Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg


De Tweede Kamer heeft het voorstel voor de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg in behandeling. De wet moet de huidige Wet bopz vervangen. Voor de burgemeesters heeft dat tot gevolg van de crisismaatregel in de plaats van de inbewaringstelling komt en ook andere verplichte zorg van gedwongen opname (zoals verlichte medicatie, therapie, begeleiding) kan worden opgelegd. Ook bevat het wetsvoorstel de observatiemaatregel. VNG en NGB onderschrijven de stelselwijziging, maar hebben aan de Kamer wel aangegeven dat een burgemeester nooit verantwoordelijk kan zijn voor de afwegingen voor de inhoud van de crisismaatregel.  Ook is er bezwaar tegen de (zo mogelijke) hoorplicht voordat de burgemeester een crisismaatregel kan opleggen. De Tweede Kamer stemt op 14 februari over het wetsvoorstel.

Hier vindt u het advies van de VNG over de wet

 

Standpunt NederlandsNederlands Genootschap van Burgemeesters (NGB)

Het NGB onderschrijft het adviesde Vereniging van Nederlandse Gemeenten, maar wil deze op twee onderdelen aanvullen. Deze betreffen de crisismaatregel (hoofdstuk 7 van het wetsvoorstel).

Geen afwegingen van medische aard
In de Wet bopz heeft de burgemeester het instrument van de inbewaringstelling waarmee iemand verplicht opgenomen kan worden.  De crisismaatregel komt daarvoor in de plaats, waardoor er veel meer op maat gedwongen zorg kan worden opgelegd. Deze varieert van insluiting en beperking van bewegingsvrijheid tot gedwongen medische handelingen als medicatie en  therapie. Het NGB onderschrijft dat de noodzaak dat iemand buiten de medische sector het gezag neemt voor het opleggen van de verplichte zorg, maar de burgemeester kan niet verantwoordelijk zijn voor de aard van de zorg. Dat vraagt medische expertise, die niet  bij de burgemeester ligt.  Het NGB vraagt om dit in de wet of in onderliggende regelgeving vast te leggen.

Horen voor de crisismaatregel
In het wetsvoorstel is opgenomen dat de burgemeester pas een crisismaatregel mag opleggen wanneer hij betrokkene zo mogelijk in de gelegenheid heeft gesteld om te worden gehoord. Gelet op de crisisomstandigheden en de spoedeisende redenen voor de verplichte zorg vindt het NGB een wettelijk voorgeschreven hoorplicht niet wenselijk. Horen leidt tot vertraging in het verlenen van de zorg die juist de crisisomstandigheden direct nodig is. Dit is niet in het belang van de patiënt en zijn omgeving, ook omdat betrokkene zich vaak op een plaats bevindt waar de zorg niet kan worden verleend. Bovendien leidt de hoorplicht tot bureaucratisering en extra werklast voor de burgemeester en de gemeentelijke organisatie. De Wet bopz laat zien dat de inbewaringstelling veel vaker wordt toegepast in de grote steden en in gemeenten met psychiatrische instellingen. Daar zal de hoorplicht leiden tot een grote belasting, mede omdat e.e.a. zich ook regelmatig in de nachtelijke uren afspeelt. Het NGB vraagt u om deze redenen om het verplichte horen voor de crisismaatregel niet over te nemen.

U bent hier

<div></div>