Interview locoburgemeester Hekman over brand Armandomuseum

Locoburgemeester Jelle HekmanOp 22 oktober 2007 verwoest een brand het Armando Museum, gevestigd in een voormalige kerk, in Amersfoort. Twee panden naast het museum branden ook uit. Veertien andere huizen zijn ontruimd. Er zijn mensen in een hotel ondergebracht. Anderen zijn door familie of kennissen opgevangen. Vanwege de afwezigheid van de burgemeester heeft wethouder Jelle Hekman de eerste dagen als locoburgemeester het opperbevel. Een gesprek over bewoners- en persbijeenkomsten, het brandweeroptreden en de onderzoeken.

NB: Klik door om het onderstaande interview met Jelle Hekman te downloaden als PDF.


Vademecum crisisbeheersing
‘Het is net na de lunchpauze wanneer iemand op de gang zegt dat museum Flehite in brand staat. Ik ga kijken bij het grote raam naast de raadzaal. Het is niet museum Flehite, concludeer ik, maar een pand dat meer in oostelijke richting ligt’, zo begint locoburgemeester Hekman zijn verhaal. Hij weet nog precies hoe hij die maandagmiddag het nieuws over de brand hoorde. ‘Al snel werd er geroepen dat het de rook vanaf het Armandomuseum kwam. Terwijl ik terug ging naar mijn kamer, zag ik de eerste brandweerauto al langskomen.’ Omdat de burgemeester niet aanwezig is, realiseert de wethouder zich dat het beter is wanneer hij op zijn kamer blijft. ‘Niet alleen zou ik niets te zoeken hebben bij de brand, maar als locoburgemeester kon ik ook door de brandweercommandant worden gebeld. In Amersfoort wisten we al uit een eerdere situatie met het Ketelwagenincident in 2002 dat de burgemeester niet altijd aanwezig is als er een ramp gebeurt. De burgemeester kan ergens ver in het land een bijeenkomst hebben of op vakantie zijn, zoals nu het geval was. Mijn agenda hoefde niet leeg te worden gemaakt, want ik had vanwege de herfstvakantie geen afspraken en was van plan om op tijd naar huis te gaan.’ In afwachting van wat komen gaat, bereidt Hekman zich voor op zijn rol als opperbevelhebber. Ik nam het kleine crisishandboekje, het zogenoemde vademecum, door, evenals de grote oefenmap van het rampenplan. Dit kleine handboekje is door de veiligheidsregio opgesteld. Ik vind wel een vondst, omdat het een beknopt overzicht geeft van de belangrijkste zaken bij een crisis. Ik prepareerde me daarmee voor op de beleidsteamvergadering. Voor een burgemeester zal dit allemaal misschien meer bekend zijn, maar voor locoburgemeesters niet. Ik pakte ook de lijst met alle telefoonnummers van betrokken crisispartners en functionarissen. Deze lijst wordt om de zoveel tijd aangepast.’ Uiteindelijk belt de brandweercommandant met burgemeester Van Vliet, die op dat moment in Afrika zit. Hekman is inmiddels via een andere lijn geïnformeerd, waarna de wethouder weet dat zijn rol als opperbevelhebber is ingegaan.

Beleidsteam
Ondanks de spanning van wat komen gaat, voelt de wethouder zich rustig. Anderhalf uur na de eerste signalen van de brand vindt de eerste bijeenkomst van het beleidsteam plaats. ‘Inmiddels was sprake van een GRIP2 situatie. In het beleidsteam zaten de gemeentesecretaris Henk Huitink, ambtenaar rampenbestrijding Sylvana Leloux, Martin Borst namens het gemeentelijk coördinatieteam en communicatieadviseur Anja Vonk. Alles was dus geregeld, incluis de verslaglegging, om daadkrachtig aan de slag te gaan. Maar we misten alleen nog de brandweer en de politie in het beleidsteam. Omdat ze alle inzet ter plekke nodig hadden, konden ze nog niet weg bij de plaats van het incident. Begrijpelijk, dacht ik toen.’ De functie van verbindingsofficier wordt de eerste uren vervuld door een van de twee ambtenaren rampenbestrijding die ook ter plaatse is. ‘ Zij zat altijd naast de commandant als ik belde. De communicatie van deze functionaris is erg goed geweest, hoewel het niet via de officiële wijze verliep. Maar de communicatie met de brandweer kwam nu eenmaal wat minder snel op gang.’ De locoburgemeester constateert in de tweede beleidsteamvergadering dat de brandweer en politie nog steeds ontbreken. ‘De reden was nog altijd dat de inzet ter plekke niet kon worden gemist. Ook al was dat zo, dan nog wenste ik iemand in het beleidsteam te hebben, vooral van de brandweer! Daarom heb ik telefonisch contact opgenomen met de operationeel leider van het ROT. Ik wilde uiterlijk om vijf uur iemand van de brandweer in het beleidsteam hebben.’ Na dit stevige statement te hebben afgegeven, gaat de locoburgemeester door naar de raadszaal waar de eerste omwonenden zijn opgevangen. ‘Daar hoorde ik de geluiden over het optreden van de brandweer. Ze zouden te laat zijn begonnen met blussen. Het waren de eerste negatieve geluiden rondom de hulpverlening.’
In de derde bijeenkomst van het beleidsteam om vijf uur is een van de twee ontbrekende partijen aanwezig. ‘Niet alleen was de politie nu aanwezig, maar ook de Officier van Justitie en onze vertegenwoordiger van de geneeskundige hulp. De Officier liet zich informeren. Later hebben zij geen zitting meer in het beleidsteam gehad. Uiteindelijk kwam om half zes de commandant van het korps Heuvelrug, Guy Rouwmans, omdat de andere leidinggevenden ter plaatse waren ingezet. Bovendien was er een vacature en een plaatsvervanger op vakantie. Deze omstandigheden maakten dat het lang op zich liet wachten alvorens we de brandweer in het beleidsteam konden ontvangen.’
Naarmate de tijd verstrekt, wordt het beleidsteam duidelijk dat er in de samenleving veel vragen zijn over de late komst van de brandweer en het late beginnen met de bluswerkzaamheden. ‘Brandweercommandant Rouwmans lichtte dit toe in de vergadering. Volgens hem konden toeschouwers ter plekke de situatie niet goed overzien. Bovendien kon hij ons melden dat de brandweer binnen de wettelijke responstijd van 8 minuten aanwezig was.’ Voor de brand is het zo dat ze binnen een bepaalde tijd aanwezig moeten zijn willen ze de brand goed kunnen bestrijden. De locoburgemeester wil niet bij de omstanders de schuld leggen. ‘Zo belde ik ook niet toen ik de eerste rooksignalen zag. Als ik dat wel had gedaan was ik de eerste geweest. Onze burgemeester belt altijd, zei ze me achteraf. Als ze een brand ergens ziet, dan belt ze met de brandweer.’ Ook de inwoners van het naastliggende pand ondernemen actie bij de eerste signalen van de rookontwikkeling, maar niet richting de brandweer. ‘In het pand er naast zat een opvang voor geestelijk gehandicapten. Wat ze volgens het boekje moesten doen was op de alarmknop drukken. Maar dat hebben ze niet gedaan. Erg logisch, want dan gaan de alarmlichten af en zou er waarschijnlijk paniek zijn ontstaan onder de gehandicapten. Wat de begeleiding heeft gedaan, is de bewoners op een zeer goede en adequate manier naar buiten geloodsen. Iets wat alle lof verdient. Als je dan geluiden hoort dat mensen wel gebeld zouden hebben, dan ga je wel twijfelen. Na enkele dubbelchecks bleek dit niet waar te zijn. Alles bij elkaar blijft de wrange slotsom dat veel mensen de brand hebben gezien, maar de brandweer pas laat is geïnformeerd.’

Opvang bewoners
Na het gemeentelijk beleidsteam gaat de locoburgemeester naar de raadszaal, waar de bewoners uit de buurt van het museum zijn opgevangen. ‘Je krijgt een goed gevoel bij wat er leeft bij de bewoners. Een van de bewoners zei bijvoorbeeld dat zij helemaal niets van het aanrijden van de brandweer snapte. De brandweer wist volgens haar niet eens hoe ze het snelst naar het Armandomuseum moesten rijden. Als je niet beter weet, lijkt het erop dat de brandweer de langste route rijdt om naar de brand te komen. In de praktijk rijdt men liever niet tegen het verkeer in. Dat betekent dat je soms wat verder moet rijden, maar uiteindelijk sneller en veiliger bij de brand komt. Het is bewezen de beste en minst risicovolle rijroute te zijn, maar als je dit niet weet dan roept dat vragen op.’

Het is tegen zes uur wanneer de eerste persconferentie wordt voorbereid. ‘Ik wilde erg graag de directeur van het Armandomuseum, Gerard de Kleijn, bij de persconferentie uitnodigen. Maar de directeur, een voormalig gemeentesecretaris van Amersfoort, was al onderweg naar Hilversum voor een televisie-interview. Yvonne Ploum, de conservatrice van het Armandomuseum, zou daarom aanwezig zijn. Ik ken haar goed. Ze weet dat ik een liefhebber van Armando’s werk ben. Om er zeker van te zijn dat Yvonne niet te emotioneel is, spreek ik haar kort voor de persconferentie nog even op mijn kamer. Om zes uur begon mijn eerste persconferentie over de brand in het Armandomuseum. Ik sprak voor een volle zaal met voor mijn neus veel microfoons en een stuk of vijf camera’s. Na mijn verklaring wisselde ik van plaats met brandcommandant Rouwmans. Ter afsluiting voerde Yvonne het woord. Direct daarop kwamen de eerste vragen van journalisten over de late opkomst en de vermeende trage bluswerkzaamheden. Guy en ik reageerden onder meer door te zeggen dat de brandweer binnen de responsetijd aanwezig was. Zoals gebruikelijk moest ik daarna mijn verhaal nog een aantal keren voor de diverse omroepen doen, zowel landelijk als lokaal. Ze willen allemaal hun eigen beeld hebben. Maar je kan niet op alle vragen een antwoord geven, maar je kan ook niet elke keer zeggen dat weet ik niet. Wat je wel kan doen is bij wijze van spreken gebruik maken van varianten zoals “Daar zijn we mee bezig”, “Het wordt op dit moment onderzocht”. Daarna ga je over in datgene wat je echt kwijt wilde aan de journalisten. Er zijn verschillende bewoordingen waar je uit kan putten. Ook in deze interviews kwamen vragen over de opkomsttijd van de brandweer. Op basis van de veronderstelling dat na de melding een volledige ploeg was uitgerukt, antwoordde ik dat de eerste wagens binnen de responstijd aan de voorkant van het museum aanwezig waren. Het was een misvatting van mijn kant. Bij de eerste automatische melding rijden er geen twee wagens uit, maar slechts één. Reden hiervoor is dat er vaak valse meldingen zijn. Ik hield zelfs tot de volgende dag vol om in meervoud te spreken. Het was een direct gevolg van het langzaam op gang komen van de communicatie met de brandweer.’

Verloren pand
Een ander gevolg van de gebrekkige communicatie in het begin is volgens Hekman de foutieve beeldvorming in de media en onder de bevolking. ‘De brandweer constateerde binnen een paar minuten bij aankomst dat de kerk verloren was. Het beeld ontstond daardoor dat mensen dachten dat de brandweer niets deed. Maar het was onveilig om naar binnen te gaan. Ze concentreerden zich daarom op de belendende panden. Maar in deze panden was het zo heet dat ze slechts tien minuten lang konden blussen in de panden. Omstanders zagen dit, waardoor het beeld werd bevestigd dat de brandweer niets deed. Achteraf zou het goed geweest zijn om sneller feiten te kunnen melden. Nu ontstond buiten de muren van het gemeentehuis een andere werkelijkheid. . Je moet feitelijkheden wel dubbel checken. Op het moment dat zo’n constatering ten aanzien van de brandweer zich heeft voorgedaan, dan moet je met feitelijkheden de geruchten proberen te weerleggen.’ Na de persconferentie gaat de avond van de locoburgemeester op het gemeentehuis verder met verschillende beleidsteamvergaderingen. ‘Wat mij daarbij heeft geholpen is de standaard situatierapportage. Daarmee leidde ik de vergadering van het beleidsteam. Het is in feite simpel. Allereerst de huidige situatie, dan de stand van zaken, et cetera. We eindigen altijd met de voorlichting en communicatie. Het structureerde op een heldere manier de vergadering. De herhalingen die er op een bepaald moment waren, daar konden we dus snel door naar een ander punt.’

Koningskerk
‘In de loop van de avond maakte ik met brandweercommandant Rouwmans een rondje langs het gebied rondom het Armandomuseum. Ik sprak daar ter plaatse met de Officier van Dienst. Tot mijn verbazing sloegen de vlammen toen nog hoog uit de achterzijde van de kerk aan de Breestraat. Toen werd het me duidelijk waarom in de situatierapportages telkens werd gerefereerd aan de brand in de Haarlemse Koningskerk. Bij die brand zijn drie brandweermannen omgekomen, toen zij onder een omvallende muur terecht waren gekomen. Het was voor onze brandweer de reden om de brand van een afstand te bestrijden. Ze bestreden het vuur vooral vanaf de ladderwagens en niet vanaf de brandgang in het verlengde van de Kromme Elleboogsteeg. Het duurde enkele uren voordat de bluswerkzaamheden vanaf de Breestraat van de ladderwagen konden beginnen. Maar ondertussen was daar al het vuur in alle hevigheid opgelaaid.’ Niet alleen spreekt de locoburgemeester die avond nogmaals met de operationeel leider, maar ook met diverse omwonenden. ‘Weer hoorde ik vooral veel opmerkingen over de late start van het bluswerk. Verder kwamen mij nu ook geluiden ten gehore over de dakwerkzaamheden, waar volgens omwonenden de oorzaak lag. De behoefte aan communicatie was verschrikkelijk groot, van bewoners tot pers. Als bewoners vragen hadden, kwamen ze naar de Raadszaal. In de loop van de avond besliste ik dat de nachtopvang moest worden voorbereid, omdat het sein `brand meester` nog steeds niet kon worden gegeven. Naast het museum stond namelijk een hoogspanningskastje, waarbij we niet konden zeggen of dit gevaar zou opleveren. Een medewerker van Eneco moest komen om dit te concluderen. We besloten daarom om de stroom uit te schakelen. Hierdoor kwam een vrij groot gebied, met name Langestraat en Breestraat, zonder stroom te zitten. Veel bewoners vonden het niet bezwaarlijk om een nacht zonder stroom te zitten, maar anders hadden ze ook in het hotel gekund.’

Op het eind van de eerste avond wordt de eerste bewonersvoorlichting gehouden in een volle raadszaal. ‘Aanwezig waren vooral mensen die uit hun huizen moesten. Op dat moment waren twaalf woningen ontruimd in verband met brand- en instortingsgevaar of vanwege bluswerkzaamheden aan de zijde van de Breestraat. Maar ook andere huizen waren als gevolg van afzettingen niet bereikbaar. Naast geëvacueerden waren ook buurtbewoners aanwezig die zonder stroom zaten.’ De loco-burgemeester geeft een overzicht van de situatie. ‘Ik vertelde dat de brand nog lang niet zou zijn geblust, met als aanvulling dat ook enkele panden aan de Langegracht in brand stonden. Ik somde de huisnummers van de ontruimde woningen op. Verder deelde ik mee dat we de stroom hadden afgesloten en dat de kans aanwezig was dat dit de hele nacht kon voortduren. Tot slot eindigde ik met de mededeling dat voor de bewoners een hotelaccommodatie was geregeld in hotel Campanille. Na mijn algemene toelichting, gaf de brandweer een toelichting.’ Behalve enige rumoer rondom de opvanglocatie is de zaal rustig en beheerst. De wethouder heeft een goed gevoel over de bewonersbijeenkomst. Na afloop spreekt hij met enkele bewoners. ‘We hadden er bewust voor gekozen om de bewoners en de pers van elkaar te scheiden. We gaven de bewoners dezelfde informatie als de journalisten. Je bereidt vooral de persconferentie voor, maar dat is ook de informatie die daarna bij de bewoners terechtkomt. Een bewonersbijeenkomst is toch anders dan een persconferentie. Waar je bij de pers vooral zakelijk moet zijn, heerst bij de bewoners toch de emotie. Bewoners vonden het erg prettig om eerst te worden geïnformeerd. Je moet als opperbevelhebber niet de illusie hebben dat je alle details aan ze kunt vertellen. De bewoners accepteerden dat overigens wel. Het gaat ook om het contact zoeken met de mensen, het vertrouwen wekken en het tonen van betrokkenheid zijn dan van een groter belang. Bovendien kregen we van de bewoners vragen die we konden gebruiken in onze voorbereiding naar de pers. Bewoners vroegen vrij snel hoe het met de tijdelijke huisvesting zat, maar dat was iets waar we gelukkig al rekening mee hadden gehouden.’

In de laatste bijeenkomst van die maandag draagt de locoburgemeester zijn taak over aan wethouder Arriën Kruyt. De verleiding om continu met de ramp bezig te zijn is enorm, weet Hekman uit oefeningen en ervaringen van anderen. ‘Maar het systeem van eenhoofdige leiding was erg belangrijk. We hadden van te voren al afgesproken dat ik zou gaan aflossen. Hij was die nacht als locoburgemeester beschikbaar. Hij gaf de volgende ochtend om zes uur en om half acht al zijn eerste radio-interviews. Ik vond niet dat ik alles naar buiten moest doen. Bijna iedereen droeg zijn of haar taken over aan vervangers, behalve de brandweer en de politie. Bij hen ontbrak de capaciteit om dat te doen.’ Vlak voordat Hekman naar huis wil gaan om te slapen, komt het bericht binnen dat het sein “brand meester” inmiddels is gegeven. ‘Dat was een hele geruststelling. Ik heb daarna redelijk maar kort geslapen. In de nacht kwam ik tot de conclusie dat er een extern onderzoek moest komen naar de eerste fase van de hulpverlening. Die nacht waren er geen bijzonderheden. Arriën Kruyt droeg die ochtend alles weer over aan mij. ´
Om 9.00 uur die ochtend houdt de gemeente een bewonersbijeenkomst, om een uur later te worden gevolgd door een persconferentie. ´In de bewonersbijeenkomst meldden we dat vlak voor middernacht het sein “brand meester” was afgegeven. Het was nu vooral een kwestie van nablussen. Een aantal bewoners kon daarop terug naar huis. In de loop van de ochtend zou ook de stroom weer worden aangesloten.’ Een aantal bewoners komt na negen uur binnen. De locoburgemeester herhaalt kort wat er is besproken. ‘Na afloop van de bijeenkomst kwamen ze verontwaardigd bij me. Ze beklaagden zich over het gebrek aan informatie. Ze hadden onderweg van hotel Campanile naar het stadhuis gebeld met de mededeling dat ze later waren. Een bewoonster was wel verontwaardigd dat ze haar auto niet gratis kon parkeren, waarop ik voor haar nog zelfs de uitrijdkaarten regelde.’ Hekman vertelt lachend over de situatie die vervolgens ontstaat. ‘Zij vertelde aan de anderen dat ze uitrijdkaarten van de gemeente konden krijgen. Gelukkig kwam er geen stormloop op gang.’

De persconferentie van 10.00 uur verloopt rustig en minder hectisch dan de maandag. ‘De politie vertelde over de start van het onderzoek en de mogelijke afronding ervan op woensdag. De brandweer werd na afloop weer bevraagd over de late start van de bluswerkzaamheden. In de daaropvolgende vergadering van het beleidsteam vroeg ik advies aan het ROT over een eventueel extern onderzoek.

Routine
De locoburgemeester komt inmiddels in een routine, waarin hij doorlopend schakelt tussen beleidsteam, naar bewonersbijeenkomst naar de persmomenten. ‘Het was een erg prettige manier van werken. Om vier uur was weer een bewonersbijeenkomst gepland, waar ik nieuwe informatie verstrekte. Allereerst natuurlijk de informatie voor de bewoners die terugmochten. Maar ook informatie over ontmanteling van de toren, die voor de volgende dag op de agenda stond. Na de ontmanteling, naar verwachting aan het eind van de woensdagavond, zouden de bewoners van de overkant van de Langegracht ook terug naar hun huizen kunnen.´ Volgens Hekman was de opluchting groot bij deze bewoners. ´Tegelijkertijd leverde het teleurstelling op bij diegenen die nog niet terugkonden. Ik merkte dat ik een brok in mijn keel kreeg, toen ik bij de helft van de bewoners opluchting zag en tegelijk bij de andere bewoners de teleurstelling waarnam. Een bewoner vroeg me of het mogelijk was om elders onderdak te vinden. Hij vond hotel Campanile “vreselijk”. De bewoner en zijn vrouw woonden niet alleen in de binnenstad, maar werkten daar ook. Ik beloofde dat ik dit zou navragen. Martin Borst vertelde de bewoners dat de gemeente bewust had gekozen voor de opvang op één plaats. Uiteindelijk werden de bewoners verzocht om naar de kantine te gaan, alwaar ze te horen kregen opnieuw te worden opgevangen in Campanile. Na die eerste nacht merk je toch dat mensen hierover gingen klagen. Bewoners hadden al bedacht om het bedrag dat de gemeente voor Campanile betaalde zelf aan te vullen, zodat ze elders in de stad konden overnachten. Ik mengde me bewust niet in deze discussie.’ Ook de persconferentie verloopt rustig, waarna Jelle Hekman samen met Arriën Kruyt weer richting het Armandomuseum gaat om ter plekke de situatie te bekijken.

Extern onderzoek
De volgende ochtend volgt hetzelfde ochtendritueel om acht uur. ‘Na de overdracht van de nachtploeg is besloten dat er geen reden was om een beleidteam in stand te houden. Wat we in stand hielden was een gemeentelijk team met op afroep een vertegenwoordiging van de brandweer en/of politie. Omdat ik me zorgde maakte over de negatieve berichtgeving, heb ik contact gelegd met de brandweer. Het nieuws leek een eigen leven te gaan leiden. Ik overwoog om proactieve informatie te geven. Maar dit zou spanning opleveren met het externe onderzoek, waar inmiddels toe was besloten. Ik besloot om het op de agenda van het volgende overleg te plaatsen.

Om half twaalf laat de wethouder zich samen met de gemeentesecretaris bijpraten door de brandweer en de tweede officier van Dienst aan de hand van een eerste “minutenverslag”. ‘Samen deden we al een aantal opvallende constateringen. De eerste “automatische” melding kwam om 13.26 uur. Op grond daarvan is, conform de procedure, één brandweerwagen vertrokken. De eerste telefonische melding kwam om 13.32 uur, opvallend genoeg wel vanaf het stadhuis. Op grond van deze melding gingen een tweede auto en een ladderwagen rijden. Bij de aankomst van de eerste brandweerwagen werd meteen geconstateerd dat het een grote brand betrof. Bij het binnengaan van het museum constateerde de brandweerlieden dat blussen van binnenuit niet meer mogelijk was. De inzet van de tweede ploeg duurde langer, omdat deze op maandag de gebruikelijke duikoefeningen hadden. De brandkranen in de Binnenstad hadden de halve capaciteit van de brandkranen elders in de stad. U kunt zich voorstellen dat het installeren van de pompen om te blussen met grachtwater tijd vergde. Dit waren ongeveer de eerste constateringen. Ik vroeg om dubbel te checken of inderdaad pas om 13.32 uur de eerste telefonische meldingen binnenkwamen. Dit vond ik erg wenselijk, omdat diverse binnenstadbewoners vertelden dat ze om 13.10 uur de eerste rook hadden gezien.’ Naar aanleiding van deze constateringen heeft Hekman telefonisch contact met Wouter Jong van het Nederlands Genootschap van Burgemeesters. ‘Het NGB is bereikbaar voor burgemeesters en locoburgemeesters die met crises worden geconfronteerd. Het is een nuttige dienst, die een burgemeester op cruciale momenten kan aangeven hoe collega´s met dilemma´s zijn omgegaan. In het contact heb ik gepolst hoe ik moest omgaan met de feitelijke informatie die ik zojuist van de brandweer gekregen had. Loopt het een extern onderzoek in de wielen wanneer je dit naar buiten brengt, of is het juist verstandig om de feiten te delen en daarmee de druk van de ketel te halen? Het Genootschap adviseerde om een feitenoverzicht te maken en dat zonder verder waardeoordeel naar buiten te brengen. De verwachting was dat de media zelf de conclusie wel zouden trekken dat de brandweer op tijd aanwezig was. Door zich te onthouden van een waardeoordeel kon de gemeente de formele lijn vasthouden dat de interpretatie zou worden overgelaten aan het externe onderzoek.´

Het eerste overleg van het gemeentelijk kernteam wordt aangevuld met de vertegenwoordigers van de brandweer en politie. ‘Ik stelde vast dat een extern onderzoek zou worden gehouden, waarbij de focus zou komen te liggen op het optreden van de hulpdiensten gedurende het eerste uur. Vanuit de politie werd medegedeeld dat het tactisch onderzoek was afgerond. Ze hadden vanuit de ladderwagen foto´s gemaakt in verband met het forensisch onderzoek. Daaropvolgend bespraken we de persverklaring over het brandweeroptreden gedurende het eerste uur. We zouden zoveel mogelijk feiten presenteren. De feiten werden zoveel mogelijk volgens het standaard persbericht na een brand gepresenteerd..’

Ondanks vertragingen bij het losmaken van de toren is er op die middag nog steeds de bevestiging van de aannemer dat de werkzaamheden worden afgerond. ‘Op de bewonersbijeenkomst van vier uur konden we ook de bewoners van de Breestraat gelukkig maken. Zij mochten terug, omdat er een beschermende constructie tegen vallend puin werd aangebracht. Dit gold ook voor bewoners van de Langegracht, maar dan omdat de hoek geen gevaar meer opleverde.’ Hotel Campanile wordt niet meer de opvangplaats. ‘We hebben de bewoners van Smalle Elleboogsteeg in vakantiebungalows ondergebracht. Overigens bleek dat de bewoners geen behoefte meer hadden aan dagelijkse bewonersbijeenkomsten. We hebben wel afgesproken om op afroep aan het eind van de dag een bijeenkomst te houden.’

Uiteindelijk draagt Hekman het burgemeesterschap over aan de burgemeester, die inmiddels is teruggekomen uit Afrika. ‘Ik bleef wel aanspreekbaar voor de museumbrand, maar het grootste deel van de werkzaamheden zijn daarna overgenomen door de burgemeester. De schuldvraag staat nu nog heel erg in de lokale politiek en ook in de pers. Men wil een schuldige aanwijzen. Verzekeringspartijen die over elkaar nu heel lijken te duikelen in de zoektocht naar de schuldige van de brand. In dat opzicht heeft de brand een hele lange nasleep, die tot op de dag van vandaag voortduurt.’

NGB/Roy Johannink

Overige interviews
Meer interviews met burgemeesters en oud-burgemeesters zijn terug te vinden in dit overzicht.