Sluiten woning (Victoria)

Artikel 174a Gemeentewet 

1. De burgemeester kan besluiten een woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat lokaal behorend erf te sluiten, indien door gedragingen in de woning of het lokaal of op het erf de openbare orde rond de woning, het lokaal of het erf wordt verstoord.
 
2. De in het eerste lid genoemde bevoegdheid komt de burgemeester eveneens toe in geval van ernstige vrees voor verstoring van de openbare orde op de grond dat de rechthebbende op de woning, het lokaal of het erf eerder een woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat lokaal behorend erf op een zodanige wijze heeft gebruikt of doen gebruiken dat die woning, dat lokaal of dat erf op grond van het eerste lid is gesloten, en er aanwijzingen zijn dat betrokkene de woning, het lokaal of het erf ten aanzien waarvan hij rechthebbende is eveneens op een zodanige wijze zal gebruiken of doen gebruiken.
 
3. De burgemeester bepaalt in het besluit de duur van de sluiting. In geval van ernstige vrees voor herhaling van de verstoring van de openbare orde kan hij besluiten de duur van de sluiting tot een door hem te bepalen tijdstip te verlengen.
 
4. Bij de bekendmaking van het besluit worden belanghebbenden in de gelegenheid gesteld binnen een te stellen termijn maatregelen te treffen waardoor de verstoring van de openbare orde wordt beëindigd. De eerste volzin is niet van toepassing, indien voorafgaande bekendmaking in spoedeisende gevallen niet mogelijk is.
 
5. De artikelen 5:25 tot en met 5:28 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing. De burgemeester kan van de overtreder de ingevolge artikel 5:25 van de Algemene wet bestuursrecht verschuldigde kosten invorderen bij dwangbevel. 

________

De Wet Victoria, zoals artikel 174a Gemeentewet is gaan heten, richt zich op het sluiten van woningen. De Wet Victoria geeft de burgemeester de bevoegdheid tot sluiting van een woning, of een niet voor het publiek toegankelijk lokaal bij verstoring van de openbare orde rond die woning door gedragingen in die woning of lokaal. Om tot sluiting van de woning of het lokaal (en bijbehorend erf) over te kunnen gaan, moeten de effecten van de verstoring van de openbare orde rond de woning of het lokaal te kenmerken zijn als ernstige overlast. Voorbeelden zijn voortdurend bezoek van verslaafden, handel in verdovende middelen, heling, prostitutie etc, voor zover te relateren aan de woning. Het gaat zowel om daadwerkelijke overlast als om ernstige vrees voor verstoring van de openbare orde, omdat de bewoner in een vorige woning tot overlast heeft gezorgd en er aanwijzingen zijn dat hij de huidige woning op dezelfde wijze zal gebruiken (lid 2).

De bevoegdheid tot het sluiten van een woning is een zeer zware bevoegdheid, die inbreuk maakt op persoonlijke levenssfeer (artikel 10 Grondwet en artikel 8 EVRM) en op het huisrecht van de bewoners (artikel 12 Grondwet). Net als voor alle bevoegdheden geldt, moet de burgemeester in de praktijk ook hier eerst proberen om de overlast met andere, minder ingrijpende middelen, een halt toe te roepen. Ook moet de burgemeester betrokkene eerst waarschuwen en op de hoogte stellen van de geconstateerde overlast, alvorens hij kan besluiten tot sluiting.

Het bevel om de woning te sluiten is een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Dat betekent dat de bewoner (of een andere belanghebbende) bezwaar kan maken en in beroep kan gaan tegen het besluit van de burgemeester. Bovendien moet betrokkene bij het besluit binnen een te bepalen termijn in de gelegenheid worden gesteld om de overlast te beëindigen, tenzij er sprake is van spoedeisende sluiting.

Uit de jurisprudentie blijkt onder meer dat: 

  • de burgemeester zorgvuldig moet onderzoeken hoe ernstig de vrees voor verstoring van de openbare orde is,  én
  • deugdelijk moet motiveren waaruit die verwachte verstoring blijkt.

Na sluiting door de burgemeester kan het college van B&W een vervolg geven op grond van de Wet Victor. De wet Victor regelt het natraject van een sluiting op grond van artikel 13b Opiumwet (Wet Damocles) of artikel 174a Gemeentewet. Het college is bevoegd om de eigenaar te verplichten om een andere gebruiker voor het pand aan te wijzen of het gebouw in beheer te geven (artikel 14 van de Woningwet). Aan dit besluit kunnen voorwaarden worden gesteld, zoals het geschikt maken voor gebruik van de woning. Mocht er ondanks de aanwijzingsbevoegdheid geen uitzicht zijn op duurzaam herstel van de openbare orde rond de betreffende woning, dan is de gemeenteraad, op grond van artikel 77 lid 1 sub 7 Onteigeningswet, bevoegd om tot onteigening over te gaan.

Een praktisch knelpunt is de zorgplicht die de burgemeester heeft voor de bewoners van het gesloten pand. Als onschuldige bewoners als kinderen en de partner van de overlastveroorzaker geen alternatief onderdak hebben is uitzetting in de praktijk niet een adequate oplossing om de overlast te bestrijden. De overlastveroorzaker zelf hoeft geen alternatieve woonruimte aangeboden te worden.

Casuistiek

Casus: Sluiting van huurwoning vanwege drugsoverlast
In Breda wordt een huurwoning voor drie maanden gesloten, wegens langdurige en ernstige overlast die niet samenhangt met overtreding van de Opiumwet. Volgens de voorzieningenrechter is het voldoende aannemelijk dat enkele bewoners van de woning langdurig ernstige overlast hebben veroorzaakt, dat deze overlast heeft geleid tot ernstige aantasting van de openbare orde ter plaatse en dat van omwonenden in redelijkheid niet kan worden gevraagd de overlast en aantasting van de openbare orde nog langer te dulden. Het beroep op de culturele achtergrond van verzoekster slaagt niet, omdat dit niet wegneemt dat bepaalde gedragingen naar Nederlands recht strafbaar zijn en dat bepaalde gewoonten van haar en haar gezinsleden bij omwonenden gevoelens van grote onveiligheid oproepen. Het besluit voor de sluiting van de huurwoning wordt op last van de Voorzieningenrechter tijdelijk geschorst, opdat kan worden gezorgd voor adequate opvang van zowel de kinderen van verzoekster als verzoekster zelf. Klik door voor de volledige uitspraak in deze casus.

Casus: Sluiting van een woning na voortdurende burenruzies
De burgemeester van Pekela sluit een woning voor één jaar, omdat de bewoners voor ernstige buurtoverlast zorgden. Er was geen sprake van overlast als gevolg van drugshandel of –gebruik. De rechter oordeelde dat de Wet Victoria zich niet beperkt tot drugspanden en de burgemeester daarom het pand kon sluiten. Voorts oordeelde de rechter dat het aantal aangetoonde voorvallen van overlast weliswaar niet groot was, maar de ernst van de voorvallen dermate groot was, dat de burgemeester kon overgaan tot sluiting van de panden. Klik door voor de volledige uitspraak in deze casus.

Casus: sluiting van woning na ernstige buurtoverlast
De burgemeester van Apeldoorn besluit een woning voor 12 maanden te sluiten, omdat het drugspand zorgt voor ernstige overlast. In dit pand vond handel en gebruik van verdovende middelen plaats. Door drugs- en excessief drankgebruik was er sprake van voortdurende (geluid)overlast, van onderling geweld met en zonder letsel, vernielingen en vervuiling, intimidatie van bewoners naar omwonenden waaronder ook het schieten met een luchtdrukpistool op omwonenden vanuit de woning en brandstichting. Klik door voor de volledige uitspraak in deze casus. Lees hier de volledige annotatie door mr M. Vols.


Verder lezen?