Artikel 174 Gemeentewet
1.De burgemeester is belast met het toezicht op de openbare samenkomsten en vermakelijkheden alsmede op de voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven.
2.De burgemeester is bevoegd bij de uitoefening van het toezicht, bedoeld in het eerste lid, de bevelen te geven die met het oog op de bescherming van veiligheid en gezondheid nodig zijn.
3.De burgemeester is belast met de uitvoering van verordeningen voor zover deze betrekking hebben op het in het eerste lid bedoelde toezicht.
Toezicht op openbare vermakelijkheden en inrichtingen (artikel 174 Gemeentewet) belast de burgemeester met het toezicht op voor het publiek openstaande gebouwen en erven, openbare samenkomsten en vermakelijkheden. De manier waarop een gelegenheid onder normale omstandigheden wordt gebruikt is daarbij relevant. Een restaurant waar een besloten feest plaatsvindt, is dus ook een voor het publiek openstaand gebouw.
Voorbeelden van openbare vermakelijkheden en inrichtingen:
Het begrip toezicht is ruimer dan de handhaving van de openbare orde en veiligheid. Onder toezicht wordt verstaan:
In acute veiligheidssituaties kan onverwijld worden ingegrepen. In minder acute situaties zal eerst een waarschuwing worden gegeven. Een burgemeester kan bijvoorbeeld beslissen om een café te sluiten indien de voorschriften betreffende de sluitingstijden opnieuw niet worden nageleefd. Dit bevel kan worden gehandhaafd door middel van bestuursdwang of dwangsom op basis van artikel 125 lid 3 Gemeentewet. Zowel het bevel als de bestuursdwangbeschikking staan open voor bezwaar en beroep.
Bij het geven van een bevel moet de burgemeester wel enkele voorwaarden in acht nemen:
Het enkele feit dat er illegale/criminele activiteiten plaatsvinden in een openbare inrichting is onvoldoende reden voor een bevel. Het bevel moet namelijk gericht zijn op herstel van de openbare orde en heeft geen betrekking op criminaliteitsbestrijding. Wel is gokken en handel in verdovende middel een aantasting van de openbare orde en veiligheid, waarbij wel een bevel mogelijk is. Voor overige delicten geldt dat de burgemeester niet bevoegd is om op te treden; vervolging van strafbare feiten is de verantwoordelijkheid van de officier van justitie.
Casuistiek
Casus: Sluiting van hotelgedeelte
Na een inspectiebezoek van de brandweer besluit de burgemeester van Woudrichem het hotelgedeelte van een pand tot nader order te sluiten op basis van artikel 174 Gemeentewet. Omdat de geconstateerde tekortkomingen in het hotelgedeelte ernstig zijn, wordt de hoteleigenaar op grond van artikel 125 van de Gemeentewet en afdeling 5.3 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) onder aanzegging van bestuursdwang aangeschreven om binnen dertig dagen een aantal nader aangeduide maatregelen te treffen. Het hotel blijft gesloten, totdat zodanige maatregelen zijn genomen dat aan een aantal nader aangeduide vereisten wordt voldaan. Klik door voor de volledige uitspraak in deze casus.
Casus: beperking bezoekersaantal dance-evenement
In 2002 besluit de burgemeester van Utrecht maximaal 25.000 bezoekers toe te laten tot het dance evenement “trance energy”. De burgemeester is van mening dat op deze locatie en in aanmerking genomen de beschikbare politiecapaciteit, een hoger bezoekersaantal dan tot een concrete, zich direct aandienende, de veiligheid of gezondheid bedreigende situatie zou leiden. Het bevel is mede gebaseerd op het door het driehoeksoverleg gekozen beleidsuitgangspunt, dat het bezoekersaantal van grootschalige muziekfeesten in de Jaarbeurs moet worden beperkt tot 20.000, mede gelet op de samenstelling en leeftijd van het publiek, de aanwezigheid van grote aantallen mensen in een beperkte ruimte, de uren waarop het feest plaatsvindt, en het gebruik van drugs in combinatie met alcohol. In aanvulling hierop heeft het driehoeksoverleg volgens de beslissing op bezwaar op basis van de door ID&T voor dit evenement gepresenteerde extra veiligheidsmaatregelen een bezoekersaantal van maximaal 25.000 mensen aanvaardbaar geacht. Bij een nog hoger aantal bezoekers zal de situatie bij een op drift geraakte mensenmassa ongeacht de mate van begeleiding, niet in de hand kunnen worden gehouden. Klik door voor de volledige uitspraak in deze casus.
Casus: sluiting Horeca-inrichting na ongeregeldheden
De burgemeester van Eindhoven besluit Horeca-inrichting Blue Parrott in uitgaansgebied Stratumseind, nadat in de directe nabijheid van de horeca-inrichting de bedrijfsleider van de horeca-inrichting onnodig geweld heeft gebruikt tegen een persoon, die daarbij gewond raakte. Naar het oordeel van de burgemeester is dit een ernstig incident en een ernstige verstoring van de openbare orde. Derhalve besluit de burgemeester tot een tijdelijke sluiting van de horeca-inrichting voor een periode van drie weken. De eigenaar tekent bezwaar aan en de gemeentelijke bezwaarschriftencommissie acht de termijn van sluiting niet in verhouding tot de duur van andere sluitingen van horeca-inrichtingen en de ernst van de daaraan ten grondslag liggende incidenten. De commissie weegt daarin mee dat de eigenaar niet eerder een bestuurlijke maatregel opgelegd heeft gekregen en de betreffende bedrijfsleider niet eerder betrokken is geweest bij een soortgelijk incident. Daarna brengt de burgemeester de sluitingstermijn terug tot één week. De Raad van State verwerpt het beroep dat de eigenaar tegen deze sluiting heeft ingesteld. Klik door voor de volledige uitspraak in deze casus.