Artikel 151c Gemeentewet
1. De raad kan bij verordening de burgemeester de bevoegdheid verlenen om, indien dat in het belang van de handhaving van de openbare orde noodzakelijk is, te besluiten tot plaatsing van vaste camera’s voor een bepaalde duur ten behoeve van het toezicht op een openbare plaats als bedoeld in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties en andere bij verordening aan te wijzen plaatsen die voor een ieder toegankelijk zijn. De burgemeester bepaalt de duur van de plaatsing en wijst de openbare plaats of plaatsen aan, met inachtneming van hetgeen daaromtrent in de verordening is bepaald.
2. De burgemeester stelt, na overleg met de officier van justitie in het overleg, bedoeld in artikel 14 van de Politiewet 1993, de periode vast waarin in het belang van de handhaving van de openbare orde daadwerkelijk gebruik van de camera’s plaatsvindt en de met de camera’s gemaakte beelden in elk geval rechtstreeks worden bekeken.
3. De burgemeester bedient zich bij de uitvoering van het in het eerste lid bedoelde besluit van de onder zijn gezag staande politie.
4. De aanwezigheid van camera’s als bedoeld in het eerste lid is op duidelijke wijze kenbaar voor een ieder die de desbetreffende openbare plaats betreedt.
5. Met de camera’s worden uitsluitend beelden gemaakt van een openbare plaats als bedoeld in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties en andere bij verordening aan te wijzen plaatsen die voor een ieder toegankelijk zijn.
6. De met de camera’s gemaakte beelden mogen in het belang van de handhaving van de openbare orde worden vastgelegd.
7. De verwerking van de gegevens, bedoeld in het zesde lid, is een verwerking als bedoeld in de Wet politiegegevens, met dien verstande dat, in afwijking van het bepaalde in artikel 8 van die wet, de vastgelegde beelden na ten hoogste vier weken worden vernietigd en de gegevens, bedoeld in het zesde lid, indien er concrete aanleiding bestaat te vermoeden dat die gegevens noodzakelijk zijn voor de opsporing van een strafbaar feit, ten behoeve van de opsporing van dat strafbare feit kunnen worden verwerkt.
8. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden met het oog op de goede uitvoering van het toezicht, bedoeld in het eerste lid, regels gesteld omtrent:
a. de vaste camera’s en andere technische hulpmiddelen benodigd voor het toezicht, bedoeld in het eerste lid, en de wijze waarop deze hulpmiddelen worden aangebracht;
b. de personen belast met of anderszins direct betrokken bij de uitvoering van het toezicht; en
c. de ruimten waarin de waarneming of verwerking van door het toezicht vastgelegde beelden plaatsvindt
____________
Cameratoezicht zoals geformuleerd in art 151c Gemeentewet kan worden ingezet ter handhaving van de openbare orde. Sinds 1 februari 2006 is in de Gemeentewet opgenomen dat gemeenten op openbare plaatsen toezicht kunnen houden met camera’s. Artikel 151c bepaalt dat de gemeenteraad de burgemeester de bevoegdheid kan verlenen om camera’s te plaatsen in het belang van de openbare orde. Deze bevoegdheid wordt vastgelegd in een bepaling in de APV. In het driehoeksoverleg moet worden afgestemd over welke periode gebruik wordt gemaakt van cameratoezicht (artikel 151c lid 2).
Veel gemeenten maken gebruik van cameratoezicht, bijvoorbeeld waar het gaat om uitgaansgebieden, de omgeving van het station, winkelgebieden en gebieden met drugsgerelateerde criminaliteit. Het plaatsen van de camera’s is altijd bedoeld als preventief middel en niet voor de opsporing van strafbare feiten. De opsporing van strafbare feiten is het domein van de officier van justitie, waarbij heel andere wet- en regelgeving geldt. Dat neemt niet weg dat camerabeelden soms bruikbare informatie bevatten voor opsporingsonderzoek en daarvoor onder voorwaarden ook mogen worden gebruikt.
Cameratoezicht mag geen ongeoorloofde inbreuk op de privacy veroorzaken. Daarom is gemeentelijk cameratoezicht gereglementeerd en is het alleen mogelijk als:
• Dit nodig is voor de handhaving van de openbare orde (op basis van een veiligheidsanalyse),
• Het besluit voor een afgebakende periode en voor een beperkt openbaar gebied geldt,
• na afloop wordt beoordeeld of de maatregel effectief was,
• de maatregel proportioneel is,
• de maatregel voldoet aan de vereiste subsidiariteit (geen betere alternatieven voor handen)
• de aanwezigheid van camera’s kenbaar is voor iedereen die binnen het bereik van de camera’s is.
De politie (i.c. de korpsbeheerder) is de beheerder van de camerabeelden, die maximaal 4 weken bewaard mogen blijven. Sinds de Wet politiegegevens van kracht is, hoeft de politie geen apart reglement voor het register van camerabeelden te hebben.
Casuistiek
Casus: Cameratoezicht in Veenendaal
Op 14 april 2009 vraagt het College van B&W van Veenendaal aan de gemeenteraad om in te stemmen met de nota Cameratoezicht. Daarmee verzoekt het college de raad om een juridische basis te leggen voor cameratoezicht in de APV. In de bijgevoegde nota van de burgemeester aan de raad vermeldt de burgemeester dat de raad de bevoegdheid van de burgemeester kan inperken. Zo kan de raad besluiten om geen cameratoezicht toe te staan en de raad kan besluiten om de burgemeester alleen voor specifieke plaatsen en voor een bepaalde duur de bevoegdheid te geven om cameratoezicht te houden. De burgemeester geeft aan dat hij van plan is om met behulp van goed zichtbare borden kenbaar te maken dat cameratoezicht wordt gehouden.
Casus: Cameratoezicht fiets- en voetgangersbrug bij NS station Zoetermeer
De gemeente Zoetermeer heeft één locatie met cameratoezicht: de Mandelabrug, de fiets- en voetgangersbrug bij NS station Zoetermeer, die ook dienst doet als stationshal. In 2002 heeft de gemeenteraad besloten tot cameratoezicht nadat in 2001 bleek dat de brug door burgers als een van de onveiligste plekken in de stad werd beleefd. Het cameratoezicht moet bijdragen aanvoorkomen van geweldsincidenten en vandalisme en het vergroten van de veiligheidsbeleving. Achttien camera’s houden deze brug 24 uur per dag, 7 dagen in de week in de gaten. De politie bekijkt de beelden van deze camera’s. Dit gebeurt in de Geïntegreerde MonitorCentrale (GMC) van de regiopolitie Haaglanden in Den Haag. Daar worden ook de camera’s van andere gemeenten uit de regio uitgekeken. Iedere twee jaar wordt het cameratoezicht geëvalueerd. Klik door voor meer informatie en achtergronden op de website van de gemeente Zoetermeer.
Casus: geïntegreerd toezicht in Almere
De gemeente Almere heeft sinds 2008 op uitgebreide schaal cameratoezicht in het stadscentrum om leefbaarheid te bevorderen en criminaliteit te beperken. In het centrum hangen ruim 100 camera’s die worden bekeken vanuit een centrale toezichtcentrale. Als zich voor de camera een incident voordoet, wordt dit live waargenomen door twee observanten in de centrale. Zij kunnen via een sterk geautomatiseerd systeem de politie, een gemeentelijke handhaver of iemand anders inschakelen. Ook is het mogelijk om de lichtsterkte van de openbare verlichting vanuit de toezichtcentrale te bedienen. Op basis van een evaluatie heeft het college begin 2010 besloten het cameratoezicht voort te zetten.
Verder lezen?