Els Boot over fietsongeval Giessenlanden (14-9-2007)

Op reguliere schooldagen fietsen grote groepen scholieren over de Vlietskade naar Gorinchem. Ze komen uit de dorpen uit de wijde omgeving van Gorinchem. Op de ochtend van 14 september 2007 gaat het mis. Er doet zich een ingrijpend fietsongeval voor op de kade tussen twee gemeenten, Giessenlanden en Gorinchem. Burgemeester Els Boot (Giessenlanden) vertelt over de complexiteit van het incident, de beeldvorming en de impact van de gebeurtenis op inwoners van de betrokken gemeenten.

Een complex fietsongeval
‘Zoiets vergeet je nooit,’ begint burgemeester Boot haar verhaal over het fietsongeval. ‘Het ongeval vond plaats op de Vlietskade te Arkel. Een automobilist was in botsing gekomen met een grote groep fietsende scholieren. De auto raakte te water, net als de meeste scholieren. Zo’n ongeval betekent automatisch GRIP1. Ik zeg dit expliciet omdat de GRIP-regeling vaker in mijn verhaal zal terugkomen.’ De burgemeester is die ochtend niet alleen snel op de hoogte, maar ook snel ter plaatse. ‘De meldkamer belde me, waarna ik direct de gemeentelijke voorlichtster heb ingelicht. Ik kreeg het advies om naar de plaats van het ongeval te gaan. Iets wat in een kleine gemeente niet ongebruikelijk is wanneer er een ernstig ongeval plaatsvindt. Je moet op zo’n moment een lastige afweging maken. Wil je als burgemeester direct je betrokkenheid tonen aan de slachtoffers of kies je er voor om naar het gemeentehuis te gaan om van daar uit de verdere ontwikkelingen te volgen. Op het moment dat ik werd gebeld door de meldkamer was regie vanuit de gemeente nog helemaal niet aan de orde. Daarom heb ik besloten om het advies op te volgen en naar de plaats van het incident te gaan. Eenmaal bij de plaats van het ongeval aangekomen, zag ik dat de hulpverlening snel verliep. Meerdere hulpverleningsdiensten waren ter plaatse om de scholieren te helpen. Operationeel werd het goed afgehandeld. Mede omdat omstanders en bewoners bijdroegen aan een adequate hulpverlening. Enkele slachtoffers waren er zeer slecht aan toe. Zij zijn samen met de andere slachtoffers, inclusief de bestuurder, met ambulances afgevoerd naar ziekenhuizen in de regio. Ik ben samen met mijn ambtenaar rampenbestrijding vervolgens naar de school, gereden om daar met de directeur van de school het een en ander af te stemmen. De politie had besloten om ’s morgens direct na het ongeval de media in te lichten. De gemeente was niet op de hoogte gesteld van dit media-alarm. Formeel hoeft dat ook niet. Maar achteraf had het goed geweest als we dit wel direct vanaf het begin hadden geweten. Het is allemaal informatie die je meeneemt bij de grote hoeveelheid besluiten die je in korte tijd moet nemen. We hebben dit ook met de politie besproken en daar afspraken over gemaakt.’

Het incident is om 9:00 uur ’s morgens al landelijk nieuws en de media-aandacht blijft maar groeien. ‘Veel journalisten en cameraploegen waren aanwezig op de plaats van het ongeluk en kwamen later ook naar de school toe. Sommige journalisten liepen door de afzettingen heen en ik realiseerde me dat de hele situatie een enorme impact had op het onderwijzend personeel en leerlingen en dat we er alles aan moesten doen om de rust op de school zo snel mogelijk te laten weerkeren. Dat was voor mij het moment om te besluiten dat we het anders moesten aanpakken. Het was duidelijk dat we de regie naar ons toe moesten trekken. Ik besloot daarom om op te schalen naar GRIP 3.’ Burgemeester Boot legt uit waarom: ‘De eerste reden was dat bij het fietsongeval drie gemeenten betrokken waren: Gorinchem, Zederik en Giessenlanden. De meeste slachtoffers kwamen uit Zederik, zij waren onderweg naar de scholengemeenschap het Gomaruscollege in Gorinchem en het ongeluk gebeurde in Giessenlanden. Daar-naast woonde de automobilist ook in Gorinchem. Met de burgemeesters van Go-rinchem en Zederik sprak ik af dat Giessenlanden de regie op zich zou nemen, omdat het ongeval zich op ons grondgebied had voorgedaan. Beide burgemees-ters boden wel bijstand aan. Er werd bijvoorbeeld extra capaciteit aangeboden voor voorlichting. De tweede reden was de grote media-aandacht voor het incident. We hadden te maken met een grote groep fietsende scholieren. Voor velen een herkenbaar beeld. Een dergelijk ongeluk zou overal in Nederland kunnen gebeuren. De beelden op internet en op televisie van de verwrongen fietsen maak-ten dan ook diepe indruk. De landelijke pers bleef de hele dag door actief berich-ten uitzenden over het incident. We moesten voorkomen dat de communicatie versnipperd zou raken. Een centrale aansturing in de pers- en publieksvoorlichting vanuit het gemeentehuis was daarom van belang.’

GRIP-regeling
Op het moment van het ongeval werken de gemeenten in Zuid-Holland Zuid net sinds twee weken met een nieuwe versie van de GRIP-regeling. De GRIP-regeling gaat uit van een aantal vaste partners in de incidentbestrijding, politie, brand-weer en gemeenten. ‘Niet alle onderdelen waren al volledig in de regio geïmplementeerd, waaronder de beschikbaarheid van gemeentevertegenwoordiging in het CoPi. GRIP1 werd afgekondigd door de chef van dienst Politie in overleg met de officier van dienst Brandweer. De gemeenschappelijke meldkamer centrale alarmeerde vervolgens de functionarissen. Nadat het redden en het vervoeren van de slachtoffers is gebeurd, trok de officier van dienst GRIP 1 weer in. Hier-door verliep de afschaling van GRIP 1 en de opschaling naar GRIP 3, die dus om geheel verschillende redenen plaatsvonden, nagenoeg gelijktijdig.’ Tijdens de evaluatie achteraf wordt besproken dat het aanbevelenswaardig is dat leider CoPI, alvorens af te schalen in overleg treedt met de gemeente.

Beleidsteam met adviseurs
De burgemeester van Giessenlanden nodigt een aantal mensen uit om in het beleidsteam zitting te nemen. ‘Ik vroeg de directeur van het Gomarus College, omdat ik de werkwijze van de school en die van de gemeente op elkaar wenste af te stemmen. Omdat de slachtoffers uit Zederik kwamen, waren de burgemeester en de ambtenaar rampenbestrijding van Zederik ook aanwezig.’ In de eerste vergadering om 10:35 uur gaat het beleidsteam in op een aantal te nemen maatregelen vanuit de geschetste situatie. ‘Eerste zorgpunt waren natuurlijk de slachtoffers en hun familie. De familie was nog niet geïnformeerd door de politie. Gezien de complexiteit van het ongeluk en het grote aantal betrokkenen duurde het vrij lang voordat de namenlijst compleet was. En we wilden pas de ouders informe-ren als we zeker wisten dat de namenlijst juist en compleet was en duidelijk was naar welke ziekenhuizen de kinderen waren gebracht. Overigens hadden veel ouders zich in de tussen tijd al bij de politie gemeld om naar hun kinderen te in-formeren. Dit was door de politie niet gemeld aan het beleidsteam. Ook dit is een leerpunt dat tijdens de evaluatie aan de orde is gekomen. Tijdens de vergadering van het beleidsteam hebben we verder gesproken over de wens van de school om een informatiebijeenkomst voor de andere leerlingen te organiseren. En hebben we afgesproken om in het dorpshuis van Leerbroek (Zederik) een bijeen-komst te organiseren voor de slachtoffers en hun families.’

De tweede vergadering vindt plaats om 11:45 uur. ‘Verder stelde het Expertisecentrum Risico- en Crisiscommunicatie (ERC) van Binnenlandse Zaken een apart nummer open voor publieksvoorlichting en hun landelijke website www.crisis.nl beschikbaar gesteld.’ De site staat normaal gesproken vol met tips en adviezen voor burgers hoe ze kunnen omgaan met mogelijke calamiteiten, maar in geval van een crisis kan een gemeente de site gebruiken om actuele informatie te geven. Dat geeft de gemeente in crisis een centraal punt waar de informatie door-lopend kan worden geactualiseerd. Boot realiseert zich door het aantal journalisten te plaatse dat het afhandelen van persvragen van meet af aan volop aan-dacht zou vergen van het Actiecentrum Waarschuwing en Voorlichting. ‘Hierdoor kon minder aandacht worden besteed aan het volgen van de berichtgeving in de media. En ook de interne communicatie kwam pas later goed en volledig op gang. Voor ons is het een leerpunt om hier een volgende keer capaciteit voor vrij te maken.’

Om de media en het publiek te informeren houdt het beleidsteam om 13:00 uur een persconferentie. Een comité, bestaande uit de twee burgemeesters van Ze-derik en Giessenlanden, een vertegenwoordiger van de gemeente Gorinchem, de directeur van de scholengemeenschap Gomarus en de Officier van Dienst van de brandweer, licht het ongeval toe. ‘Ik heb daar kort de feiten gepresenteerd. Daarmee voldeden we in eerste instantie aan de informatiebehoefte van de media, al word je na afloop nog heel vaak gevraagd om nogmaals je verhaal voor de camera te vertellen. Iedereen wil toch zijn eigen quote. Het leek een niet-aflatende stroom van aandacht van de pers. Maar we wilden ook richting de betrokkenen en bewoners blijven communiceren.’ Daarom organiseert de gemeente dezelfde middag nog samen met de scholengemeenschap twee bijeenkomsten, een op de school en in het dorpshuis van Leerbroek, het dorp in Zederik waar de meeste scholieren woonden. ‘De bijeenkomst in het dorpshuis was het moment waarop Giessenlanden het stokje zouden overgedragen aan de gemeente Zede-rik. De bijeenkomst markeerde voor ons het begin van het nazorgtraject. Daarnaast hebben de burgemeester van Zederik en ikzelf die vrijdagmiddag een ad-vertentie laten plaatsen om de hulpverleners maar ook zeker de hulpbiedende omstanders bedankten voor hun inzet die vrijdagochtend.’

In de derde vergadering behandelt het gemeentelijke beleidsteam vooral de informatiebijeenkomst op de scholengemeenschap. In het beleidsteam besluit bur-gemeester Boot om vanaf 16:00 uur af te schalen naar een normale situatie. ‘Na deze vergadering was om 15:00 uur de informatiebijeenkomst voor scholieren en familieleden in het Gomaruscollege. Vanaf dat moment konden de bewoners van Leerbroek terecht in het dorpshuis. Een belangrijk aandachtspunt voor ons was de veiligheid van de Vlietskade. Het wegbeheer ligt in handen van het Waterschap Rivierenlanden. Ik had behoefte om samen met hen te overleggen over de veiligheid van deze weg. Het waterschap was al bezig met een groot onderzoek naar knelpunten op routes waarvan kinderen gebruikmaken. Samen met het Waterschap hebben we vier dagen later een persbericht uitgedaan over de situatie.’

Afschaling of opschaling?
‘Die ochtend wist ik nog niet dat dit fietsongeval ons zoveel leerpunten op het gebied van crisisbeheersing zou opleveren. Maar ik voelde al vrij snel redenen om de bestrijding van incident te evalueren.’ Leren van de bijzonderheden van het incident vormt uiteindelijk het begin van twee rapportages. Boot: ‘De brand-weer kwam met een feitenrelaas van de hulpverlening. Dit houdt in dat ze een beschrijving hebben gemaakt van de eerste melding tot aan het moment dat door mij is besloten op te schalen naar GRIP3. Aansluitend op deze rapportage hebben we de gemeentelijke inzet tijdens het incident en de daaropvolgende ef-fecten geëvalueerd. Een van de belangrijkste punten was het op- en afschalen van de GRIP. Zoals eerder aangegeven besloot de leider CoPi om, zonder overleg met de gemeente, de GRIP1 af te schalen toen de bron was weggevallen. Nage-noeg gelijktijdig wilde ik naar GRIP3 gaan om ervoor te zorgen dat de pers- en publieksvoorlichting beter te kunnen aansturen en te voorkomen dat de communicatie versnipperd zou raken. Bij de evaluatie zijn we uiteraard uitgebreid nagegaan hoe dit in het vervolg voorkomen kan worden. Ondanks deze en de andere evaluatiepunten zijn we zijn echter ook tot de conclusie gekomen dat we de be-volkingszorg naar behoren hebben kunnen doen. Mede dankzij de goede samenwerking met de twee andere gemeenten en de school. Ook de flexibiliteit van functionarissen van de buurgemeenten Zederik en Gorinchem maar ook Liesveld en Dordrecht is als zeer bijzonder ervaren.’

Burgemeester Boot sluit af met een laatste observatie: ‘Wat ik erg prettig vond was de afstemming politie en justitie rondom het onderzoek naar de automobilis-te die in botsing was gekomen met de scholieren. Je wilt natuurlijk niet dat de politie of justitie met een persbericht over de oorzaak van het ongeluk naar buiten komt, zonder dat de slachtoffers dat weten. Daarom was op de slachtoffer-bijeenkomst van zaterdag 9 februari 2008 de hoofdofficier van justitie aanwezig. Hij lichtte het onderzoek naar het ongeluk verder toe en stelde de slachtoffers op de hoogte van de rechtzaak die zou gaan plaatsvinden. Dankzij goede afstem-ming met justitie waren wij als gemeente, maar ook de school, voorbereid op het bericht over de vervolging van de automobiliste.’


Crisisbeheersing