Openbare manifestaties

Wet Openbare manifestaties
Wet van 20 april 1988, houdende bepalingen betreffende de uitoefening van de vrijheid van godsdienst en levensovertuiging en van het recht tot vergadering en betoging. Klik hier voor de volledige wetstekst.

__________

De Wet Openbare manifestaties (Wom) is van toepassing wanneer een betoging of demonstratie wordt gehouden. Er is sprake van een openbare manifestatie wanneer er meerdere personen zijn die in het openbaar een mening uiten en waarbij het uiten van deze mening centraal staat. Zogenoemde 'eenmansacties' waarbij één persoon in het openbaar een mening wil uiten, vallen niet onder de Wom.  Het recht om betogingen te organiseren of eraan deel te nemen is verankerd in artikel 6 en artikel 9 (lid 2) van de Grondwet. Het recht op vrijheid van meningsuiting is neergelegd in artikel 7 Grondwet. Deze grondrechten kunnen, onder bepaalde voorwaarden, worden beperkt.

Omdat vrijheid van betoging, levensovertuiging en meningsuiting grondrechten zijn, is in de Wom niet gekozen voor een vergunningenstelsel, maar voor een kennisgevingstelsel. De burgemeester kan op grond van de kennisgeving van een openbare manifestatie eventueel voorschriften en beperkingen stellen en de nodige veiligheidsmaatregelen treffen om de betoging ordelijk en vreedzaam te laten verlopen. De Wom bepaalt in artikel 5 lid 2 sub c dat de burgemeester een manifestatie kan verbieden:

  • ter bescherming van de gezondheid,
  • in het belang van het verkeer en
  • ter bestrijding of voorkoming van wanordelijkheden.

 
De inhoud van de uiting is géén criterium voor de burgemeester om een manifestatie te verbieden. Tijdens de betoging zelf is de burgemeester bevoegd aanwijzingen te geven in het belang van bovengenoemde gronden. Ook kan hij - op dezelfde gronden – de betoging beëindigen (artikelen 6 en 7 Wom). De gemeenteraad kan in de APV regels opstellen over de wijze waarop de gemeente in kennis wordt gesteld. Voldoet de organisator daar niet aan, dan kan de burgemeester de manifestatie in uitzonderlijke omstandigheden verbieden of beëindigen. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat een demonstratie kan worden beëindigd omwille van het enkele feit dat ze niet is aangemeld (HR 17 oktober 2006, LJN AU 6741). Ook artikel 11 EVRM staat niet in de weg aan een vergunningsstelsel voor betogingen. Desalniettemin wordt het ontbinden van een vreedzame kleine betoging of een vreedzame betoging naar aanleiding van een actuele gebeurtenis op grond van het enkele feit dat ze niet is aangemeld in de literatuur en door de Nationale Ombudsman doorgaans niet opportuun geacht. De context waarin een manifestatie plaatsvindt, telt mee in de afwegingen. Zie hiervoor onder meer de evaluatie van de beeindiging van een tentenkamp bij een Aanmeldcentrum in Ter Apel.

In de praktijk komt het voor dat burgemeesters manifestaties verbieden ter voorkoming of bestrijding van wanordelijkheden. Dat betreft evenwel een vergaand en uitzonderlijk middel dat bijvoorbeeld speelt bij demonstaties van extremistische groeperingen met tegendemonstraties. Hierbij geldt dat:

  • de burgemeester zich moet hebben ingespannen om voldoende politie te verkrijgen;
  • de burgemeester het concreet en uitvoerig moet kunnen aantonen als hij vaststelt dat de inzet van politie buitenproportioneel is;
  • de burgemeester een andere locatie of tijdstip mag voorstellen of nadere voorschriften aan de manifestatie mag verbinden;
  • de burgemeester bij het verplaatsen en/of beperken van de manifestatie uitvoerig moet motiveren waarom de toegestane route de enige acceptabele is en waarom de tijdsduur van de demonstratie zozeer wordt beperkt.
  • Een verbod is enkel mogelijk op basis van “bestuurlijke overmacht”, waarbij de politie niet in staat is om de veiligheid van deelnemers te garanderen. Daarvan is sprake wanneer de betoging naar redelijke verwachting gepaard zal gaan met zo ernstige wanordelijkheden, dat er niet voldoende politie kan worden ingezet om de veiligheid van burgers en goederen adequaat te beschermen.

Overigens spelen de omstandigheden van het geval wel een rol. Zo is het denkbaar dat vlak nadat een brand in een moskee heeft plaatsgevonden een demonstratie van extreemrechts kan worden verboden; daar is dan duidelijk een link met de maatschappelijke onrust die al bestaat. De onrust kan dan voldoende grond zijn om de demonstratie op dat specifieke moment te verbieden. Mocht op een later tijdstip eenzelfde verzoek in de desbetreffende gemeente binnenkomen, dan moeten de omstandigheden van dat moment worden gewogen.

Een verbod is dus slechts bij hoge uitzondering gerechtvaardigd en dan met name als een bestuurlijke overmachtssituatie dreigt te ontstaan. Daarvan is sprake wanneer de betoging naar redelijke verwachting gepaard zal gaan met dermate ernstige wanordelijkheden, dat er niet voldoende politie kan worden ingezet om de veiligheid van burgers en goederen adequaat te beschermen. In een zaak tussen NVU-aanhangers en de gemeente Venray (LJN-nummer: AV3796) is dit gespecificeerd. Een verwachte confrontatie is onvoldoende grond voor een verbod.

In situaties waarin de Wet openbare maniestaties niet voorziet en toch ernstige vrees is wordt voor oproerige beweging, andere ernstige wanordelijkheden of van rampen of zware ongevallen, dan kan de burgemeester gebruik maken van de noodverordening en noodbevel. Een noodbevel is te gebruiken om demonstranten te sommeren zich te verwijderen van een bepaalde plaats. Dit geldt met name als men afwijkt van de afgestemde route. Het noodbevel werkt individueel. Hierbij worden bijvoorbeeld extreemlinkse demonstranten bevolen zich te verwijderen om een confrontatie met extreemrechtse demonstranten te voorkomen. De noodverordening geldt voor een bepaald gebied. In Arnhem was de noodverordening erop gericht iedereen die de demonstratie wilde verstoren of verhinderen op te pakken (2005). In Vlagtwedde (Ter Apel) was in een noodverordening opgenomen dat deelnemers niet onherkenbaar mochten zijn, geen voorwerpen bij zich mochten dragen waarmee de orde verstoord zou kunnen worden en de politie bij iedere verstoring van de openbare orde direct in kan grijpen (2005). Lees hier de volledige noodverordening van Vlagtwedde
 

Casuistiek

Casus:Krakersdemonstratie Amsterdam
Krakersdemonstratie in Amsterdam op 1 mei 2012. Betoging op internet aangekondigd, maar er was geen kennisgeving aan de burgemeester van Amsterdam gedaan. Naar het oordeel van het hof was de burgemeester van Amsterdam bevoegd voor de betoging op 1 mei 2012 het voorschrift betreffende de gezicht bedekkende kleding te geven. De aanhouding van de verdachte is niet onrechtmatig geweest. De door de raadsman genoemde uitspraken van de rechtbank Amsterdam leiden niet tot een ander oordeel. Klik door voor de volledige uitspraak in deze casus.

Casus: Anti-Pegidademonstratie Den Haag
Pegida houdt op 11 september 2016 een demonstratie op de Koekamp in Den Haag. Hierop wil een andere groepering tegelijkertijd een tegendemonstratie houden die naar dezelfde locatie als de Pegida-demonstratie gaat. De burgemeester geeft de tegendemonstranten de beperking op dat zij slechts statisch op een andere plaats in het centrum mogen demonstreren om te voorkomen dat er wanordelijkheden ontstaan. De rechter oordeelt bij een voorlopige voorziening tegen de burgemeester, dat de burgemeester voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het op de Koekamp niet goed doenlijk is om de deelnemers aan de beide demonstraties van elkaar gescheiden te houden. Het recht op betoging is niet onevenredig beperkt gelet op de locatie die de burgemeesters aan de tegendemonstratie heeft voorgeschreven. Klik door voor de volledige uitspraak in deze casus.

Casus: NVU demonstratie in Den Bosch
Op 23 mei 2009 vindt in Den Bosch een demonstratie van de Nederlandse Volksunie plaats. De burgemeester van Den Bosch had eerder die week de demonstratie verboden. De rechter schorste het besluit van de burgemeester, omdat de vrijheid van meningsuiting zwaarder woog dan de (praktische) bezwaren die de gemeente aanvoerde. Volgens de rechter is onvoldoende aangetoond dat er niet genoeg politie beschikbaar is in Den Bosch. De rechter perkt wel de route van de demonstratie in. Nu de demonstratie doorgaat, kondigt de burgemeester voor de duur van de demonstratie een noodverordening af, om te voorkomen dat linkse betogers de confrontatie zullen zoeken. De politie mag preventief fouilleren, omdat het grondgebied van de gemeente’s-Hertogenbosch tot een veiligheidsrisicogebied is verklaard zoals bedoeld in artikel 10c van de Algemene plaatselijke verordening ’s-Hertogenbosch 1996. Ook is het de demonstranten op basis van de noodverordening verboden om helmen, maskers, shawls of bivakmutsen te dragen. Lees hier de volledige noodverordening zoals die destijds in Den Bosch gold.

Casus: Demonstratie in Apeldoorn
Door de Nederlandse Volks Unie is aangekondigd om op zaterdag 27 januari 2007 in de buurt van het station te Apeldoorn te demonstreren. De burgemeester van de gemeente Apeldoorn heeft een besluit genomen waarbij een alternatieve route buiten het centrum van Apeldoorn is aangewezen en waarbij de tijdsduur van de demonstratie aanzienlijk is beperkt. De rechter van de rechtbank Zutphen heeft geoordeeld dat dit besluit geen stand kan houden. De rechter oordeelde dat, gelet op het grondwettelijk recht op betoging, de burgemeester onvoldoende heeft gemotiveerd waarom slechts de door hem toegestane route de enige acceptale is en waarom de tijdsduur van de demonstratie zozeer is beperkt. Daarnaast heeft de rechter geconstateerd dat het heeft ontbroken aan vooroverleg met de vertegenwoordiger van de NVU over alternatieve routes, terwijl die bereidheid ook ter zitting bij verzoeker volop aanwezig was. Aangezien de burgemeester voorts niet heeft kunnen aangeven in hoeverre gevaar van tegendemonstraties te duchten viel en evenmin in welke mate alternatieve routes zouden leiden tot een buitenproportionele politie inzet, heeft de rechter het besluit geschorst wegens onvoldoende zorgvuldige voorbereiding en motivering. Klik door voor de volledige uitspraak.

Casus: Tentenkamp in Ter Apel
Eind juli 2012 bracht de gemeente Vlagtwedde een evaluatie uit. De evaluatie ging over de beëindiging van het tentenkamp dat in mei 2012 was opgezet door uitgeprocedeerde asielzoekers. In de evaluatie komen tal van juridische OOV-gerelateerde dilemma's aan bod, waaronder de onderlinge verhoudingen tussen noodbevoegdheden, de APV en de Wet openbare manifestaties. Klik door voor de volledige evaluatie `Een Haags probleem op het grondgebied van Vlagtwedde (7 pagina's).

Casus: NVU demonstratie in Amsterdam
Een voorbeeld van de tolerantiegrenzen zoals de driehoek in Amsterdam die heeft opgesteld voor een NVU demonstratie in maart 2016. Klik hier voor het overzicht.

Verder lezen?
De Nationale ombudsman heeft in 2007 de publicatie Demonstreren staat vrij uitgegeven met daarin spelregels voor zowel demonstranten als overheid bij demonstraties.

U bent hier

<div></div>