Schneiders: Aan vooravond bezuinigingen niet tornen aan positie burgemeester

Bernt SchneidersOp 18 februari 2010 droeg Ronald Bandell na vier jaar het voorzitterschap van het Nederlands Genootschap van Burgemeesters over aan Bernt Schneiders. Zoals Bandell bij de overdracht meldde, is het voorzitterschap met een korte onderbreking weer terug in Haarlem. Een gesprek over het ambt, de positie van het Genootschap en de samenwerking met andere verenigingen en overlegorganen.

Bernt Schneiders (1959) is al van jongs af aan vertrouwd met het ambt van burgemeester. Hij was vier jaar oud toen zijn vader voor het eerst als burgemeester in Leusden werd benoemd. ‘Herinneringen uit die tijd staan in het geheugen gegrift’, zegt Schneiders. ‘Als mijn vader de sirene hoorde, ging hij in volle vaart naar de brand toe. Ik herinner me dat na een boerderijbrand de hele boerenfamilie de volgende ochtend bij ons fris gedoucht en in onze kleren aan de ontbijttafel zat. De zorgzaamheid die ik bij mijn vader zag, heb ik tot op de dag van vandaag een belangrijk aspect van het ambt gevonden. Onze beroepsgroep is bij uitstek de partij die de overheid een menselijk gezicht kan geven. Dat is in die veertig jaar niet veranderd. Het raakt ons wanneer we bij calamiteiten of crises naast mensen kunnen staan en iets voor hen kunnen betekenen. In ons werk worden we soms gedomineerd door bezuinigingen en regeldruk, maar de arbeidssatisfactie haal ikzelf voor een groot deel uit dit soort contacten.’

Generaties
Schneiders studeerde in Utrecht staats- en bestuursrecht, waarna hij bij het kabinet van de Commissaris der Koningin in Noord-Holland kwam werken. ‘Daar lag mijn focus op de openbare ordebevoegdheden van de burgemeester en het openbaar bestuur. Vervolgens vertrok ik van Haarlem naar Amsterdam en werkte ik in de staf van Ed van Thijn, wederom met de OOV-bevoegdheden als belangrijkste aandachtspunt. Van Thijn was de beoogd korpsbeheerder van het nieuw te vormen korps Amsterdam-Amstelland. Het was een boeiende en leerzame periode waar ontwikkelingen elkaar snel opvolgden. Ik heb Van Thijn bij de Bijlmerramp leren kennen als een gedreven bestuurder die leiding gaf aan de crisisorganisatie, maar tegelijkertijd ook de tijd vond om zich over getroffenen te ontfermen.’ Naast zijn werk in Amsterdam wordt Schneiders gemeenteraadslid voor de PvdA in Haarlem. Als burgemeester Elizabeth Schmidtz naar het ministerie van Binnenlandse Zaken vertrekt om daar staatssecretaris te worden, wordt hij voorzitter van de plaatselijke vertrouwenscommissie om de nieuwe burgemeester te selecteren. ‘Je kunt stellen dat ik goed heb opgelet. Bij de gesprekken met de commissie vertelden burgemeesters enthousiast over hun vak. Het gaf mij het zetje om zelf ook de stap te wagen en op de post in Landsmeer te solliciteren. Uiteindelijk ben ik daar zes jaar gebleven, de eerste jaren nog in combinatie met een Statenlidmaatschap. Daarna volgde een periode in Heemskerk en ben ik uiteindelijk in Haarlem teruggekomen, waar ik bijna vier jaar geleden Jaap Pop opvolgde.’ Bernt Schneiders was 35 jaar toen hij in Landsmeer begon. ‘Als ik die tijd terughaal, denk ik dat de kloof tussen de oudere en jongere generaties groter was dan tegenwoordig het geval is. In die tijd vonden met name de burgemeesters die al langer in het ambt zaten het ongepast om voor hun eigen belangen op te komen. Daar was enige terughoudendheid te bespeuren. We lobbyden wel, maar niet over onze eigen positie. In dat opzicht denk ik dat er onder de leden tegenwoordig een bredere basis is om vaker en actiever naar buiten te treden. Als nieuwe voorzitter ben ik voorstander van zo’n meer offensieve houding om ervoor te zorgen dat er niet langer óver ons wordt gesproken, maar vooral ook mét ons.’

Versnippering
Niet alleen zelfstandig, maar ook in samenhang met VNG en vakbonden staat Schneiders een NGB voor dat zich meer en vaker profileert. ‘Als ik terugkijk, denk ik dat de belangenbehartiging de afgelopen jaren te versnipperd is geweest. Als je naar de rechtspositionele situatie van burgemeesters kijkt, heeft het veel te lang geduurd, voordat wij iets met de APPA hebben bereikt. De vakbonden behartigden hun belangen, het Genootschap deed wat het kon en de VNG profileerde zich. Maar het duurde tien jaar voordat wij eindelijk tot de APPA zijn toegetreden. Dat had beter en sneller gekund als er een heldere en gezamenlijke lobby aan ten grondslag had gelegen. Vanuit die optiek vind ik dat wij samen met de vakbonden de moed zouden moeten hebben om nog eens goed tegen het licht te houden wat wij in de toekomst voor elkaar kunnen betekenen. Wat mij betreft bakent het Nederlands Genootschap van Burgemeesters scherper af welke belangenbehartiging de bonden zich toe eigenen en welk deel bij de beroepsvereniging zou moeten liggen. Net zoals ik ook goede contacten wil onderhouden met de andere organisaties die zich in het openbaar bestuur manifesteren, zoals de vereniging van raadsleden, de wethoudersvereniging en de VNG. Met al die partijen moeten we regelmatig contact onderhouden om te kijken waar we solistisch optreden en waar wij de belangen beter gezamenlijk naar voren kunnen brengen.’ Naast het voorzitterschap van het NGB is Schneiders ook lid van het Dagelijks Bestuur van het Veiligheidsberaad, een organisatie die zich steeds meer en meer manifesteert op het terrein van openbare orde en veiligheid. ‘Ook in de koppeling met het Veiligheidsberaad zie ik een win-win situatie. In het Veiligheidsberaad hoor je wat er gaande is en binnen het beraad vindt veelvuldig overleg plaats met professionals op OOV-gebied. Aan de andere kant kan ik de belangen van burgemeesters daar door laten klinken en de relevante contacten met departementen ook voor het NGB benutten.’

Benoeming burgemeesters
Op de korte termijn kijkt Schneiders vooral naar de parlementsverkiezingen in juni, die voor burgemeesters weer tot de nodige beroering zouden kunnen leiden. ‘Het zou mij niet verbazen wanneer de gekozen burgemeester terugkomt op de politieke agenda. Op de opiniepagina’s en in artikelen van wetenschappers zie je dat de discussie alweer wordt aangewakkerd. Toen de discussie rond de gekozen burgemeester speelde, heb ik tijdens een VNG congres een motie ingediend, waarin de VNG werd opgeroepen om zich tegen de gekozen burgemeester te keren. Niet omdat ik pertinent tegen een gekozen burgemeester ben, maar omdat de plannen die er lagen onvoldoende waren uitgewerkt. De motie is destijds met 80% van de stemmen aangenomen. In de wetenschap dat de gekozen burgemeester mogelijk terug op de agenda komt, lijkt het mij een uitgelezen kans om met het NGB de discussie voor te zijn. Nu we aan de vooravond staan van grote bezuinigingen en van wellicht grote ingrepen in het openbaar bestuur lijkt het me niet verstandig om de stabiele onafhankelijke burgemeester die we nu kennen in te ruilen voor een politieke gekozen burgemeester. Nog afgezien van de vraag of nieuwe kansrijke partijen om een burgemeester te leveren (denk aan de PVV) al voldoende gekwalificeerde kandidaten beschikbaar hebben.

Op langere termijn zie ik drie mogelijkheden die – in lijn met de NGB onderzoekspublicatie Tussen trends en toekomst – verder uitgewerkt kunnen worden: de raadbenoeming, de kroonbenoeming of de rechtstreeks gekozen burgemeester. Op dit moment worden de verkiezingsprogramma’s geschreven. Het is zaak om daar bij aan te haken en vanuit de beroepsgroep te laten weten wat naar ons idee de voor- en nadelen van elk van de opties zijn. Ik realiseer mij dat ook onder burgemeesters verschillende opvattingen leven. Dat gezegd hebbende, zijn wij burgemeesters als geen ander in staat om aan te geven hoe de varianten in de praktijk zullen doorwerken. Daar moeten niet alleen wetenschappers zich over uitspreken, maar ook wijzelf zouden onze stem in die discussie moeten laten horen.’ Schneiders stelt voor om rond de zomer een publicatie uit te brengen met essays waarin de verschillende kanten van de benoemingsvarianten worden belicht. ‘Het gaat me wederom niet om het naar voren schuiven van één standpunt. Daarvoor lopen de opvattingen binnen de beroepsgroep te veel uiteen. Maar het is wel goed om onze praktijkervaring te benutten en de verwachte voor- en nadelen verder uit te werken.’

Collegialiteit
Afrondend hoopt Schneiders dat het NGB naast de genoemde inhoudelijke thema’s vooral doorgaat op de ingeslagen weg. ‘Als kleine beroepsgroep kunnen we trots zijn op ons opleidingsprogramma, de Lochemconferenties, de bijeenkomsten en de ondersteuning bij crises. Het is altijd weer inspirerend om met collega’s uit andere delen van het land te spreken over zaken die voor het ambt van belang zijn. Die uitwisseling van ideeën en ervaringen moeten we met onverminderde kracht voortzetten. In het oprichtingsstatuut van de vereniging is dat ook als een van de twee doelen gesteld. Naast “het bevorderen en doen erkennen van een staatsrechtelijk en maatschappelijk juiste opvatting en uitoefening van het ambt en de taak van burgemeester’’ is dat “het bevorderen van een regelmatig contact tussen de burgemeesters, ten einde de collegialiteit onder hen te versterken’’. Als nieuwe voorzitter van het Genootschap maak ik mij er graag hard voor om die doelstellingen in de traditie van mijn voorgangers in een actuele vorm voort te zetten.’