woningbrand en caravanbrand in Workum.
20 augustus 2010
NGB/Wouter Jong
Reageren?
Reacties op deze weblog zijn welkom. Klik hier om te reageren. Reacties kunnen desgewenst op de website worden geplaatst.