Informatieuitwisseling

Voor de uitoefening van zijn bevoegdheden moet de burgemeester een goede informatiepositie hebben. Hij moet kunnen beschikken over alle informatie die nodig is voor de handhaving van de openbare orde en veiligheid. Tegelijkertijd is allerlei justitiële documentatie omkleed met waarborgen, zodat deze niet voor een ieder beschikbaar is. 

Het ministerie van Veiligheid en Justitie heeft een Handleiding verwerking persoonsgegevens opgesteld. Deze handleiding bevat onder andere stroomschema’s, checklists en een toelichting op de wet. Voorts heeft het departement de Handreiking voor Versterking Informatiepositie Burgemeester – ‘Naar een gemeenschappelijk perspectief’ uitgebracht met mogelijkheden voor verstrekking van gegevens door Openbaar Ministerie en politie bij standaard veiligheidsproblemen, complexe veiligheidsproblemen en in crisissituaties. 

Aanwijzing Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens
Het OM mag strafvorderlijke gegevens met de burgemeester delen indien het noodzakelijk is ten behoeve van de openbare orde handhaving en met het oog op een zwaarwegend algemeen belang, zoals voorkomen van strafbare feiten. De grondslag voor het verstrekken van gegevens wordt gegeven in artikel 39 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens. De ruimte die de WJSG geeft is door het Parket-Generaal ingevuld in de Aanwijzing verstrekking strafvorderlijke gegevens voor buiten de strafrechtspleging gelegen doelen.

De Aanwijzing geeft aan in welke gevallen, onder welke voorwaarden en aan wie het Openbaar Ministerie informatie kan verstrekken voor buiten de strafrechtspleging gelegen doeleinden. Meer specifiek staan hierin de gevallen beschreven waarin het OM informatie deelt met de burgemeester. Het gaat dan bijvoorbeeld om de volgende situaties:

  • het voorkomen en opsporen van strafbare feiten,
  • het handhaven van de openbare orde en veiligheid,
  • het nemen van een bestuursrechtelijke beslissing (bv bestuursdwang),
  • het beoordelen van de noodzaak tot het nemen van rechtspositionele of tuchtrechtelijke maatregel.

 
Het OM is niet verplicht om informatie te verstrekken aan de burgemeester. De afweging om al of niet te verstrekken maakt het OM. Daarbij spelen overwegingen van subsidiariteit, proportionaliteit en noodzakelijkheid. Bij het verstrekken van de gegevens wordt in het algemeen in acht genomen dat deze niet herleidbaar zijn tot andere personen dan de betrokkenen. Te grote terughoudend in het delen van informatie belemmert een gezamenlijke en doeltreffende aanpak van de veiligheidsproblematiek.

Daarnaast bestaat er op grond van de Wet Bibob de mogelijkheid voor de officier van justitie een bestuursorgaan te laten weten dat het wenselijk is om een Bibob-advies aan te vragen over een bepaald persoon of bepaalde onderneming. De officier van justitie mag deze tip alleen geven als hij over informatie beschikt dat die persoon of dat bedrijf betrokken is bij strafbare feiten. Op zijn beurt mag het Landelijk Bureau Bibob de officier van justitie berichten over gegevens uit een advies over betrokkenheid bij strafbare feiten. Dat kan ook als de adviesaanvraag ingetrokken wordt, of als het advies strekt tot geen gevaar of mindere mate van gevaar.

Wet politiegegevens
De Wet politiegegevens (Wpg) is de privacywet voor de uitvoering van de politietaak. Persoonsgegevens die door de politie verwerkt worden, betreffen vaak bijzondere gegevens. De Wpg geeft regels voor het beheer van deze gegevens door de politie. In deze wet is het van belang dat het doel waarvoor (politie) gegevens verwerkt duidelijk bepaald, uitdrukkelijk omschreven en gerechtvaardigd is. Voor de handhaving van de openbare orde is de burgemeesters afhankelijk van politiegegevens. Daarom is in de Wpg opgenomen dat deze aan de burgemeesters verstrekt worden voor zover zij deze nodig hebben in verband met hun gezag en zeggenschap over de politie of in het kader van de handhaving van de openbare orde. De korpschef is verantwoordelijk voor het verstrekken van de politiegegevens. Het ligt dan ook voor de hand dat de burgemeesters met de chef van de territoriale eenheid van de politie afspraken maken over de wijze waarop de inzage in de politiegegevens wordt ingericht.

Bestuurlijke Informatievoorziening Justitiabelen (BIJ)
Terugkeer van (zeden)delinquenten kan maatschappelijke onrust veroorzaken. Burgemeesters willen daarom tijdig geïnformeerd worden als een pleger van een gewelds- of zedendelict in de gemeente terugkeert. Om in deze informatiebehoefte te voorzien, kunnen gemeenten zich aansluiten bij het BIJ-traject (Bestuurlijke Informatie Justitiabelen-traject). Via BIJ worden burgemeesters van aangesloten gemeenten 60 dagen voordat een ernstig gewelds- of zedendelinquent terugkeert in de maatschappij, geïnformeerd. Het kan gaan om de definitieve terugkeer of om verlof. Vervolgens kan beoordeeld worden of er als gevolg van deze terugkeer verstoringen van de openbare orde kunnen ontstaan. De burgemeester beslist vervolgens of er maatregelen moeten worden getroffen om deze verstoringen te voorkomen. Dit dient niet alleen ter bescherming van de belangen van de samenleving en het slachtoffer, maar ook ter voorkoming van problemen voor de (ex-)justitiabele. Hiervoor geldt ook een convenant dat door NGB, VNG, Reclassering Nederland en het Openbaar Ministerie is opgesteld.

Verder lezen
Zie de links in bovenstaande tekst.

 

U bent hier

<div></div>