Informatieuitwisseling

Voor de uitoefening van zijn bevoegdheden moet de burgemeester een goede informatiepositie hebben. Hij moet kunnen beschikken over alle informatie die nodig is voor de handhaving van de openbare orde en veiligheid. Tegelijkertijd is allerlei justitiële en strafvorderlijke informatie omkleed met waarborgen, zodat deze niet voor een ieder beschikbaar is.

Aanwijzing Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens
Het Openbaar Ministerie mag in principe informatie uit een strafdossier verstrekken aan een derde voor buiten de strafrechtspleging gelegen doeleinden. Aan welke derde en voor welk buiten de strafrechtspleging gelegen doeleind dat mag, is beschreven in de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens en bijbehorende aanwijzing. De aanwijzing geeft uitleg over de betekenis en werking van verschillende wettelijke bepalingen en schematisch de juiste wijze van toepassing van de wet weer te geven. Daarnaast geeft deze aanwijzing aan in welke gevallen en onder welke voorwaarden en aan wie het Openbaar Ministerie het tot zijn taak rekent om informatie te verstrekken.

De aanwijzing stelt dat een burgemeester voor een tweetal doeleinden strafvorderlijke informatie mag ontvangen, te weten:

  • het handhaven van de orde en veiligheid en
  • het voorkomen van strafbare feiten (NB: dit laatste doeleinde betreft geen zogenaamde “standaardverstrekking” en kan slechts plaatsvinden met instemming van de Helpdesk Privacy van het Parket-Generaal).

Indien het Openbaar Ministerie besluit om voor één van de genoemde doeleinden strafvorderlijke informatie aan de burgemeester te verstrekken, dan beslist de officier van justitie wèlke informatie uit het strafdossier precies kan worden verstrekt. Proportionaliteit en subsidiariteit maken dat dit een zorgvuldige afweging moet zijn. Er kan alleen die informatie verstrekt worden die de ontvanger in staat stelt het doel te bereiken waarvoor de gegevens nodig zijn. Het integraal (!) verstrekken van een compleet strafdossier is daarbij een brug te ver, omdat het niet noodzakelijk lijkt een compleet strafdossier (inclusief namen van getuigen, slachtoffers, fotomateriaal) in te zien om de impact op de openbare orde te kunnen beoordelen.

In principe moet het gaan om een dossier in een zaak waarin een veroordeling is geweest of tenminste een beslissing is genomen over vervolging. Info uit geseponeerde dossiers mag het OM in principe niet verstrekken. Daarnaast geldt dat er restricties gelden ten aanzien van specifieke informatie en/of maatregelen van bijvoorbeeld AIVD, MIVD of NCTb. Zo kan de Dienst Beveiliging Burgerluchtvaart op luchthavens (beveiligings)maatregelen opleggen die niet met de desbetreffende burgemeester (hoeven te) worden gedeeld. Zo stuurt de NCTb-directie Beveiliging Burgerluchtvaart (DBB) de Koninklijke Marechaussee op Schiphol rechtstreeks aan in haar toezichtstaak en ten aanzien van de gewapende beveiliging van de luchthaven.

Wet bescherming persoonsgegevens
De Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) staat het verzamelen van persoonsgegevens alleen toe als daarvoor een doel is. Dit doel moet:

  • duidelijk bepaald zijn; 
  • uitdrukkelijk zijn omschreven; 
  • gerechtvaardigd zijn.

De verantwoordelijke voor de gegevensverwerking moet:

  • de gegevensverwerking beveiligen; 
  • informatie verstrekken aan de betrokkene; 
  • de gegevens corrigeren (op verzoek van de betrokkene); 
  • geheimhouding betrachten.

De betrokkene heeft recht op:

  • inzage
  • correctie
  • het vragen van informatie over de verwerking va zijn of haar persoonsgegevens.

Het ministerie van justitie heeft een Handleiding voor verwerkers van persoonsgegevens opgesteld. Deze Handleiding bevat onder andere stroomschema’s, checklists en toelichting op de wet.

Wet Politiegegevens
De Wet Politiegegevens (Wpg) is de privacywet voor de uitvoering van de politietaak. Persoonsgegevens die door de politie verwerkt worden betreffen vaak bijzondere gegevens. De Wpg geeft regels voor het beheer van deze gegevens door de politie. De belangrijkste wijziging met de oude wet is dat het woord ‘register’ niet langer het aanknopingspunt is. Net als in de Wet bescherming persoonsgegevens gaat het om het verwerken van gegevens. Ook in deze wet is het van belang dat het doel waarvoor (politie) gegevens worden verwerkt duidelijk bepaald, uitdrukkelijk omschreven en gerechtvaardigd is.

Voor de handhaving van de openbare orde zijn burgemeesters afhankelijk van politiegegevens. Daarom is in de Wpg opgenomen dat deze aan de burgemeesters verstrekt worden voor zover zij deze behoeven in verband met hun gezag en zeggenschap over de politie in het kader van de handhaving van de openbare orde (let wel: bij bepaalde politiegegevens dient het Openbaar Ministerie hiermee in te stemmen). Hierin ligt de basis voor het vertrekken van gegevens uit de dagrapporten van de politie. De korpsbeheerder is verantwoordelijk voor het verstrekken van de politiegegevens. Het ligt dan ook voor de hand dat de burgemeesters met de korpsbeheerder afspraken maken over de wijze waarop de inzage in de dagrapporten wordt ingericht.

U bent hier

<div></div>