Veiligheidsregio's

Wet Veiligheidsregio's
Wet houdende bepalingen over de brandweerzorg, de rampenbestrijding, de crisisbeheersing en de geneeskundige hulpverlening (Wet veiligheidsregio’s) en opvolger van (onder meer) de Wet Rampen en Zware Ongevallen. Klik hier voor de volledige wetstekst.

_____________

De Wet veiligheidsregio’s geeft het kader voor de bevoegdheden bij rampen en crises, ook wanneer die meer dan één gemeente tegelijk treffen of die het belang van één gemeente overschrijden (en dus bovenlokaal zijn). Een ramp wordt in artikel 1 Wet Veiligheidsregio gedefinieerd als een gebeurtenis:

  • waardoor een ernstige verstoring van de fysieke veiligheid is ontstaan en
  • waarbij een gecoördineerde inzet van diensten en organisaties van verschillende disciplines is vereist om de dreiging weg te nemen of de schadelijke gevolgen te beperken

Bevoegdheden lokale ramp
In geval van brand, een lokale ramp, crisis of dreiging daarvan heeft de burgemeester een aantal bevoegdheden en taken:

  • De burgemeester heeft het gezag bij brand alsmede bij ongevallen anders dan bij brand voor zover de brandweer daarbij een taak heeft (artikel 4).
  • De burgemeester heeft het opperbevel in geval van een ramp of van ernstige vrees voor het ontstaan daarvan (artikel 5).
  • De burgemeester kan de leiding van het ambulancevervoer aanwijzingen geven ten behoeve van de openbare orde (artikel 6). 
  • De burgermeester is belast met de informatievoorziening tijdens de ramp of crisis (crisiscommunicatie) naar bevolking en hulpverleners (artikel 7).

Het gezag bij brand en ongevallen anders dan bij brand (art 4) betreft de bevoegdheid van de burgemeester jegens de brandweer. De burgemeester kan op grond van het opperbevel van artikel 5 van de Wet Veiligheidsregio’s géén rechtstreekse bevelen geven aan de bevolking. Daartoe dient hij bijvoorbeeld zijn noodbevoegdheden (artikelen 175 en 176 Gemeentewet) te hanteren.

Artikel 6 van de Wet veiligheidsregio’s houdt in dat de burgemeester ook de zeggenschap heeft over de inzet van de ambulances. Indien het naar het oordeel van de burgemeester noodzakelijk is, kan hij aanwijzingen geven aan de ambulancediensten (RAV) die in zijn gemeente verantwoordelijk is voor de ambulancezorg. Het is aan de burgemeester te bepalen of de openbare orde in het geding is en of er ingegrepen moet worden.

Artikel 7 verplicht de burgemeester informatie aan de bevolking van zijn gemeente te verschaffen tijdens een (dreigende) ramp of crisis. De informatie heeft betrekking op zowel de achtergronden van de crisis als op de gevraagde handelingen van burgers. Daarnaast verplicht dit artikel de burgemeester om de personen die betrokken zijn bij de bestrijding of beheersing van de ramp of crisis te informeren over de risico’s voor de gezondheid en de te treffen voorzorgsmaatregelen en afstemming te zoeken met de informatievoorziening op Rijksniveau (artikel 7 lid 3). Dit artikel heeft geen betrekking op informatievoorziening over alle potentiële bedreigingen (risicocommunicatie). Dat is geregeld in artikelen 45 en 46 en is een taak voor het bestuur van de veiligheidsregio; de risicocommunicatie naar de bevolking vindt zijn basis in artikel 46 lid 2 Wvr.

Bevoegdheden bovenlokale ramp
Bij rampen en/of crises die de gemeentegrens overstijgen wordt opgeschaald tot regionaal niveau waar zich een regionaal beleidsteam (RBT) vormt. Het regionale beleidsteam bestaat uit de burgemeesters van de betrokken gemeenten, de Hoofdofficier van Justitie en de voorzitter(s) van betrokken waterschappen. Het RBT wordt voorgezeten door de voorzitter van de veiligheidsregio die tevens korpsbeheerder van de regiopolitie is.

De voorzittende burgemeester krijgt de bevoegdheden die bij een lokale crisis de burgemeester toekomen (artikel 39 lid 1), waaronder inbegrepen het noodbevel (artikel 175 Gemeentewet) en noodverordening (artikel 176 lid1 Gemeentewet) en het gezag over de politie (art 39 lid 1 sub c). Dit betekent dat bijvoorbeeld een noodverordening die in het kader van de gemeentegrensoverschrijdende crisis wordt afgekondigd wordt ondertekend door de voorzitter van de veiligheidsregio. In tegenstelling tot een reguliere noodverordening hoeft deze niet door de gemeenteraad te worden bekrachtigd (artikel 39 lid 1 sub b).De burgemeesters van de bij de ramp betrokken gemeenten worden geraadpleegd bij de totstandkoming van besluiten. Een burgemeester kan in het regionaal beleidsteam schriftelijk bezwaar doen aantekenen, indien hij van mening is dat een voorgenomen besluit het belang van zijn gemeente onevenredig schaadt (artikel 39 lid 4).​

Rol Commissaris van de Koning 
De commissaris van de Koning ziet toe op de samenwerking in het regionaal beleidsteam en kan daartoe aanwijzingen geven (artikel 41 lid 1) volgens een door de regering gegeven ambtsinstructie (artikel 41 lid 2). In geval van een ramp of crisis van bovenregionale betekenis, of van ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, kan de CdK de voorzitter van de veiligheidsregio, zo mogelijk na overleg met hem, aanwijzingen geven over het inzake de rampenbestrijding of crisisbeheersing te voeren beleid (artikel 42).

Toegang rampterrein
Op basis van artikel 62 hebben diverse professionals in de crisisbeheersing vrije toegang tot alle plaatsen zijnde niet woningen, voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak nodig is. Zij kunnen daarbij andere personen en hulpmiddelen meenemen. Voor woningen geldt dat deze bevoegdheid alleen geldt bij onmiddellijk gevaar voor de fysieke veiligheid. Bij brand, ernstig en onmiddellijk brandgevaar, rampen en crisis is het de bovengenoemde functionarissen toegestaan woningen binnen te treden zonder toestemming van de bewoner. Ook bij incidenten die een onmiddellijk gevaar voor de omgeving opleveren, kan aangewezen personeel de woningen binnentreden.

NB: Ook in situaties waarin een rampterrein met een noodverordening is afgebakend, kan onderzoekers van de Onderzoeksraad voor Veiligheid de toegang niet worden geweigerd. Zij ontlenen die bevoegdheid aan artikel 36 Rijkswet Onderzoeksraad voor veiligheid.

Binnentreden voor hulpverlening
In de Algemene wet op het binnentreden van 22 juni 1994 worden voorwaarden gesteld aan het binnentreden van woningen. Deze voorwaarden zijn onverkort van kracht bij uitoefening van de bevoegdheden in de Wet veiligheidsregio’s. Een schriftelijke machtiging zoals vereist in art 2, lid 1van de Algemene wet op het binnentreden is niet vereist, indien ter voorkoming of bestrijding van ernstig en onmiddellijk gevaar voor de veiligheid van personen of goederen terstond in de woning moet worden binnengetreden (Algemene wet op het binnentreden, art 2, lid 3). Bij niet onmiddellijk gevaar kunnen de aangegeven functionarissen woningen slechts binnentreden met een schriftelijke machtiging die voldoet aan de voorwaarden zoals beschreven in de Algemene wet op het binnentreden.

Volgens lid 2 mogen de genoemde ambtenaren uitrustingstukken en hulpmiddelen mee naar binnen nemen en daar dan vervolgens gebruik van maken op zodanige wijze als zij voor een goede vervulling van hun taak noodzakelijk achten.

Verder lezen?

  • De website van het Veiligheidsberaad.
     
  • Het NGB heeft met het Veiligheidsberaad en regio IJsselland een factsheet gemaakt met de specifieke bevoegdheden voor de voorzitters van de Veiligheidsregio's tijdens de acute fase.
     
  • Voor meer achtergronden over de ervaringen van burgemeesters bij crises, rampen en zware ongevallen, klik door voor het Dossier Crisisbeheersing op de website van het Nederlands Genootschap van Burgemeesters.
     
  • Aanrader: Om de bestuurlijke verhoudingen bij crises inzichtelijk te maken hebben een aantal provincies en veiligheidsregio's samen een aantal "Bestuurlijke netwerkkaarten" ontwikkeld.
     ​
     

U bent hier

<div></div>