APV

_____________

Algemene plaatselijke verordening
De APV is een strafverordening, dat wil zeggen een regeling waaravn de overtreding met een strafsanctie wordt bedreigd. (...) Bij de totstandkoming van gemeentelijke verordeningen spelen de zogenoemde modelverordeningen van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) vaak een belangrijke rol. Dat zijn voorbeeldregelingen die zelf geen bindende regels bevatten maar die door veel gemeentebesturen (al dan niet in aangepaste vorm) worden overgenomen. (uit: Gemeentelijke verordeningen, 3e druk, J.G. Brouwer en A.E. Schilder, Ars Aequi Libri, Nijmegen 2004).

_____________

De APV is een belangrijke bron van openbare orde bevoegdheden. De gemeenteraad stelt de APV vast en belast de burgemeester daarin veelal met de uitvoering. APV bepalingen ter handhaving van de openbare orde zijn voorschriften die voor een ieder gelden en hebben betrekking op verschillende situaties: Evenementen, van drankgebruik tot samenscholingen, van voetbal tot het bij zich dragen van messen en van prostitutie tot gebiedsontzeggingen.

Wanneer moet een bevoegdheid in de APV?
De voorzieningenrechter in Alkmaar buigt zich over een aan een Texelaar opgelegd gebiedsverbod op basis van artikel 172 lid 3 Gemeentewet. De voorzieningenrechter concludeert dat de burgemeester voldoende tijd heeft gehad om via democratische weg de mogelijkheid van een gebiedsontzegging op te nemen in de APV. Sinds 2007 blijkt immers al de behoefte te bestaan om dit instrument op te nemen in de APV. De rechter betoogt dat lid 3 kan worden ingezet in een situatie waarin sprake is van een plotseling actueel opkomend of zich concreet voordoend gevaar voor de openbare orde dan wel in een situatie dat er van een concrete en actuele dreiging sprake is. In dit geval is artikel 172 lid 3 gebruikt ten behoeve van de reguliere handhaving. De voorzieningenrechter is van oordeel dat verweerder zijn bevoegdheid oneigenlijk heeft gebruikt. Met andere woorden: als het probleem structureel is, dan moet een bepaling worden opgenomen in de APV. (Klik door voor volledige uitspraak).

In een Rotterdamse casus over gebiedsontzeggingen stelt de Hoge Raad het volgende: ‘(…) gelet op de geschiedenis van de totstandkoming van artikel 172, derde lid, Gemeentewet, (…) het ervoor moet worden gehouden dat, zo in een gemeente een verordening geldt waarin is geregeld dat de burgemeester in het geval van overlast gevende verstoringen van de openbare orde aan de betrokkene een zogenoemde verblijfsontzegging kan opleggen, deze regeling dient te worden toegepast en artikel 172, derde lid, Gemeentewet dan niet (ook) een grondslag biedt voor het opleggen van een gebiedsontzegging ter zake van verstoringen van de openbare orde waarop de APV het oog heeft.’ (Klik door voor volledige uitspraak).

Met andere woorden: als er een APV bepaling is, die toereikend is in een bepaald geval, dan kan de gemeente zich niet beroepen op andere wet- of regelgeving. Anderzijds kan de burgemeester met het ontbreken van een APV-bepaling dus wel eens bevoegdheden ontberen voor de aanpak van structurele – dat wil zeggen niet plotseling opkomende) situaties.

Het samenscholingsverbod zoals dat in vrijwel alle algemene plaatselijke verordeningen (APV) is opgenomen, geldt voor eenieder. Over het algemeen houdt het samenscholingsverbod niet meer in dan dat het verboden is op of aan de weg deel te nemen aan een samenscholing. De geldigheid van een dergelijk samenscholingsverbod is door de Hoge Raad bevestigd in zijn arrest van 28 mei 2002 (LJN: AE1494).

Casuistiek

Overlast in winkelcentrum Nijmegen

In Nijmegen veroorzaakten jongeren veel overlast in winkelcentrum Meijhorst. De overlast bestaat uit hinderlijk rondhangen, brandstichten, vernielen en het vertonen van verbaal agressief gedrag tegenover ondernemers, bezoekers en omwonenden. Op basis van geconstateerde gedragingen heeft burgemeester De Graaf in 2008 aan in totaal 56 jongeren een verblijfsontzegging opgelegd. De burgemeester verbood de jongeren daarmee om gedurende 14 dagen ’s avonds en ’s nachts naar het winkelcentrum te gaan. De burgemeester zette hiervoor het samenscholingsverbod uit de APV in. Nadrukkelijk bepaalde de burgemeester dat de maartregel noodzakelijk was om de openbare orde te herstellen. Naast het gebiedsverbod zijn andere middelen ingezet: extra toezicht van politie en gemeentelijke toezichthouders, cameratoezicht. Met het Openbaar Ministerie is de afspraak gemaakt dat zij prioriteit geven aan de vervolging van strafbare feiten door de 56 jongeren.

Alcoholverbod in deel van Hoogezand-Sappemeer
Het terrein van de St Anthoniusschool in Hoogezand-Sappemeer wordt door jongeren gebruikt als ontmoetingsplaats/hangplek. Afgelopen twee jaar is de overlast op deze locatie aanzienlijk teruggedrongen door een gezamenlijke aanpak van bewonerscommissie, bewoners, gemeente, politie, en jongerenwerk. Nu neemt de overlast toch weer toe. Daarom wordt dit gebied opnieuw aangewezen als een gebied waarvoor een alcoholverbod geldt. De APV dient daarvoor als basis. Lees hier de volledige tekst van het besluit tot een alcoholverbod.
.

Verder lezen?