BIBOB

Wet BIBOB
Wet van 20 juni 2002, houdende regels inzake de bevordering van integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur met betrekking tot beschikkingen of overheidsopdrachten (Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur). Klik hier voor de volledige wetstekst.

_________

Bibob staat voor ‘bevordering integriteitbeoordelingen door het openbaar bestuur’. Deze wet geeft bestuursorganen – waaronder de burgemeester - een instrument ter voorkoming en bestrijding van (georganiseerde) criminaliteit. Het voornaamste doel is het voorkomen dat de overheid ongewild criminaliteit faciliteert, bijvoorbeeld bij het witwassen van geld. Een bestuursorgaan kan volgens deze wet besluiten een vergunning in te trekken of te weigeren indien het vermoeden bestaat dat de aanvragers of houders van de vergunning deze zullen gebruiken voor het plegen van strafbare feiten. Ook bestaat de mogelijkheid om vergunningen alleen onder bepaalde voorwaarden te verstrekken. Naast vergunningen is het Bibob-instrument in te zetten voor subsidies, vastgoedtransacties en aanbestedingen.

Het bestuursorgaan kan via vastgestelde formulieren het Landelijk Bureau Bibob vragen om een advies uit te brengen over het gevaar dat de vergunning zal worden gebruikt om strafbare feiten te plegen. Voorafgaand aan de adviesaanvraag moet het bestuursor­gaan zelf beoordelen of er geen bestaande weigeringsgronden zijn of andere instrumenten ingezet kunnen worden. Ook moet het bestuursorgaan onderzoeken of zij zelfstandig de Wet Bibob kan toepassen. Daarnaast kan het bestuursorgaan vóór de adviesaanvraag bij het Landelijk Bureau Bibob opvragen of over de betrokkene in de afgelopen twee jaar eerder een advies is uitgebracht, en zo ja, welke conclusie het advies had (ernstig gevaar, mindere mate van gevaar, geen gevaar). Als het adviesverzoek niet tot een advies heeft geleid, kan het Landelijk Bureau Bibob dat ook melden. De gegevens kunnen een indicatie zijn voor het starten van een Bibob-onderzoek, maar zijn niet voldoende om direct tot een negatieve beslissing over te gaan. Het bestuursorgaan zal eerst opnieuw het eigen onderzoek moeten uitvoeren en zo nodig opnieuw een Bibob-advies moeten aanvragen. De officier van justitie heeft een ondersteunende rol: hij mag een bestuursorgaan laten weten dat het wenselijk is om een Bibob-advies aan te vragen over een bepaald persoon of bepaalde onderneming als die betrokken is bij strafbare feiten.

Voor de burgemeester is het Bibob-instrument met name van belang voor vergunningen:

  • ter bescherming van de gezondheid,
  • uit de Drank- en Horecawet,
  • uit de Wet op de kansspelautomaten,
  • die op grond van een gemeentelijke verordening verplicht zijn voor een inrichting of bedrijf,
  • voor een seksbedrijf (artikel 9 Wet regulering prostitutie en bestrijding misstanden in de seksbranche, nog niet in werking getreden)

 

Het Landelijk Bureau Bibob verzamelt de benodigde gegevens van de aanvrager of vergunninghouder en stelt een advies op voor het bestuursorgaan. Elk advies wordt voorgelegd aan een Bibob-officier van justitie. Het advies van het Landelijk Bureau Bibob kan drie uitkomsten hebben (artikel 3 Wet Bibob):

1. er is geen sprake van een ernstige mate van gevaar;
2. er is sprake van een mindere mate van gevaar;
3. er is sprake van een ernstige mate van gevaar.

 
Bestuursorganen kunnen ook eigen onderzoek doen en extra informatie verkrijgen. Zo is het mogelijk dat bestuursorganen in een Bibob-zaak de beschikking krijgen over informatie van politie en justitie. De rechtstreekse verstrekking van justitiële gegevens, strafvorderlijke gegevens en politiegegevens door respectievelijk de Justitiële Informatiedienst, Openbaar Ministerie en politie is wel beperkt tot de verstrekking van gegevens van de betrokkene. Om informatie over een betrokkene (en diens (indirecte) bestuurders als het gaat om een rechtspersoon) op te vragen bij de Justitiële informatiedienst (Justid), dient het bestuursorgaan medewerkers – op naam – aan te wijzen die uit hoofde van hun functie gemachtigd zijn om een uittreksel uit de justitiële documentatie op te vragen.

Besluit tot weigering
Het is vervolgens aan het bestuursorgaan zelf om een besluit te nemen al dan niet op basis van het advies van Landelijk Bureau Bibob. Als een vergunning wordt geweigerd, is het vanwege de privacy van de aanvrager niet toegestaan om publiekelijk te vermelden op welke grond de vergunning is geweigerd. Uiteraard is het wel toegestaan om aan te geven wat de verschillende weigeringsgronden zijn die het Landelijk Bureau Bibob in zijn algemeenheid hanteert, waarbij in het midden wordt gelaten welke weigeringsgrond in het specifieke geval de doorslag gaf. De aanvrager heeft recht op een afschrift van het Bibob-advies, als het bestuursorgaan voornemens is een negatief besluit te nemen of voorschriften aan de vergunning te verbinden. Bij het verstrekken van het Bibob-advies moet het bestuursorgaan de betrokkene er duidelijk op wijzen dat hij een geheimhoudingsplicht heeft ten aanzien van de gegevens in het Bibob-advies. De burgemeester mag de uitkomsten van het Bibob-advies in de driehoek wel delen met de officier van justitie en de chef van de politie.

Mocht het bestuursorgaan willen afwijken van het Bibob-advies dan geldt daarvoor een verzwaarde motiveringsplicht (artikel 3:50 Algemene wet bestuursrecht). Voordat het bestuursorgaan het Bibob-advies gebruikt voor de onderbouwing van het besluit, moet het ervan overtuigd zijn dat het Bibob-advies zorgvuldig tot stand is gekomen. Dit is de zogenoemde vergewisplicht, die is vastgelegd in artikel 3:9 van de Algemene wet bestuursrecht. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft in een uitspraak van 27 februari 2008 (LJN: BC5265) de vergewisplicht voor een Bibob-advies nader uitgewerkt.


Casuistiek

Casus: Bibob in Alkmaar
De burgemeester van Alkmaar laat nader onderzoek doen naar de situatie op de Alkmaarse Achterdam, voordat hij een definitief besluit neemt over de sluiting van 92 bordeelramen in de prostitutiestraat. Aanleiding is een hoorzitting, waarop de verhuurder en de eigenaren van de betreffende panden hun bezwaren tegen de voorgenomen sluiting toelichten. Volgens de gemeente zijn hierbij zaken ingebracht die nieuw onderzoek rechtvaardigen. Klik door voor de volledige uitspraak in deze casus.

Casus: Weigering vergunning na Bibob-advies
De burgemeester van Dordrecht weigert een exploitatievergunning te verlenen, omdat ernstig gevaar bestaat dat de vergunning mede zal worden gebruikt om uit strafbare feiten verkregen vermogen te benutten en om strafbare feiten te plegen. De burgemeester heeft zich hierbij gebaseerd op het Bibob-advies. Uit het advies volgt dat er ernstige vermoedens zijn dat de aanvrager zich herhaaldelijk en over een langere periode heeft schuldig gemaakt aan het plegen van strafbare feiten en aldus een groot financieel voordeel heeft verkregen en dat deze strafbare feiten verband houden met de activiteiten waarvoor de vergunning is aangevraagd. Voorts is gebleken dat over de organisatie- en financieringsstructuur van de beheerder van de inrichting vragen en onduidelijkheden bestaan, en dat de aanvrager heeft geweigerd aanvullende informatie in het kader van het onderzoek aan het Bureau te verschaffen. Volgens de Wet Bibob wordt dit aangemerkt als ernstig gevaar. De rechtbank en de Raad van State oordelen dat de burgemeester terecht afging op het advies van het Landelijke Bureau Bibob. Klik door voor de volledige uitspraak in deze casus.

Casus: Intrekking vergunning coffeeshop
De burgemeester van Culemborg besluit een exploitatievergunning van een coffeeshop in te trekken. Daarbij deelt hij tevens mede de verkoop van softdrugs niet langer te gedogen. Aan de intrekking ligt een Bibob-advies ten grondslag, waaruit blijkt dat ernstig gevaar bestaat. Het ernstige gevaar is onder meer afgeleid uit het niet volledig invullen van het Bibob-vragenformulier. Verder is er een redelijk vermoeden dat de vergunninghouder betrokken is bij hasjtransporten en deel uit maakt van een criminele organisatie. Ook is meer dan 500 gram softdrugs in de coffeeshop aangetroffen en was daar een minderjarige aan het werk. Tenslotte was de coffeeshop eerder gesloten, toen deze nog op naam van een zakelijke partner van de vergunninghouder stond. De rechtbank en de Raad van State oordelen dat de burgemeester terecht de vergunning heeft ingetrokken. Vanwege het zakelijke samenwerkingsverband met de vorige exploitant zijn de strafbare feiten ook de huidige vergunninghouder aan te rekenen. Klik door voor de volledige uitspraak in deze casus.

Casus: Bibob in Groningen
De burgemeester van Groningen heeft in 2007 op basis van een Bibob-advies de exploitatievergunning van een prositutie-inrichting ingetrokken wegens veronderstelde betrokkenheid van de eigenaar bij vrouwenhandel, illegaal wapenbezit en belastingontduiking. In een bestuursrechtelijke procedure (met als laatste instantie de Raad van State) wordt het besluit vernietigd. Betrokkene vordert in een civiele procedure jegens de Staat (vanwege de verantwoordelijkheid voor Bureau Bibob) en de gemeente schadevergoeding, bestaande uit kosten in verband met de diverse procedures en immateriele schade. Slechts de laatstgenoemde schade acht de rechtbank, tot een aanzienlijk lager bedrag dan gevorderd, toewijsbaar. Klik door voor de volledige uitspraak in deze casus.

Casus: Bibob: weigeren bouw varkensstal in Arnhem
Weigering bouwvergunning voor varkensstal, omdat er ernstig gevaar bestaat dat die bouwvergunning mede zal worden gebruikt om uit strafbare feiten verkregen of te verkrijgen, op geld waardeerbare voordelen te benutten en strafbare feiten te plegen. Wet Bibob. Klik door voor de volledige uitspraak in deze casus.

Verder lezen

 

U bent hier

<div></div>