Politiewet 1993

Politiewet
Wet van 9 december 1993, tot vaststelling van een nieuwe Politiewet. Klik hier voor de volledige wetstekst.

___________

In de Politiewet 1993 zijn de taak en de organisatie van de politie bepaald. Tevens is in de wet omschreven op welke wijze de politie onder aansturing van bestuur en justitie staat. In de Gemeentewet is opgenomen dat de burgemeester zich bedient van de politie in de handhaving van de openbare orde en in de hulpverlening. De politie beschikt over geweldsmiddelen om zo nodig af te dwingen dat men zich aan de regels houdt. De politie is daarmee een belangrijk - zo niet het belangrijkste - instrument om de daadwerkelijke handhaving van de openbare orde te vervullen.

Gezag (artikel 12 Politiewet 1993)
Als de politie optreedt ter handhaving van de openbare orde en ter uitvoering van de hulpverleningstaak, dan staat zij onder gezag van de burgemeester. De burgemeester kan de politie de nodige aanwijzingen geven voor de vervulling van deze taken. Deze aanwijzingen kunnen zowel planmatig als ad hoc zijn en zowel de individuele ambtenaren van politie als de gehele politie betreffen. Het gezag van de burgemeester strekt zich uit over alle politiefunctionarissen als zij in de gemeente optreden ter handhaving van de openbare orde, ook als zij in dienst zijn van andere politieregio’s of van het Korps landelijke politiediensten (KLPD). Tevens heeft de burgemeester het gezag over de Koninklijke Marechaussee als deze in de gemeente optreedt ter handhaving van de openbare orde. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de politietaak van de KMar op en rond luchthavens.

Het gezag over de politie in de handhaving van de openbare orde omvat twee elementen:

  • de daadwerkelijke voorkoming en beëindiging van zich concreet voordoende of dreigende verstoringen van de openbare orde en
  • de algemene bestuurlijke voorkoming van strafbare feiten, dat vorm krijgt in de participatie van de politie in het preventieve veiligheidsbeleid.

De hulpverleningstaak van de politie is algemeen van aard, maar heeft uiteraard betrekking op het werkterrein van de politie. Het gaat erom burgers te helpen en te voorkomen dat zij slachtoffer van (verder) onrecht of ongeval worden.

Driehoeksoverleg
De politie staat onder duaal gezag: voor de handhaving van de openbare orde en voor de hulpverlening ligt het gezag over de politie bij de burgemeester en voor de strafrechtelijke handhaving ligt het gezag bij de officier van justitie. De Politiewet 1993 verplicht de burgemeester en de officier van justitie periodiek met de chef van het territoriale onderdeel van de politie te overleggen over de taakuitvoering van de politie. Dit is het driehoeksoverleg, dat in de praktijk meestal de vorm heeft van een districtelijke driehoek of districtscollege, waarin de gezamenlijke burgemeesters met de officier en de districtsleiding overleggen.

Formeel heeft het driehoeksoverleg geen eigen bevoegdheden; het is immers een overleg. Het overleg beperkt zich niet tot de uitvoering van de politietaak, maar in de praktijk vindt er vaak afstemming tussen de burgemeesters onderling plaats over hun inzet ter handhaving van de openbare orde en tussen bestuur en openbaar ministerie over de inzet van beide partijen. Voor de toepassing van een aantal bevoegdheden is de burgemeester verplicht tot samenwerking/samenloop met de officier van justitie. Het driehoeksoverleg is dan vaak het ontmoetingspunt.

Inhoud driehoeksoverleg (ontleend aan website Openbaar Ministerie)
In de driehoeksoverleggen wordt bijvoorbeeld gesproken over de vraag of de politie meer tijd moet besteden aan surveilleren op koopavond of aan boeren die illegaal mest uitrijden; moet de aandacht worden besteed aan drugsproblemen in achterstandswijken of aan wegen waar veel ongelukken gebeuren? Het gaat hierbij om de afweging van hoe en waar de politie wordt ingezet. In het driehoeksoverleg wordt kortom een keuze gemaakt tussen meer 'blauw op straat' of meer rechercheurs.

Soorten driehoeksoverleg

Regionaal college
In het regionaal college zitten alle burgemeesters van alle gemeenten in het arrondissement, de hoofdoffcier van het arrondissementsparket en de korpschef. De voorzitter van de grootste gemeente is voorzitter van het regionaal college (de korpsbeheerder).

Beheersoverleg
In het beheersoverleg zitten de korpschef, de korpsbeheerder (burgemeester) en de hoofdofficier van het arrondissementsparket. Dit beheersoverleg vormt als het ware het dagelijks bestuur van het regionaal college.

Districtsoverleg
Op het niveau van politiedistricten zijn eveneens driehoeksoverleggen. In een arrondissement zijn bijvoorbeeld politiedistricten. Op het districtsoverleg zijn namens het Openbaar Ministerie een districtsofficier, namens de politie de districtschef en namens de gemeenten de burgemeesters in dat district vertegenwoordigd.

Bestuur van het regionale politiekorps
Het bestuur van het regionale politiekorps is in handen van het regionaal college, waarin de burgemeesters en de hoofdofficier van justitie zitting hebben. Het regionale college stelt tenminste eenmaal in de vier jaar het beleidsplan en jaarlijks de organisatie, de formatie, de begroting, de jaarrekening, en het jaarverslag voor het regionale politiekorps vast. Voorts is het regionaal college het orgaan, waaraan de korpsbeheerder verantwoording aflegt over het door hem gevoerde beheer.

Zeggenschap
De zeggenschap van de burgemeesters over de inzet van mensen en materieel van de politie is een aantal jaren geleden ernstig ingeperkt. De burgemeester moet voor de vaststelling van de grenzen van een territoriaal onderdeel (district) van de politie worden gehoord. Als het district meer dan één gemeente omvat of niet samenvalt met de gemeentegrenzen, dan is voor de vaststelling van de grenzen de instemming van de betreffende burgemeester(s) vereist. Ook is de instemming van de burgemeester(s) vereist voor de aanwijzing van de districtschef door de korpsbeheerder. Plaatsing van ambtenaren van politie bij een territoriaal onderdeel geschiedt niet dan na overleg met de burgemeester. Indien de burgemeester(s) van oordeel is/zijn dat een ambtenaar van politie vanwege diens taakvervulling vervangen moet worden, dan draagt de korpsbeheerder zorg voor vervanging

Verantwoordingsplicht
De verantwoordingsplicht van de burgemeester jegens de gemeenteraad strekt zich ook uit over diens aansturing van de politie, inclusief zijn optreden in het regionaal college.

 

Verder lezen?